Het kindje had zich voor de pauze al gemeld. In een bomvol Concertgebouw luisterden we aandachtig naar de ‘Kammersinfonie op.110a’ van Sjostakovitsj toen een heldere kinderstem tot drie keer toe meldde dat ze het zo warm had. In de pauze bleek de zij een hij te zijn. Hij zat tevreden op de armen van zijn moeder. Het Requiem van Fauré na de pauze duurde de kleine man te lang en hij begon zich weer te roeren. De ouders slopen tijdens het ‘Pie Jesu’ de zaal uit. Volgende keer toch maar een oppas, Thierry Baudet?
Klein burgermoraaltje, zelfgenoegzaam opgevoerd in het volle Concertgebouw bij Dmitri Sjostakovitsj.
De zin “in de pauze bleek de zij een hij te zijn” is klungelig en de term “kleine man” vergeelt meteen. Wat rest is een klaagzang over ouders die geen verantwoordelijkheid nemen waar de schrijver er ook geen had – namelijk het wijselijk bewaren van deze anekdote voor de familie. En ja, het plempen van Gabriel Fauré’s Requiem tot decor voor een burgermoraal is respectloos tegenover zowel muziek als publiek.
Kortom: pietluttig, moraliserend en pover geschreven
Een plenair overleg, nog in de oude zaal, met minister Van der Stee, die bekend stond om zijn flinke alcoholconsumptie. Om een vraag van de Kamer te beantwoorden zocht de minister in zijn papieren en zei tenslotte: „Ik kan het stuk niet vinden.”
Vanaf de publieke tribune fluisterde Koos Postema, zeer hoorbaar: „Dan moet je in je kraag kijken, man.”
Altijd hetzelfde ritueel: een bekende overleden, een NRC-lezer graaft in de herinneringen en serveert een anekdote als bewijs van nabije intimiteit. De kreet aan de tribune is flitsend, maar dat maakt het ikje nog geen verhaal – het is trofeeoppervlakte: kijk mij, ik was erbij. Wat hier ontbreekt is warmte of inzicht; het is vooral een visitekaartje van de toeschouwer, niet van de overledene. Kortom: sentimenteel souvenirverkeer, weinig literair nut.
Hugo (4) fietst tien rondjes op het garagepleintje met mama als commentator. Na rondje tien komt hij bij de finish en juichen ze. Dan gaat Hugo nog een rondje fietsen. Mama zegt dat hij dat niet moet doen, hij is al gefinisht en het is bedtijd. Waarop Hugo zegt: „Ik fiets niet nog een rondje. Dit is de herhaling!”
Een kleutergrapje dat zich voordoet als levensles. Hugo (4) zegt “Dit is de herhaling!” – niet onaardig uit een kindermond, maar mager voer voor een kwaliteitskrant. De inzender Marit Andersen hult het in een bravoure van betekeniszoeken en faalt vervolgens jammerlijk aan de finishlijn.
Tijdens een verre reis horen we in een klein strandcafé reggaemuziek. Op blote voeten dansen we. Geen telefoons, ver weg van big tech, alleen spontane connectie, ritme en klanken. Thuis probeer ik de muziek terug te vinden, maar wat ik ook Google, Shazam of ChatGPT, ik vind niets. Ik stuur de café-eigenaar een bericht en krijg direct de link naar de playlist. Zie je wel, denk ik, we hebben geen technologie nodig, alles draait om menselijke creativiteit en verbinding. Tot ik de playlist open en lees: „This music is fully generated by AI.”
Romantische afwijzing van big tech – totdat diezelfde big tech Nikki prompt de waarheid stuurt. Google, Shazam en ChatGPT fungeren als rekwisieten, maar ook als ontmaskeraar. De lofzang op menselijke creativiteit verandert in clickbait-ironiek zodra de playlist meldt: “fully generated by AI.”
Performatieve Luddism, gemakzuchtige moraal en een observatie die zichzelf ondergraaft.
We checken vrijdag 20 februari in bij het hotel in Madrid. De man bij de balie vraagt of wij voor het eerst in Madrid zijn. Ik schud nee en mijn zoon knikt ja: „We are going to Atletico Madrid-Espanyol tomorrow night”, zegt mijn zoon.
De man kijkt enigszins verstoord op en ik besef meteen dat dit een Real Madrid-fan is.
„I give you a room on the 10th Floor so you have a perfect view on the Bernabeu stadium”
Menno serveert ons een klein sociologisch proefje – gezinseditie. Eerst de feiten: vader ontkent, zoon bekent, baliefronst; de vergelding volgt – uitzicht op het bolwerk van de tegenpartij. Subtiel? Allerminst. Grappig? In de categorie klein leed, zeker.
