Ik had de vloer 4x geschuurd, 2x geboend en 4x gestofzuigd. Ik kende alle tekeningen die het leven op de vloer gemaakt had. Het werd nu tijd voor de olie. Goed nadenken dus. Doeken, kniemat, vloer vrij, boenmachine klaar en een exit. Ok, plastic zakjes om de schoenen en 100 m2 inwrijven. Wat kon er mis gaan? Niets toch? Trots en met wax-in-wax-out-armen kijk ik naar het nog natte resultaat totdat ik een geluid ergens vanaf de vloer hoor: „Miauw!”
Klusritueel als identiteitsverhaal: vier keer schuren, twee keer boenen — en vooral: zelfgenoegzaamheid in wax-vorm. Het miauwtje is niet de pointe; de pointe is dat de auteur zich verheft tot klusgod en het huisdier tot onvermijdelijke tegenstander. Een prachtig voorbeeld van doe-het-zelfnarcisme: 100% techniek, nul bescheidenheid.
Slechts glans op een platte verklaring van eigen deugd.
Voor mijn vaders verjaardag verzamelen we met de hele familie bij mijn ouders. Voor we aan tafel gaan, komt mijn moeder aanlopen met cadeautjes voor iedereen. Vrolijk blauw inpakpapier met ballonnen erop. „Een noodradio!” Mijn broer heeft de zijne al uitgepakt en draait aan de knop. Een rocknummer schalt uit de kleine radio. Terwijl ik de antenne beethoud om het kraken tegen te gaan, dansen mijn moeder en broer samen door de kamer. „Nou,” zegt mijn broers vriendin, terwijl ze staart naar het vrolijke inpakpapier, „zo komen we de oorlog wel door!”
In verband met tornado’s hebben we twee noodradio’s: één in de schuilkelder en één die op het nachtkastje piept.
Regelmatig oefenen mijn vrouw en ik een één-minuut-drill: ik ren met de kat (die me altijd pest) naar de schuilplaats; zij telt af; ik zet de radio op “alarms only”. Zo weten we dat we het binnen 60 seconden halen.
Je hoort wel eens verhalen dat mannen geen idee hebben van de mental load die moeders dragen om de dagelijkse gang binnen het gezin lopend te houden. Het onzichtbare werk. Toegegeven: mijn man doet veel als het op de kinderen aankomt. Zoals de avondroutine met onze kleuter. De kindertandpasta was op en ik gaf hem een nieuwe tube uit de voorraad. Hij zei oprecht verrast dat we wel vier jaar lang met één tube hadden gedaan …
Man ontdekt dat één tube kindertandpasta zogenaamd vier jaar meeging — het wordt gepresenteerd als bewijs van onzichtbaar huishoudelijk heldendom.
Feitelijke vraag: was dat werkelijk één tube, of heeft iemand tubes verstopt, liep de telling mank, of doseert men zó spaarzaam dat het bijna een meditatieve praktijk is? De plausibiliteit stokt, en daarmee de geloofwaardigheid van de anekdote.
Al bijna 20 jaar maak ik gepersonaliseerde kraamcadeaus. Zodra ze klaar zijn leg ik ze ingepakt in folie op een kastje in de hal, in afwachting van degene die het op komt halen. Door de jaren heen heb ik veel namen voorbij zien komen, van oud-Hollands tot exotisch en alles daartussenin. Op een dag mocht ik een cadeautje voor Maas maken. Het was goed gelukt en ik was er weer trots op. Mijn man zag het bij thuiskomst liggen en zei: „Maas? Wie noemt er zijn kind nou naar een rivier?” Mijn reactie: „Tja, Arno.”
Koketteren met eigen ‘snaaksheid’ lukt Marianne niet; het levert een buitengewoon mager verhaaltje op. De grap rust op voorkennis die vooral toeristisch-elitair is (u hebt Toscane gezien, u knikt begrijpend).
Overigens: DKK is vernoemd naar een rivier in de Amerikaanse staat Maryland, die uitmondt in de Assawoman Bay — en gelukkig is daar nooit een gepersonaliseerd kraamcadeau voor gemaakt.
Mijn zoon werkt in een telefoonwinkel. Sinds het Odido-datalek komen klanten bezorgd binnen: „Liggen mijn gegevens nu op straat?” Hij kijkt met ze mee naar hun data, heel rustig en professioneel. En dan blijkt vaak: ze zijn allang eerder gehackt. Niet één keer, gemiddeld minstens vijf keer. Vijf! Alsof je na één inbraak de slotenmaker belt en die zegt: „Mevrouw, u woont al jaren zonder slot op uw deur. ” Vervelend, natuurlijk. Maar eerlijk: voor awareness werkt het uitstekend. Soms is paniek blijkbaar de beste marketingcampagne.
