Mijn stervende vader kondigt ’s avonds aan dat vandaag zijn laatste dag zal zijn. De volgende ochtend opent hij zijn ogen en ziet de luxaflex. „Heb ik nu gebroken ogen?” „Wat is dat, pap?” Stomverbaasd draait hij zich naar mij om en mompelt „nee, dus”. Twee dagen later heeft hij ze wel, maar dan ben ik de enige die dat weet.
Oh, het sterfbed, een plek voor het intieme. Er zijn er onder ons, de gevoellozen, die hier niets mee kunnen. In hun onbegrensde onvolwassenheid brullen ze hun onbenul van de dakgoot, de plek , waar ze zich vaak thuisvoelen.
In muziek, literatuur, de naderende dood. Spannend, intiem. Daar kun je rustig een ikje over insturen.
Wie de dood van nabij heeft gezien wordt stil en denkt wel beter na dan slechtlopende rommel in te sturen, hetzij als Ik-je, hetzij als reactie. Uitzonderingen daargelaten.
Er zijn er onder ons die larmoyant vertellen over de schoonheid (muziek, literatuur) van de naderende dood, maar niet herkennen dat sommige ikjes daar niet aan kunnen tippen. Het zij zo. Dat de dakgoot zijn deel moge worden.
Een kleinkind gaat verhuizen en ik bestel bij een ijzerhandel een klassiek nummerplaatje met huisnummer 99 erop voor naast de voordeur. Ik moet vooruit betalen en de levertijd is drie weken. Na vier weken: nog geen plaatje wegens drukte. Na acht weken: nog geen plaatje vanwege ziekte. Na twaalf weken: nog niets.
Ik vraag ze goed in het magazijn te zoeken. De winkeljuffrouw komt terug. Het is er nog steeds niet en dat terwijl er al maanden een bordje met 66 erop niet afgehaald wordt. Ik zeg dat ik ook tevreden ben met dat bordje. Stomverbaasd kijkt ze me na als ik blij met het bordje de winkel uitloop.
‘Stomverbaasd’, jawel! Het moet toch heerlijk zijn om je als geborneerde NRC-lezer voordurend superieur te kunnen wanen tussen het grauw – al zal het misschien ook wel eens eenzaam zijn.
Eindoordeel: 3 (zegge: drie)
Wekelijks ga ik met mijn kleinzoon van acht naar zijn hockeytraining. Iedere keer vindt hij het vervelend als ik hem aanspoor zich vooral goed aan te kleden en niets te vergeten. Deze keer attendeer ik hem erop dat hij ook zijn mondbeschermer moet schoonmaken. Boos loopt hij naar de keuken. Ik hoor hem mompelen: „Wat heeft mijn moeder het zwaar gehad.”
Hockey, het Gooi, weer hockey… het NRC-publiek verwordt steeds meer tot een eigen bubbletje, en tot een karikatuur van zichzelf.
Eindoordeel: 4 (zegge: vier)
Op mijn dagelijkse ochtendrondje met de hond passeer ik – een zeer gevorderde vijftiger – een huis. Sinds enige tijd woont daar een jong gezin met twee jongetjes en twee katten. Voor de kinderen is er in de tuin een trampoline gekomen. Die zorgt voor uitbundig speel- en springplezier. Op de trampoline staat het jongste kereltje van ongeveer drie jaar oud. Mijn hond trekt zijn aandacht. Ik zeg dat hij een prachtige trampoline heeft en moedig hem aan te springen. Daarop mompelt hij iets als ‘mama’ en rent op zijn kleine beentjes weg naar zijn moeder, die iets verderop om de hoek staat. Ik hoor hem zeggen: „Mama, mag die meneer bij ons komen springen?”
Kennelijk gebeurt er weinog tijdens het dagelijkse rondje van deze zeer gevorderde. De mensen weten wanneer ie eraankomt en weten dat je minstens een kwartier kwijt bent als ie van wal steekt.
Eindoordeel: 4 (zegge: vier
Op mijn werk in een restaurant heb ik twee collega’s die elkaar voortdurend in de maling nemen. Hij vanuit de keuken, zij vanuit de bediening. Op een avond vraagt zij hem naar de Engelse vertaling van ‘aardappel’. Ze heeft een tafel met toeristen, maar is onzeker over haar Engels. „Potato” antwoordt hij, maar zij trapt daar niet in. „Ja doei, zo dom ben ik echt niet, hoor!” Waarop hij zegt: „Okee, je hebt me door. Het is earthapple.” Ze trekt een triomfantelijk gezicht. „Zie je nou!” en keert tevreden terug naar de toeristen.
Gebroken ogen
Mijn stervende vader kondigt ’s avonds aan dat vandaag zijn laatste dag zal zijn. De volgende ochtend opent hij zijn ogen en ziet de luxaflex. „Heb ik nu gebroken ogen?” „Wat is dat, pap?” Stomverbaasd draait hij zich naar mij om en mompelt „nee, dus”. Twee dagen later heeft hij ze wel, maar dan ben ik de enige die dat weet.
Caroline van Heugten
LikeLike
Soms zouden mensen tegen zichzelf in bescherming moeten worden genomen.
Eindoordeel: 1 (zegge: een)
LikeGeliked door 2 people
Oh, het sterfbed, een plek voor het intieme. Er zijn er onder ons, de gevoellozen, die hier niets mee kunnen. In hun onbegrensde onvolwassenheid brullen ze hun onbenul van de dakgoot, de plek , waar ze zich vaak thuisvoelen.
In muziek, literatuur, de naderende dood. Spannend, intiem. Daar kun je rustig een ikje over insturen.