Ooit, tijdens een onvrijwillig bezoek aan een Amsterdams café, kreeg DKK ongevraagd een Ajax-sjaal omgeknoopt. De blogbeheerder zal – gewapend met psychologie-van-de-koude-grond – beweren dat dáár de afkeer van Amsterdam is geboren. Alsof ideologie ontstaat uit fournituren.
Het incident was irritant en publieksvriendelijk vernederend – een tik op de ego-knokkels, geen existentiële breuk. DKK knoopte de sjaal los, drapeerde hem kortstondig over de schouder alsof het een onderscheiding voor wansmaak betrof, en verliet het etablissement met opgeheven, hoofd zonder theatrale bijgeluiden.
Wat resteerde? Geen trauma, geen westencomplex, slechts een accessoire en een notitie in het mentale archief onder het lemma: Symbolisch Gedrag Bij Licht Alcoholgebruik.
Ik sta wat te drinken op een zonnig terras in het dorp waar ik lesgeef. In een kwartier tijd komen er verschillende groepjes leerlingen langs. Ze stoppen, richten hun telefoon op mij, en lopen verder zonder iets te zeggen. De volgende dag spreek ik een van hen aan op school. „Ik vind het best onbeleefd om mensen zonder toestemming te fotograferen”, zeg ik. Mijn leerling verheldert de zaak: „Dat was geen foto, meneer. U stond op een Pikachu.”
DKK houdt van een compact ikje, maar dit is een schoolvoorbeeld van de anekdotische non-event – flauw, voorspelbaar en net te trots op z’n eigen onhandigheid.
Kleine tip – vervang de mistroostige clou door één helder beeld of een scherpere wending. Dan wordt het misschien nog een fijn, bitterzoet ikje in plaats van een vergeefse kreet om sympathie.
Pie Jesu
Het kindje had zich voor de pauze al gemeld. In een bomvol Concertgebouw luisterden we aandachtig naar de ‘Kammersinfonie op.110a’ van Sjostakovitsj toen een heldere kinderstem tot drie keer toe meldde dat ze het zo warm had. In de pauze bleek de zij een hij te zijn. Hij zat tevreden op de armen van zijn moeder. Het Requiem van Fauré na de pauze duurde de kleine man te lang en hij begon zich weer te roeren. De ouders slopen tijdens het ‘Pie Jesu’ de zaal uit. Volgende keer toch maar een oppas, Thierry Baudet?
Hans Streng
LikeLike
Klein burgermoraaltje, zelfgenoegzaam opgevoerd in het volle Concertgebouw bij Dmitri Sjostakovitsj.
De zin “in de pauze bleek de zij een hij te zijn” is klungelig en de term “kleine man” vergeelt meteen. Wat rest is een klaagzang over ouders die geen verantwoordelijkheid nemen waar de schrijver er ook geen had – namelijk het wijselijk bewaren van deze anekdote voor de familie. En ja, het plempen van Gabriel Fauré’s Requiem tot decor voor een burgermoraal is respectloos tegenover zowel muziek als publiek.
Kortom: pietluttig, moraliserend en pover geschreven
Eindoordeel: 2,7 (zegge: twee-komma-zeven)
LikeLike
Koos Postema
Een plenair overleg, nog in de oude zaal, met minister Van der Stee, die bekend stond om zijn flinke alcoholconsumptie. Om een vraag van de Kamer te beantwoorden zocht de minister in zijn papieren en zei tenslotte: „Ik kan het stuk niet vinden.”
Vanaf de publieke tribune fluisterde Koos Postema, zeer hoorbaar: „Dan moet je in je kraag kijken, man.”
Nico Hogenhuis
LikeLike
Altijd hetzelfde ritueel: een bekende overleden, een NRC-lezer graaft in de herinneringen en serveert een anekdote als bewijs van nabije intimiteit.
De kreet aan de tribune is flitsend, maar dat maakt het ikje nog geen verhaal – het is trofeeoppervlakte: kijk mij, ik was erbij.
Wat hier ontbreekt is warmte of inzicht; het is vooral een visitekaartje van de toeschouwer, niet van de overledene.
Kortom: sentimenteel souvenirverkeer, weinig literair nut.
Eindoordeel: 4,4 (zegge: vierenkommavier).
LikeLike
Fietsrondjes
Hugo (4) fietst tien rondjes op het garagepleintje met mama als commentator. Na rondje tien komt hij bij de finish en juichen ze. Dan gaat Hugo nog een rondje fietsen. Mama zegt dat hij dat niet moet doen, hij is al gefinisht en het is bedtijd. Waarop Hugo zegt: „Ik fiets niet nog een rondje. Dit is de herhaling!”