Hacking, hacking… Boernzeur heurt ’t nou al joaren. Vief keer gehackt, zeggen ze dan.
Boernzeur krabt zich achter ’t oor en denkt: hoe krieg je dat veur mekaar?
Hier op ’t erf is ’t heel simpel. Op elke deure een ander slot en de sleutel niet onder de deuremat. En as d’r een mailtie komt met “klik hier”, dan klikt Boernzeur mooi nergens.
Dus nee hoor: niet vief keer gehackt. Niet één keer. Nog nooit niet.
Zal wel kommen omdat hackers ook wel zien: daar zit zo’n pienter boerke achter de computer, die eerst z’n kop gebruukt veurdat ’ie op de muus drukt.
Wat een verrukkelijke verrassing – niet. Heer Rozenwater heeft het ikjes-skelet weer uit de kast gehaald en doet net alsof een dun laagje AI het allemaal een stuk briljanter maakt.
Het ikje zelf? Een zielig plofje op de redactievloer – houterig geschreven, en inhoudelijk al even mager.
En dan DKK – met zijn oervervelende riedel. Alsof één truttige alias nog niet genoeg is: halen ze ook nog de Boernzeur van stal. Bareuh!
Man, man, man. Zelfde oude zucht, dezelfde zure gal.
A. Hocuspocus – alsjeblieft, zeg er eens wat van. Naar jou luisteren ze wel.
Schaapje
Ik moest oppassen bij mijn kleinkinderen inclusief de nacht.
Ze hebben een schaapje dat licht geeft; rood: het is nacht, groen: we mogen opstaan.
Om drie uur ‘s nachts kwam mijn kleinzoon mij wakker maken.
Luc Beyer
LikeLike
Techno-schaapje als pedagogisch pleister – slim bedacht, slecht uitgevoerd.
Elegant in theorie, zielloos in de slaapkamer.
Moraal: wanneer techniek ouders vervangt, wint het kinderlijke impuls.
De inzender serveert het als aandoenlijk tafereel; DKK ziet vooral gemakzucht en een flauwe clou.
Eindoordeel: 4,3 (zegge: vier-komma-drie).
LikeLike
Hee, een ikjes-bespreking. Wat een geinig idee!
LikeGeliked door 1 persoon
100m2 inwrijven
Ik had de vloer 4x geschuurd, 2x geboend en 4x gestofzuigd. Ik kende alle tekeningen die het leven op de vloer gemaakt had. Het werd nu tijd voor de olie. Goed nadenken dus. Doeken, kniemat, vloer vrij, boenmachine klaar en een exit. Ok, plastic zakjes om de schoenen en 100 m2 inwrijven. Wat kon er mis gaan? Niets toch? Trots en met wax-in-wax-out-armen kijk ik naar het nog natte resultaat totdat ik een geluid ergens vanaf de vloer hoor: „Miauw!”
Robert Leemker
LikeLike
Klusritueel als identiteitsverhaal: vier keer schuren, twee keer boenen — en vooral: zelfgenoegzaamheid in wax-vorm.
Het miauwtje is niet de pointe; de pointe is dat de auteur zich verheft tot klusgod en het huisdier tot onvermijdelijke tegenstander.
Een prachtig voorbeeld van doe-het-zelfnarcisme: 100% techniek, nul bescheidenheid.
Slechts glans op een platte verklaring van eigen deugd.
Eindoordeel: 4,0 (zegge: vier).
LikeLike
DKK had zijn koffie nog niet op.
LikeLike
Cadeautjes voor iedereen
Voor mijn vaders verjaardag verzamelen we met de hele familie bij mijn ouders. Voor we aan tafel gaan, komt mijn moeder aanlopen met cadeautjes voor iedereen. Vrolijk blauw inpakpapier met ballonnen erop. „Een noodradio!” Mijn broer heeft de zijne al uitgepakt en draait aan de knop. Een rocknummer schalt uit de kleine radio. Terwijl ik de antenne beethoud om het kraken tegen te gaan, dansen mijn moeder en broer samen door de kamer. „Nou,” zegt mijn broers vriendin, terwijl ze staart naar het vrolijke inpakpapier, „zo komen we de oorlog wel door!”
Sacha van Leeuwen
LikeLike
In verband met tornado’s hebben we twee noodradio’s: één in de schuilkelder en één die op het nachtkastje piept.
Regelmatig oefenen mijn vrouw en ik een één-minuut-drill: ik ren met de kat (die me altijd pest) naar de schuilplaats; zij telt af; ik zet de radio op “alarms only”. Zo weten we dat we het binnen 60 seconden halen.
