Mijn studentikoze neef staat nog geen uur op z’n snowboard als hij een sleutelbeen breekt. „O no, not you again”, zegt de Franse dokter die hem herkent van de vorige avond, toen hij zich bij de eerste hulp meldde met een flinke jaap in z’n onderarm. Twee dagen later treint neef terug naar Delft om zich te laten opereren aan zijn geknakte sleutelbeen. Eenmaal uit de narcose voelt meneer zich prima en rammelt z’n maag. De verpleegkundige vraagt wat hij op z’n brood wil hebben. Hij denkt even na en vraagt: heeft u gerookte zalm?
Lies Smulders
Dat had de neef in Frankrijk dan ook op zijn brood kunnen krijgen.
Echt hilarisch wil dit verhaal niet worden, vermoedelijk vanwege de ellenlange aanloop met eigenlijk alleen maar voor de pointe overbodige opsmuk. En da’s een doodzonde in ikjesland.
Bas van Vuren
Ik kan hier wel om lachen als je het bekijkt vanuit het oogpunt zoals ze bij Jiskefet de lullo’s hebben neergezet. En dat deed ik. Als je dat niet doet is het natuurlijk gewoon een heel vervelend irritant verwend ventje. Het gaat er een beetje om hoe je eigen pet staat als je dit leest. Nou is dat wel vaker, maar bij dit ikje ligt dat er dik boven op. En ook dat feit maakt dat dit ikje wat mij betreft dik is goedgekeurd.
– Jan Sierhuis
Lummel is weer terug. Wat hebben we hem gemist!
Ik ben weer terug na zeven dagen op de kleintjes gepast te hebben.
– lummel
Ook DSR houdt ons nauwgezet op de hoogte van zijn sociale wedervaren:
We hebben de Franse nichtjes een weekend gehad. Heel leuk allemaal maar het houdt je wel bezig.
Mijn niet-Nederlandse bijleskind van 8 probeer ik uit te leggen waarom taal zo belangrijk is. Later op school krijgt hij ook rekensommen, met opdrachten als: „De schilder moet een muur schilderen van zoveel meter bij zoveel meter. Er is zoveel verf per vierkante meter nodig, er gaat zoveel verf in een blik. Reken uit wat de schilder nodig heeft.” Zijn antwoord: „Een kwast.”
Paquita de Graaff
Als je een stukje begint met “Mijn niet-Nederlandse bijleskind” dan komt het niet meer goed. De tweede zin rammelt met dat “Later op school” en “ook”(“ook”?) en die overbodige komma. Tja, en dan is de lezer zo geïrriteerd dat het standaardmopje niet meer uit de verf komt.
Bas van Vuren
Ik hanteer andere maatstaven. Overbodige komma’s boeien me niet. Het belangrijkste is dat ik het ikje en de context direct snap en het een leuk verhaaltje vind. Aan die eisen voldoet dit ikje.
Het is toch opvallend dat alderlieden die zich hier uitgeven als taalmaatje of zelfs formuleringscoach zelf nou niet bepaald uitblinken in vlotgeschreven teksten.
Ook vandaag is de aanvang hoekig, de uiteenzetting merkwaardig (er zijn toch wel andere manieren om een achtjarige het nut van taal te laten inzien) en de pointe vlak.
Maar je kunt er met goed fatsoen weinig van zeggen als je zelf geen languagebuddydude bent.
Nochthans was DSR met goede zin vertrokken. Als je de Ik-jes opzoekt op NRC.nl zie je eerst de titel en de auteur. Paquita, een naam als een paradijsvogel! Dat beloofde wat. Enfin….
Ik zit in mijn auto op de parkeerplaats van een supermarkt. Boodschappen gedaan en mezelf getrakteerd op een snack van de broodafdeling. Plots wordt het rechterportier opengetrokken. Een man van middelbare leeftijd gaat snel op de stoel naast me zitten. „Fijn, dat u er al bent”, zegt hij. „Ja”, zeg ik verbouwereerd. „Ik denk dat ik hier verkeerd ben”, zegt hij nu hij even opzij kijkt. „Dat denk ik ook”, zeg ik. „Eet smakelijk verder en een prettige dag nog”, en weg is hij.
Jelis van Dolderen
De crux zit in het “mezelf getrakteerd op een snack van de broodafdeling”.
De inzender haast zich hiermee te verklaren dat hij heus geen regelmatige snacker is. Het gaat heus waar maar om een enkele uitspatting, van de broodafdeling, niet uit een snackbar, stel je voor!