Marit Andersen
LikeLike
Een kleutergrapje dat zich voordoet als levensles.
Hugo (4) zegt “Dit is de herhaling!” – niet onaardig uit een kindermond, maar mager voer voor een kwaliteitskrant.
De inzender Marit Andersen hult het in een bravoure van betekeniszoeken en faalt vervolgens jammerlijk aan de finishlijn.
Kinderkamerhumor, niet meer maar wel veel minder.
Eindoordeel: 1,0 (zegge: één).
LikeLike
Spontane connectie
Tijdens een verre reis horen we in een klein strandcafé reggaemuziek. Op blote voeten dansen we. Geen telefoons, ver weg van big tech, alleen spontane connectie, ritme en klanken. Thuis probeer ik de muziek terug te vinden, maar wat ik ook Google, Shazam of ChatGPT, ik vind niets. Ik stuur de café-eigenaar een bericht en krijg direct de link naar de playlist. Zie je wel, denk ik, we hebben geen technologie nodig, alles draait om menselijke creativiteit en verbinding. Tot ik de playlist open en lees: „This music is fully generated by AI.”
Nikki van Dam
LikeLike
Romantische afwijzing van big tech – totdat diezelfde big tech Nikki prompt de waarheid stuurt.
Google, Shazam en ChatGPT fungeren als rekwisieten, maar ook als ontmaskeraar.
De lofzang op menselijke creativiteit verandert in clickbait-ironiek zodra de playlist meldt: “fully generated by AI.”
Performatieve Luddism, gemakzuchtige moraal en een observatie die zichzelf ondergraaft.
Eindoordeel: 4,2 (zegge: vierenkommadrie)
LikeLike
Madrid
We checken vrijdag 20 februari in bij het hotel in Madrid. De man bij de balie vraagt of wij voor het eerst in Madrid zijn. Ik schud nee en mijn zoon knikt ja: „We are going to Atletico Madrid-Espanyol tomorrow night”, zegt mijn zoon.
De man kijkt enigszins verstoord op en ik besef meteen dat dit een Real Madrid-fan is.
„I give you a room on the 10th Floor so you have a perfect view on the Bernabeu stadium”
Menno van Schaagen
LikeLike
Menno serveert ons een klein sociologisch proefje – gezinseditie. Eerst de feiten: vader ontkent, zoon bekent, baliefronst; de vergelding volgt – uitzicht op het bolwerk van de tegenpartij. Subtiel? Allerminst. Grappig? In de categorie klein leed, zeker.
Ooit, tijdens een onvrijwillig bezoek aan een Amsterdams café, kreeg DKK ongevraagd een Ajax-sjaal omgeknoopt. De blogbeheerder zal – gewapend met psychologie-van-de-koude-grond – beweren dat dáár de afkeer van Amsterdam is geboren. Alsof ideologie ontstaat uit fournituren.
Het incident was irritant en publieksvriendelijk vernederend – een tik op de ego-knokkels, geen existentiële breuk. DKK knoopte de sjaal los, drapeerde hem kortstondig over de schouder alsof het een onderscheiding voor wansmaak betrof, en verliet het etablissement met opgeheven, hoofd zonder theatrale bijgeluiden.
Wat resteerde? Geen trauma, geen westencomplex, slechts een accessoire en een notitie in het mentale archief onder het lemma: Symbolisch Gedrag Bij Licht Alcoholgebruik.
Eindoordeel: 4,6
LikeLike
Toestemming?
Ik sta wat te drinken op een zonnig terras in het dorp waar ik lesgeef. In een kwartier tijd komen er verschillende groepjes leerlingen langs. Ze stoppen, richten hun telefoon op mij, en lopen verder zonder iets te zeggen. De volgende dag spreek ik een van hen aan op school. „Ik vind het best onbeleefd om mensen zonder toestemming te fotograferen”, zeg ik. Mijn leerling verheldert de zaak: „Dat was geen foto, meneer. U stond op een Pikachu.”
Thomas Otte
LikeLike
DKK houdt van een compact ikje, maar dit is een schoolvoorbeeld van de anekdotische non-event – flauw, voorspelbaar en net te trots op z’n eigen onhandigheid.
Kleine tip – vervang de mistroostige clou door één helder beeld of een scherpere wending. Dan wordt het misschien nog een fijn, bitterzoet ikje in plaats van een vergeefse kreet om sympathie.
Eindoordeel: 3,2
LikeLike