De leraar kijkt rond in de klas en wijst een jongen met olijfzwarte krullen aan. „Toevek!” De jongen kijkt op. „Toevek?” „Ik bedoel Toefik. Lees voor.” „Je bedoelt Tofik?” „Ja, Tofik. Lees voor.” „Maar ik heet Rachid!”
Wat een vondst van de ikjesredactie: “Een Tofikje.” Flinterdun, kinderachtig en precies het soort stagiairehumor dat thuishoort bij de koffieautomaat – niet boven een ikje.
Laat Taoufik Abou gewoon voorlezen. Tel je zegeningen dat een derde-generatie gastarbeiderskind, dankzij degelijke opvoeding en goed onderwijs, de kwaliteitskrant leest en zijn stem krijgt. Dat verdient respect, geen theatertje met flauwe woordgrapjes.
Stagiaire: doe gewoon je werk en verdwijn daarna weer geruisloos in de coulissen.
Een klassiek misverstandje, precies getimed — geen moraliteit, gewoon scène. De woordspeling Tofikje lag zo voor de hand dat het bijna nalatig zou zijn geweest hem níét te maken.
B. van Vurenga daarentegen: Zijn tirade leest als afgewezen-inzendersfrustratie vermomd als cultuurkritiek. — niet omdat de grap het verdient, maar omdat zijn eigen ikje weer eens geen applaus kreeg.
In de kringloopwinkel met mijn oma, merkte ik het weer. Ze is niet op haar Rotterdamse mondje gevallen. Ik kwam het pashokje uit: het rokje vond ze te kort en de trui te rafelig. Weer kwam ik het hokje uit: ze vond het oké maar niet bijzonder. Ik deed nog een poging met een paar gedragen cowboylaarzen: „Ordinair.” Toen ik het gordijn voor de zoveelste keer open schoof, zei ze – dat ze dit dan toch al helemaal niets vond – waarop ik antwoordde: „Dit had ik al aan, oma.”
Nog niet zo lang geleden stond er een soortgelijk ikje over beginnende dementie in deze rubriek.
DKK herinnert zich de details niet — het geheugen is wat minder scherp dan vroeger — maar verwijst naar zijn toenmalige commentaar: dat was ongetwijfeld geen lofzang. Eerder een koele felicitatie-vermijding.
Ik heb net mijn kleinkinderen (8 en 5) voor het weekeinde opgehaald van hun school midden in Amsterdam. Wij zijn aangekomen in ons groene dorp met lanen, tuinen en bomen. Ik sta op de stoep nog even te praten met verschillende buren. Allemaal met net zulke grijze haren als ik. Dan zegt de jongste: „Wij zijn nu echt in opa-en-oma-land!”
Eindelijk eens geen verplichte wandeling door de Grachtengordel — daarvoor alvast een klein compliment. Het decor verplaatst zich naar een groen dorp met lanen en bomen; DKK noteert het met enige opluchting. De kleuterconclusie (“opa-en-oma-land!”) is aardig, maar ook precies zo licht als ze klinkt. Kortom: charmant tafereeltje, geen grote literatuur — maar het speelt zich tenminste niet in Amsterdam af.
Een Tofikje
De leraar kijkt rond in de klas en wijst een jongen met olijfzwarte krullen aan. „Toevek!” De jongen kijkt op. „Toevek?” „Ik bedoel Toefik. Lees voor.” „Je bedoelt Tofik?” „Ja, Tofik. Lees voor.” „Maar ik heet Rachid!”
Taoufik Abou
LikeLike
Wat een vondst van de ikjesredactie: “Een Tofikje.” Flinterdun, kinderachtig en precies het soort stagiairehumor dat thuishoort bij de koffieautomaat – niet boven een ikje.
Laat Taoufik Abou gewoon voorlezen. Tel je zegeningen dat een derde-generatie gastarbeiderskind, dankzij degelijke opvoeding en goed onderwijs, de kwaliteitskrant leest en zijn stem krijgt. Dat verdient respect, geen theatertje met flauwe woordgrapjes.
Stagiaire: doe gewoon je werk en verdwijn daarna weer geruisloos in de coulissen.
LikeLike
Een klassiek misverstandje, precies getimed — geen moraliteit, gewoon scène. De woordspeling Tofikje lag zo voor de hand dat het bijna nalatig zou zijn geweest hem níét te maken.
B. van Vurenga daarentegen: Zijn tirade leest als afgewezen-inzendersfrustratie vermomd als cultuurkritiek. — niet omdat de grap het verdient, maar omdat zijn eigen ikje weer eens geen applaus kreeg.
Eindoordeel: ikje 8,1 (zegge: acht-komma-één) — Vurenga 1,7 (zegge: één-komma-zeven).
LikeLike
Rotterdamse mond
In de kringloopwinkel met mijn oma, merkte ik het weer. Ze is niet op haar Rotterdamse mondje gevallen. Ik kwam het pashokje uit: het rokje vond ze te kort en de trui te rafelig. Weer kwam ik het hokje uit: ze vond het oké maar niet bijzonder. Ik deed nog een poging met een paar gedragen cowboylaarzen: „Ordinair.” Toen ik het gordijn voor de zoveelste keer open schoof, zei ze – dat ze dit dan toch al helemaal niets vond – waarop ik antwoordde: „Dit had ik al aan, oma.”
Babette van Burg
LikeLike
Nog niet zo lang geleden stond er een soortgelijk ikje over beginnende dementie in deze rubriek.
DKK herinnert zich de details niet — het geheugen is wat minder scherp dan vroeger — maar verwijst naar zijn toenmalige commentaar: dat was ongetwijfeld geen lofzang. Eerder een koele felicitatie-vermijding.
Eindoordeel: 5,1 (zegge: vijf-komma-één).
LikeLike
A. Hocuspocus – kun jij met je fenomenale geheugen achterhalen welk ikje DKK bedoelt?
LikeLike
Groen dorp, grijze haren
Ik heb net mijn kleinkinderen (8 en 5) voor het weekeinde opgehaald van hun school midden in Amsterdam. Wij zijn aangekomen in ons groene dorp met lanen, tuinen en bomen. Ik sta op de stoep nog even te praten met verschillende buren. Allemaal met net zulke grijze haren als ik. Dan zegt de jongste: „Wij zijn nu echt in opa-en-oma-land!”
Adrienne Vriesendorp-Dutilh
LikeLike
Eindelijk eens geen verplichte wandeling door de Grachtengordel — daarvoor alvast een klein compliment.
Het decor verplaatst zich naar een groen dorp met lanen en bomen; DKK noteert het met enige opluchting.
De kleuterconclusie (“opa-en-oma-land!”) is aardig, maar ook precies zo licht als ze klinkt.
Kortom: charmant tafereeltje, geen grote literatuur — maar het speelt zich tenminste niet in Amsterdam af.
LikeLike