Als je je boek vergeten bent in mijn les Engels brugklas TTO (tweetalig onderwijs) krijg je een minder leuke opdracht om de les door te komen. J. is aan zijn strafexercitie bezig als ik hem in zijn schooltas zie rommelen. Hij komt schoorvoetend naar mijn bureau en fluistert: „Mister, I have it toch. It sat in anodder vek in m’n tes.”
Afgezien van het gebruikelijke euvel dat kinder-ikje heet, is dit een buitengewoon flauw en laf stukje. Het bekende procedé: ‘NRC-lezer ontmoet eenvoudige’ — een schoolmeester noteert het stuntelende Engels van een brugklasser en presenteert het als anekdotiek. Walgelijk hautain, van dat schoolmeesterlijke amusement tot de flauwe pointe. Ongemakkelijk geschreven bovendien: het geheel hangt er wat bij alsof de redacteur dacht dat het toch wel door de keuring zou komen.
Manlief heeft al ruim 12 jaar een seizoenskaart van ADO Den Haag. Al die jaren zit hij op de tribune naast Frans en Henk en ze hebben het erg gezellig met elkaar. Henk is op vakantie en ik mag mee op zijn kaart. Ik maak kennis met Frans. Frans en mijn man blijken elkaars telefoonnummer niet te hebben en wisselen deze uit. Vraagt Frans aan mij: „Hoe heet je man eigenlijk? Ik noem hem altijd: Hè!”
ADO Den Haag als decor voor sociale leegte: gezelligheid zonder geheugen, kameraadschap zonder inhoud. Om te weten dat voetbal een tokkiesport is, hadden we deze anekdote uit Den Haag niet nodig.
Na een zware ziekteperiode rent mijn schoonzus als mijlpaal voor haar herstel afgelopen zondag de Stevensloop in Nijmegen en ik loop met haar mee. Ook mijn 88-jarige schoonmoeder wil dit spektakel niet missen. Op een terras genieten we nog even van een laatste cappuccino. Schoonmoeder, voor het eerst getuige van een loopevenement, vraagt honderduit. Dan sta ik maar eens op om richting het startvak te gaan. Toch is ze er nog niet helemaal gerust op: „Rob, maar hoe vind je eigenlijk de route?”
Op zich een aandoenlijk herstelverhaal – zwaar ziek, mijlpaal, familie aan de zijlijn – maar ach, die opmaat… oh die opmaat. Al dat dramatisch tromgeroffel voordat er gelopen wordt: we krijgen de soundtrack, de slowmotion, de close-up van de trotse schoonmoeder – en vervolgens een anticlimax zo klein dat het in geen enkele loopgrafiek opvalt.
Wat een ontroerend klein moraaltje weer van de ikjesredactie. Een zesjarige die per ongeluk de morele verhevenheid van de ouder verwoordt – het is bijna aandoenlijk, ware het niet zo keurig opgedirkt. “De wereld beter maken” – je hoort de schrijver al tevreden knikken om de eigen deugdzaamheid.
En dan dat slot: “Wat ga ik haar teleurstellen….” Alsof de lezer nog even vriendelijk moet meehuilen met dit opgepoetste schoolpleinfilmpje. Man man. Een ikje hoort te schuren, te verrassen of ten minste iets te doen – niet alleen zichzelf goed te vinden.
Zesjarige wijsheid in kindertaal – de stad een beetje beter, de wereld meteen ook maar even mee. Aandoenlijk? Zeker. Maar vooral het soort opgeklopte morele glans waarin de ouder zichzelf graag terugziet.
DKK, in Bonn verstoken van gemeenteraadsverkiezingen, kan daar tenminste nog wel op de internationale Piratenpartij stemmen — maar dit terzijde.
In een lampenwinkel zie ik de verkoper staan en vraag me af hoe iemand erop komt een lampenwinkel te beginnen. Ik informeer of hij de eigenaar is: „Ja, al veertig jaar.” Hij legt uit dat zijn vader de winkel ooit opzette, hij sprong af en toe bij, wat een beetje uit de hand was gelopen. Nu is de winkel van hem. Hij vindt het heerlijk, ik zie de twinkeling in zijn ogen. Hij leidt me door de winkel en ik vraag: „Wat vindt u er zo leuk aan?” Hij stopt met lopen en kijkt me met zelfverzekerde glimlach aan: „Iedereen heeft licht nodig.”
Hoeveel blogbazen heb je nodig om een gloeilamp in te draaien? Blijkbaar één om zich te vergapen aan een lampenverkoper en nog één om die banaliteit op te dienen als inzicht. “Iedereen heeft licht nodig” – dank u, filosoof van de kale fitting. Dit ikje doet alsof het een ontmoeting met de betekenis van het bestaan is, terwijl het in wezen een praatje over een winkeltje blijft. De twinkeling zit vooral in de blik van de inzender; het verhaaltje zelf geeft geen licht.
