In de rij voor de kassa van de boekhandel staan voor mij een vader en zijn dochtertje van een jaar of negen. Nadat vader zijn spullen op de toonbank heeft gelegd herinnert hij zich nog net op tijd dat dochterlief een rekenmachine nodig heeft voor school.
De winkelmedewerker vraagt het meisje welke rekenmachine ze precies had gewenst.
Zichtbaar uit haar evenwicht gebracht valt er een korte stilte. Dan antwoordt het meisje resoluut: „De beste alstublieft!”
In de wachtkamer van de tandarts spreekt iemand aan de leestafel mij aan met de vraag of ik nog steeds met de trein naar Arnhem reis.
Ik antwoord verbaasd dat ik in het verleden wel dagelijks in de trein zat, omdat ik in Utrecht werkte, maar dat ik sinds mijn pensionering, zeventien jaar geleden, sindsdien niet meer zoveel op dat traject reis. „U herinner ik mij overigens niet van die treinreizen”, antwoord ik.
„O ja, ik herken u direct”, vervolgt hij vriendelijk: „Ik was conducteur bij de NS en ik kan goed gezichten onthouden.”
Dat vind ik een mooi aanknopingspunt om er nog even verder met hem op door te gaan, maar inmiddels word ik opgeroepen. „Geen probleem”, zegt de man nog: „Ik loop wel even met je mee.”
Ik heb hem. Die ene klant waar menig klantenservice-medewerker van gaat zweten. Om te zeggen dat hij dominant gedrag vertoont, is hetzelfde als een olifant zwaar noemen. Meneer blaft, beveelt, is onredelijk, tutoyeert en noemt me „meisje”.
Ik ben er klaar mee. Na een diepe ademhaling leg ik in keurig Algemeen Beschaafd Nederlands uit dat ik zo niet wens te worden toegesproken en dat ik de verbinding ga verbreken als hij zijn toon niet aanpast. Het is even stil. Dan: „Dat is bijzonder. Dat zei dat andere meisje net ook al.”
Het is vrijdagavond en koopavond in het dorp, ook voor het enige bankfiliaal. Dit bestaat uit één huiskamer-grote ruimte met twee loketten. Eén ervan is bemand.
Buiten is het druilerig weer en binnen wachten een paar mensen op hun beurt. Het is erg stil.
Een vader, met zijn zoontje van een jaar of tien, is aan de beurt en omdat hij niet wil dat iedereen uit het dorp dit kan horen, fluistert hij naar de juffrouw achter het glazen loket:
„Ik wil graag tienduizend euro opnemen.”
Zijn zoontje hoort dit en roept heel hard: „TIENDUIZEND EURO? Dat is zeker voor die caravan, hè pa?”
Rekenen
In de rij voor de kassa van de boekhandel staan voor mij een vader en zijn dochtertje van een jaar of negen. Nadat vader zijn spullen op de toonbank heeft gelegd herinnert hij zich nog net op tijd dat dochterlief een rekenmachine nodig heeft voor school.
De winkelmedewerker vraagt het meisje welke rekenmachine ze precies had gewenst.
Zichtbaar uit haar evenwicht gebracht valt er een korte stilte. Dan antwoordt het meisje resoluut: „De beste alstublieft!”
Stephanie Poeliejoe Zewald
LikeLike
Snappem niet…
LikeLike
De NRC-redactie doet kennelijk niet aan goede voornemens.
Eindoordeel: 3 ( zegge: drie)
LikeLike
Conducteur
In de wachtkamer van de tandarts spreekt iemand aan de leestafel mij aan met de vraag of ik nog steeds met de trein naar Arnhem reis.
Ik antwoord verbaasd dat ik in het verleden wel dagelijks in de trein zat, omdat ik in Utrecht werkte, maar dat ik sinds mijn pensionering, zeventien jaar geleden, sindsdien niet meer zoveel op dat traject reis. „U herinner ik mij overigens niet van die treinreizen”, antwoord ik.
„O ja, ik herken u direct”, vervolgt hij vriendelijk: „Ik was conducteur bij de NS en ik kan goed gezichten onthouden.”
Dat vind ik een mooi aanknopingspunt om er nog even verder met hem op door te gaan, maar inmiddels word ik opgeroepen. „Geen probleem”, zegt de man nog: „Ik loop wel even met je mee.”
Frits Slijkoord
LikeLike
Iets voor ons rechtertje: Brommers kiek’n.
https://www.2doc.nl/nieuws/artikelen/binnenland/2018/brommers-kiekn-hoe-is-het-nu-met.html#
LikeLike
Klant
Mare Vendel
5 januari 2018
Ik heb hem. Die ene klant waar menig klantenservice-medewerker van gaat zweten. Om te zeggen dat hij dominant gedrag vertoont, is hetzelfde als een olifant zwaar noemen. Meneer blaft, beveelt, is onredelijk, tutoyeert en noemt me „meisje”.
Ik ben er klaar mee. Na een diepe ademhaling leg ik in keurig Algemeen Beschaafd Nederlands uit dat ik zo niet wens te worden toegesproken en dat ik de verbinding ga verbreken als hij zijn toon niet aanpast. Het is even stil. Dan: „Dat is bijzonder. Dat zei dat andere meisje net ook al.”
Mare Vendel
LikeLike
Loket
Het is vrijdagavond en koopavond in het dorp, ook voor het enige bankfiliaal. Dit bestaat uit één huiskamer-grote ruimte met twee loketten. Eén ervan is bemand.
Buiten is het druilerig weer en binnen wachten een paar mensen op hun beurt. Het is erg stil.
Een vader, met zijn zoontje van een jaar of tien, is aan de beurt en omdat hij niet wil dat iedereen uit het dorp dit kan horen, fluistert hij naar de juffrouw achter het glazen loket:
„Ik wil graag tienduizend euro opnemen.”
Zijn zoontje hoort dit en roept heel hard: „TIENDUIZEND EURO? Dat is zeker voor die caravan, hè pa?”
G.J. Pruim
LikeLike
Kids say the darndest things.
LikeLike