11 Responses

  1. De Schrijvende Rechter

    Uit ‘Camera Obscura’ – De veerschipper:

    (De schipper van de trekschuit neemt de komst der spoorwegen luchtig op)

    (…)

    ‘Je zelt haast gedaan hebben, schippertje?’ zei een jufvrouw in de roef, onder haar bril uitkijkende, tot onzen rietheuvel, nadat zij vruchtelooze pogingen had in ’t werk gesteld om een heer, die in ’t hoekje zat, aan den praat te krijgen: ‘Je zelt haast gedaan hebben, schippertje!’ – ‘Hoe zoo, jufvrouw?’ vroeg de kapitein. – ‘Wel met die spoorwegen.’ – ‘Spoorwegen! jufvrouw, dat ’s geen duit waard. Als ’t anders niet was; die hebben haast gedaan. Maar dat nieuwe.’ – De jufvrouw wist ter wereld niets nieuwer dan spoorwegen, en ‘men zou er haar ook niet op krijgen’. – ‘Ja maar,’ merkte rietheuvel aan, ‘in dat nieuwe ga je wèl: je hebt immers wel gelezen van dien onderaardschen Schietblaasbalk?’ – ‘Van de wat?’ vroeg de jufvrouw, haar bril van den neus nemende; ‘van de wat?’ – ‘Wel, de onderaardsche Schietblaasbalk,’ riep de schipper, zoo hard als zijn verweerde stem gedoogde. ‘Heerlijk hoor! Je hebt pijpen, buizen, kanalen: onderaardsche weetje? ‘k Zel zeggen van Amsterdam naar Rotterdam en vicie vercie; dat zijn de twee grootste. Nou heb je dan ook

    [p. 317]

    korte, voor Halfweg, Haarlem, Leiden, Delft…., dat begrijpje, na venant.’ – De jufvrouw spitste haar ooren, en opende den mond. – ‘Best, je komt in ’t ketoor; je ziet een partij luiken in den vloer, met groote letters beschilderd: al de plaatsen, weetje, die staan der op. Halfweg, Haarlem, Leiden, allemaal. Je ziet een groote schaal hangen en een knecht in leverei, netjes as ’t hoort, der bij. Waar mot de jufvrouw nou b.v. wezen? Zeg maar wat?’ – Hier wachtte de verhaler op een antwoord, maar de jufvrouw wist niet wat ze zeggen zou, en vreesde dat het heele verhaal een strik was om hare onnoozelheid te vangen. – ‘Nou goed, as je ’t dàn maar weet. Ik zel maar zeggen: je mot te Rotterdam zijn. Je krijgt een kaartje. Best. Belieft u maar op de schaal te stappen.’ – Hier kon de jufvrouw zich niet bedwingen: ‘Op de schaal, schipper?’ riep zij uit, en hare oogappels werden van verbazing zoo groot als tafelborden. ‘Wat mot ik op de schaal doen?’ – ‘Dat zel je hooren. UE. wordt gewogen. Je bent nog al dikkig. Goed. Zoo veel pond, zoo veel kracht op den blaasbalk. Belieft u maar op dat luikie te gaan staan. Pof, je zakt in den grond. Ruut! daar ga je, hoor! Je ziet niks niemendal als egyptische duisternis. ’t Hoeft ook niet. Tien minuten. Knip, knap, gaan de veeren. Daar sta je weer in een ketoor; je denkt in ’t zelfde? Mis! Je bènt te Rotterdam. Is ’t waar of niet, piet?’

    Op dit beroep antwoordt de aangesprokene, die als knecht met den Mottige vaart, niet anders dan door het hoofd te schudden, te lachen en een pruimpje te nemen. – ‘Piet wordt er Weger bij,’ vervolgt de schipper: ‘Je kent er de teekening van zien; ’t zou al lang ingevoerd zijn, me lieve jufvrouw! maar ’t het motten wachten tot dat die wije mouwen uit de mode waren. – Pietje, ’t wordt koud, man, je hebt je jaren. Wees niet nuffig omdat er een juffer in de schuit is; trek den schanslooper an, maat; en geef mijn me zuidwester, want het begint te regenen.

    (…)

    Like

Negeren en tot tien tellen werkt soms het beste...

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s