LikeLike
Wie de dood van nabij heeft gezien wordt stil en denkt wel beter na dan slechtlopende rommel in te sturen, hetzij als Ik-je, hetzij als reactie. Uitzonderingen daargelaten.
LikeLike
Er zijn er onder ons die larmoyant vertellen over de schoonheid (muziek, literatuur) van de naderende dood, maar niet herkennen dat sommige ikjes daar niet aan kunnen tippen. Het zij zo. Dat de dakgoot zijn deel moge worden.
LikeLike
Als er zo’n rare vogel in m’n dakgoot zat, dan ging de kouwe brandslang er meteen op.
LikeLike
Dak
Ik sta ergens in het centrum van Amsterdam op het dak van ons nieuwe huis als ik mijn Gooise neefje van een jaar of tien aan de telefoon krijg.
Als ik hem vertel dat we bezig zijn het dak te vernieuwen blijft het even stil.
Dan vraagt hij: „Wat neem je? Riet?”
Hans van Rijs
LikeLike
Nog een geluk het het Gooise neefje niet zei: Wie neem je.
LikeLike
🙂 🙂
LikeLike
😋😉
LikeLike
Wat is dat toch met Het Gooi in deze rubriek. Heeft NRC Kinderen voor Kinderen overgenomen?
Eindoordeel: 2 (zegge: twee)
LikeLike
Nummer
Een kleinkind gaat verhuizen en ik bestel bij een ijzerhandel een klassiek nummerplaatje met huisnummer 99 erop voor naast de voordeur. Ik moet vooruit betalen en de levertijd is drie weken. Na vier weken: nog geen plaatje wegens drukte. Na acht weken: nog geen plaatje vanwege ziekte. Na twaalf weken: nog niets.
Ik vraag ze goed in het magazijn te zoeken. De winkeljuffrouw komt terug. Het is er nog steeds niet en dat terwijl er al maanden een bordje met 66 erop niet afgehaald wordt. Ik zeg dat ik ook tevreden ben met dat bordje. Stomverbaasd kijkt ze me na als ik blij met het bordje de winkel uitloop.
Herman Maas
LikeLike
Nou, kweenie, klinkt niet echt naar echt.
LikeGeliked door 1 persoon
99 op de schaal van Ome Tinus
LikeLike
Maak daar maar honderd van.
LikeLike
‘Stomverbaasd’, jawel! Het moet toch heerlijk zijn om je als geborneerde NRC-lezer voordurend superieur te kunnen wanen tussen het grauw – al zal het misschien ook wel eens eenzaam zijn.
Eindoordeel: 3 (zegge: drie)
LikeLike
Zwaar
Wekelijks ga ik met mijn kleinzoon van acht naar zijn hockeytraining. Iedere keer vindt hij het vervelend als ik hem aanspoor zich vooral goed aan te kleden en niets te vergeten. Deze keer attendeer ik hem erop dat hij ook zijn mondbeschermer moet schoonmaken. Boos loopt hij naar de keuken. Ik hoor hem mompelen: „Wat heeft mijn moeder het zwaar gehad.”
Bart Pil
LikeLike
Hockey, het Gooi, weer hockey… het NRC-publiek verwordt steeds meer tot een eigen bubbletje, en tot een karikatuur van zichzelf.
Eindoordeel: 4 (zegge: vier)
LikeLike
Mee eens. Zijn er echt geen NRC-lezers wier kinderen op voetballuh zitten?
Ik begin zolangzamerhand te verlangen naar een ouderwets trein-ikje.
LikeLike
Springen
Op mijn dagelijkse ochtendrondje met de hond passeer ik – een zeer gevorderde vijftiger – een huis. Sinds enige tijd woont daar een jong gezin met twee jongetjes en twee katten. Voor de kinderen is er in de tuin een trampoline gekomen. Die zorgt voor uitbundig speel- en springplezier. Op de trampoline staat het jongste kereltje van ongeveer drie jaar oud. Mijn hond trekt zijn aandacht. Ik zeg dat hij een prachtige trampoline heeft en moedig hem aan te springen. Daarop mompelt hij iets als ‘mama’ en rent op zijn kleine beentjes weg naar zijn moeder, die iets verderop om de hoek staat. Ik hoor hem zeggen: „Mama, mag die meneer bij ons komen springen?”
Christiaan Baardman
LikeLike
Kennelijk gebeurt er weinog tijdens het dagelijkse rondje van deze zeer gevorderde. De mensen weten wanneer ie eraankomt en weten dat je minstens een kwartier kwijt bent als ie van wal steekt.
Eindoordeel: 4 (zegge: vier
LikeLike
Ach, wat ik daar niet voor zou geven, nog één keer een zeer gevorderde vijftiger zijn …
LikeGeliked door 1 persoon
Ja doei!
Op mijn werk in een restaurant heb ik twee collega’s die elkaar voortdurend in de maling nemen. Hij vanuit de keuken, zij vanuit de bediening. Op een avond vraagt zij hem naar de Engelse vertaling van ‘aardappel’. Ze heeft een tafel met toeristen, maar is onzeker over haar Engels. „Potato” antwoordt hij, maar zij trapt daar niet in. „Ja doei, zo dom ben ik echt niet, hoor!” Waarop hij zegt: „Okee, je hebt me door. Het is earthapple.” Ze trekt een triomfantelijk gezicht. „Zie je nou!” en keert tevreden terug naar de toeristen.
Linda Hoogervorst
LikeLike
Het kan dus nog erger dan mw. Kerkhof:
https://www.volkskrant.nl/opinie/opinie-daniela-hooghiemstra-artsen-verwerk-terminale-patienten-niet-tot-proza~a4592474/amp
LikeLike
“stervensporno”, mooi woord.
LikeLike