De Schrijvende Rechter
Zoals de waard is, zo vertrouwt hij zijn gasten.
Ad Hok leest het ikje gelukkig zónder zijn eigen vooroordelen of rare fantasieën op de personages te projecteren.
Ik vind ‘em eigenlijk wel leuk, beetje absurdistisch.
Ik ben niet zo goed op de hoogte van wat er tegenwoordig in de broodafdeling van een supermarkt te halen valt, maar ik zou denken aan een roombroodje of een gevulde koek.
Ad Hok
Die man wilde iets anders in zijn mond stoppen? 🥸
Bas van Vuren
Suggestief inderdaad, ik kan hier niet eens om glimlachen. Had na het lezen zoiets van “okay, en nu?”
Mijn dochter en schoonzoon zijn de trotse ouders van een bijna tweejarige zoon. Het opvoeden is een beetje begonnen en tot hun vreugde werpt dat vaak goede vruchten af. Momenteel wordt er flink geoefend op het leren ‘Dank-je-wel-zeggen’ op het moment dat hem iets wordt aangeboden. En ook hierbij lijkt hij een snelle leerling. Op zaterdagochtend biedt de kaasboer op de lokale markt hem een stukje kaas aan. Als zijn vader hem verwachtingsvol vraagt: „Wat zeg je dan?”, antwoordt hij gretig: „Meer!”
Clara Bourguignon
Het wordt uiteraard prijsschieten voor de ikjes-criticasters:
Trotse oma’s schrijven altijd te brave, te voorspelbare Ik-jes.
DSR zou liever eens van een knorrige oudoom horen.
Het kinderikje is onuitroeibaar en echt alles is er al over gezegd dat er over gezegd kan worden. Hielden die ouders die hilarische citaten maar eens een beetje voor zichzelf en opa en oma.
Bas van Vuren
Beetje het effect van (klein-)kind foto’s die je ongevraagd allemaal te zien krijgt. Leuk voor de (groot-)ouders, maar val ons er even niet mee lastig.
Jan Sierhuis
NRC kan ze moeilijk verbieden…..
bertjens
Gelukkig hebben we Ilona nog, die wél oog heeft voor de menselijke kant van het verhaaltje:
Een trotse oma, over haar eerste kleinkind neem ik aan. Hoe bijzonder je eerste kleinkind is, valt eigenlijk met geen pen te beschrijven. Zo aandoenlijk. De uitspraak van het kereltje zal meer trotse oma’s bekend voorkomen.
Terwijl ik in de schoolpauze door de stad loop, komt een jongen naar mij toe fietsen op een fatbike. „Waarom draag jij een korte broek”, vraagt hij. Omdat ik deze vraag wel vaker krijg en deze keer geen zin heb in het hele „goede-bloedsomloopverhaal, zeg ik: „Gewoon, omdat het kan.” „Ben je gek of zo”, vraagt hij. „Misschien een beetje.” „Kankersukkel!”, zegt hij een paar keer. Ik weet niet hoe ik moet reageren, waarop hij zegt: „Waarom kijk je me zo raar aan?”
Octaaf Bierman (15 jaar)
Een heel triest tijdsbeeld van de tijd waarin wij leven. En helaas nog herkenbaar ook. Ik wens Octaaf en ons, de normale mensen, veel wijsheid en sterkte.
Bas van Vuren
Zo gaat dat hier en daar. Je wordt er beroerd van.
bertjens
Shorts in de winter? Het is een beetje gek, maar ik vind het heerlijk! En de aandacht die ik krijg maakt het nog leuker.
Heer Rozenwater
Tsja, hoe dat nu afloopt….. het is geen sisser, het is ook geen knal. De lezer blijft een beetje verweesd achter.
DSR was aanvankelijk op het verkeerde been gezet. Het goedebloedsomloopverhaal deed hem denken dat de verteller een oud mannetje was, maar dat kwam niet overeen met de vrijpostige toon van het fatbikeschoffie.
Het noemen van die fatbike was trouwens een aardige social marker, vergelijkbaar met een nektattoo.
DSR junior jr. is sinds kort toegetreden tot een soort cultus op zijn school die het dragen van korte broeken onder alle weersomstandigheden als uitgangspunt heeft. Diepere motivaties heb ik nog niet vernomen, het is geloof ik vooral om de stoerigheid te doen.
Hier had een ikje kunnen staan.