LikeLike
Kindertandpasta
Je hoort wel eens verhalen dat mannen geen idee hebben van de mental load die moeders dragen om de dagelijkse gang binnen het gezin lopend te houden. Het onzichtbare werk. Toegegeven: mijn man doet veel als het op de kinderen aankomt. Zoals de avondroutine met onze kleuter. De kindertandpasta was op en ik gaf hem een nieuwe tube uit de voorraad. Hij zei oprecht verrast dat we wel vier jaar lang met één tube hadden gedaan …
Anne May van ‘t Wout
LikeLike
Man ontdekt dat één tube kindertandpasta zogenaamd vier jaar meeging — het wordt gepresenteerd als bewijs van onzichtbaar huishoudelijk heldendom.
Feitelijke vraag: was dat werkelijk één tube, of heeft iemand tubes verstopt, liep de telling mank, of doseert men zó spaarzaam dat het bijna een meditatieve praktijk is? De plausibiliteit stokt, en daarmee de geloofwaardigheid van de anekdote.
Eindoordeel: 3,0 (zegge: drie) — charmant bedoeld, kritisch pover.
LikeLike
Baby Maas
Al bijna 20 jaar maak ik gepersonaliseerde kraamcadeaus. Zodra ze klaar zijn leg ik ze ingepakt in folie op een kastje in de hal, in afwachting van degene die het op komt halen. Door de jaren heen heb ik veel namen voorbij zien komen, van oud-Hollands tot exotisch en alles daartussenin. Op een dag mocht ik een cadeautje voor Maas maken. Het was goed gelukt en ik was er weer trots op. Mijn man zag het bij thuiskomst liggen en zei: „Maas? Wie noemt er zijn kind nou naar een rivier?” Mijn reactie: „Tja, Arno.”
Marianne de Bruijn
LikeLike
Koketteren met eigen ‘snaaksheid’ lukt Marianne niet; het levert een buitengewoon mager verhaaltje op. De grap rust op voorkennis die vooral toeristisch-elitair is (u hebt Toscane gezien, u knikt begrijpend).
Overigens: DKK is vernoemd naar een rivier in de Amerikaanse staat Maryland, die uitmondt in de Assawoman Bay — en gelukkig is daar nooit een gepersonaliseerd kraamcadeau voor gemaakt.
Eindoordeel: 4,9 (zegge: vierkomma-negen).
LikeLike
Datalek
Mijn zoon werkt in een telefoonwinkel. Sinds het Odido-datalek komen klanten bezorgd binnen: „Liggen mijn gegevens nu op straat?” Hij kijkt met ze mee naar hun data, heel rustig en professioneel. En dan blijkt vaak: ze zijn allang eerder gehackt. Niet één keer, gemiddeld minstens vijf keer. Vijf! Alsof je na één inbraak de slotenmaker belt en die zegt: „Mevrouw, u woont al jaren zonder slot op uw deur. ” Vervelend, natuurlijk. Maar eerlijk: voor awareness werkt het uitstekend. Soms is paniek blijkbaar de beste marketingcampagne.
Ilse Harmelink
LikeLike
Hacking, hacking… Boernzeur heurt ’t nou al joaren. Vief keer gehackt, zeggen ze dan.
Boernzeur krabt zich achter ’t oor en denkt: hoe krieg je dat veur mekaar?
Hier op ’t erf is ’t heel simpel. Op elke deure een ander slot en de sleutel niet onder de deuremat. En as d’r een mailtie komt met “klik hier”, dan klikt Boernzeur mooi nergens.
Dus nee hoor: niet vief keer gehackt. Niet één keer. Nog nooit niet.
Zal wel kommen omdat hackers ook wel zien: daar zit zo’n pienter boerke achter de computer, die eerst z’n kop gebruukt veurdat ’ie op de muus drukt.
LikeLike
Wat een verrukkelijke verrassing – niet. Heer Rozenwater heeft het ikjes-skelet weer uit de kast gehaald en doet net alsof een dun laagje AI het allemaal een stuk briljanter maakt.
Het ikje zelf? Een zielig plofje op de redactievloer – houterig geschreven, en inhoudelijk al even mager.
En dan DKK – met zijn oervervelende riedel. Alsof één truttige alias nog niet genoeg is: halen ze ook nog de Boernzeur van stal. Bareuh!
Man, man, man. Zelfde oude zucht, dezelfde zure gal.
A. Hocuspocus – alsjeblieft, zeg er eens wat van. Naar jou luisteren ze wel.
LikeLike