LikeLike
Brokkenpiloot
Mijn studentikoze neef staat nog geen uur op z’n snowboard als hij een sleutelbeen breekt. „O no, not you again”, zegt de Franse dokter die hem herkent van de vorige avond, toen hij zich bij de eerste hulp meldde met een flinke jaap in z’n onderarm. Twee dagen later treint neef terug naar Delft om zich te laten opereren aan zijn geknakte sleutelbeen. Eenmaal uit de narcose voelt meneer zich prima en rammelt z’n maag. De verpleegkundige vraagt wat hij op z’n brood wil hebben. Hij denkt even na en vraagt: heeft u gerookte zalm?
Lies Smulders
Lummel is weer terug. Wat hebben we hem gemist!
Ook DSR houdt ons nauwgezet op de hoogte van zijn sociale wedervaren:
🎵 Een lied van gebroken botten en zilte zalm 🎵
LikeLike
Verf
Mijn niet-Nederlandse bijleskind van 8 probeer ik uit te leggen waarom taal zo belangrijk is.
Later op school krijgt hij ook rekensommen, met opdrachten als: „De schilder moet een muur schilderen van zoveel meter bij zoveel meter. Er is zoveel verf per vierkante meter nodig, er gaat zoveel verf in een blik. Reken uit wat de schilder nodig heeft.”
Zijn antwoord: „Een kwast.”
Paquita de Graaff
Ik hanteer andere maatstaven. Overbodige komma’s boeien me niet. Het belangrijkste is dat ik het ikje en de context direct snap en het een leuk verhaaltje vind. Aan die eisen voldoet dit ikje.
🎵 Verf 🎵
LikeLike
Snack
Ik zit in mijn auto op de parkeerplaats van een supermarkt. Boodschappen gedaan en mezelf getrakteerd op een snack van de broodafdeling. Plots wordt het rechterportier opengetrokken. Een man van middelbare leeftijd gaat snel op de stoel naast me zitten.
„Fijn, dat u er al bent”, zegt hij.
„Ja”, zeg ik verbouwereerd.
„Ik denk dat ik hier verkeerd ben”, zegt hij nu hij even opzij kijkt.
„Dat denk ik ook”, zeg ik.
„Eet smakelijk verder en een prettige dag nog”, en weg is hij.
Jelis van Dolderen
Zoals de waard is, zo vertrouwt hij zijn gasten.
Ad Hok leest het ikje gelukkig zónder zijn eigen vooroordelen of rare fantasieën op de personages te projecteren.
🎵 S̲n̲a̲c̲k̲ 🎵
LikeLike
Goede manieren
Mijn dochter en schoonzoon zijn de trotse ouders van een bijna tweejarige zoon. Het opvoeden is een beetje begonnen en tot hun vreugde werpt dat vaak goede vruchten af. Momenteel wordt er flink geoefend op het leren ‘Dank-je-wel-zeggen’ op het moment dat hem iets wordt aangeboden. En ook hierbij lijkt hij een snelle leerling.
Op zaterdagochtend biedt de kaasboer op de lokale markt hem een stukje kaas aan. Als zijn vader hem verwachtingsvol vraagt: „Wat zeg je dan?”, antwoordt hij gretig: „Meer!”
Clara Bourguignon
Het wordt uiteraard prijsschieten voor de ikjes-criticasters:
Gelukkig hebben we Ilona nog, die wél oog heeft voor de menselijke kant van het verhaaltje:
🎵 G̲o̲e̲d̲e̲ ̲m̲a̲n̲i̲e̲r̲e̲n̲ 🎵
LikeLike
Korte broek
Terwijl ik in de schoolpauze door de stad loop, komt een jongen naar mij toe fietsen op een fatbike. „Waarom draag jij een korte broek”, vraagt hij. Omdat ik deze vraag wel vaker krijg en deze keer geen zin heb in het hele „goede-bloedsomloopverhaal, zeg ik: „Gewoon, omdat het kan.”
„Ben je gek of zo”, vraagt hij.
„Misschien een beetje.”
„Kankersukkel!”, zegt hij een paar keer.
Ik weet niet hoe ik moet reageren, waarop hij zegt: „Waarom kijk je me zo raar aan?”
Octaaf Bierman (15 jaar)
🎵 W̲a̲a̲r̲o̲m̲ ̲d̲r̲a̲a̲g̲ ̲j̲i̲j̲ ̲e̲e̲n̲ ̲k̲o̲r̲t̲e̲ ̲b̲r̲o̲e̲k̲?̲ 🎵
LikeLike
🎵 Ode aan de Verzachting 🎵
LikeLike