Boek vergeten
Als je je boek vergeten bent in mijn les Engels brugklas TTO (tweetalig onderwijs) krijg je een minder leuke opdracht om de les door te komen. J. is aan zijn strafexercitie bezig als ik hem in zijn schooltas zie rommelen. Hij komt schoorvoetend naar mijn bureau en fluistert: „Mister, I have it toch. It sat in anodder vek in m’n tes.”
Gerard Heijdra
LikeLike
Afgezien van het gebruikelijke euvel dat kinder-ikje heet, is dit een buitengewoon flauw en laf stukje.
Het bekende procedé: ‘NRC-lezer ontmoet eenvoudige’ — een schoolmeester noteert het stuntelende Engels van een brugklasser en presenteert het als anekdotiek.
Walgelijk hautain, van dat schoolmeesterlijke amusement tot de flauwe pointe.
Ongemakkelijk geschreven bovendien: het geheel hangt er wat bij alsof de redacteur dacht dat het toch wel door de keuring zou komen.
Eindoordeel: 2,9 (zegge: twee-komma-negen).
LikeLike
ADO-buurman
Manlief heeft al ruim 12 jaar een seizoenskaart van ADO Den Haag. Al die jaren zit hij op de tribune naast Frans en Henk en ze hebben het erg gezellig met elkaar. Henk is op vakantie en ik mag mee op zijn kaart. Ik maak kennis met Frans. Frans en mijn man blijken elkaars telefoonnummer niet te hebben en wisselen deze uit. Vraagt Frans aan mij: „Hoe heet je man eigenlijk? Ik noem hem altijd: Hè!”
Annette Westendorp
LikeLike
ADO Den Haag als decor voor sociale leegte: gezelligheid zonder geheugen, kameraadschap zonder inhoud.
Om te weten dat voetbal een tokkiesport is, hadden we deze anekdote uit Den Haag niet nodig.
Eindoordeel: 3,7 (zegge: drie-komma-zeven).
LikeLike
Stevensloop
Na een zware ziekteperiode rent mijn schoonzus als mijlpaal voor haar herstel afgelopen zondag de Stevensloop in Nijmegen en ik loop met haar mee. Ook mijn 88-jarige schoonmoeder wil dit spektakel niet missen. Op een terras genieten we nog even van een laatste cappuccino. Schoonmoeder, voor het eerst getuige van een loopevenement, vraagt honderduit. Dan sta ik maar eens op om richting het startvak te gaan. Toch is ze er nog niet helemaal gerust op: „Rob, maar hoe vind je eigenlijk de route?”
Rob van Tilburg
LikeLike
Op zich een aandoenlijk herstelverhaal – zwaar ziek, mijlpaal, familie aan de zijlijn – maar ach, die opmaat… oh die opmaat.
Al dat dramatisch tromgeroffel voordat er gelopen wordt: we krijgen de soundtrack, de slowmotion, de close-up van de trotse schoonmoeder – en vervolgens een anticlimax zo klein dat het in geen enkele loopgrafiek opvalt.
Eindoordeel: 3,0 (zegge: drie).
LikeLike
Verkiezingsdebat
De zesjarige wist dat ik naar de schouwburg ging voor een verkiezingsdebat; ‘Verkiezingen zijn om de stad een beetje beter proberen te maken.’
Gisteravond hoorde ik dat ze tegen haar vriendinnetje had gezegd dat ik toen weg moest om de wereld beter te maken.
Wat ga ik haar teleurstellen….
Charlotte Goulmy
LikeLike
Wat een ontroerend klein moraaltje weer van de ikjesredactie. Een zesjarige die per ongeluk de morele verhevenheid van de ouder verwoordt – het is bijna aandoenlijk, ware het niet zo keurig opgedirkt. “De wereld beter maken” – je hoort de schrijver al tevreden knikken om de eigen deugdzaamheid.
En dan dat slot: “Wat ga ik haar teleurstellen….” Alsof de lezer nog even vriendelijk moet meehuilen met dit opgepoetste schoolpleinfilmpje. Man man. Een ikje hoort te schuren, te verrassen of ten minste iets te doen – niet alleen zichzelf goed te vinden.
LikeLike
Zesjarige wijsheid in kindertaal – de stad een beetje beter, de wereld meteen ook maar even mee. Aandoenlijk? Zeker. Maar vooral het soort opgeklopte morele glans waarin de ouder zichzelf graag terugziet.
DKK, in Bonn verstoken van gemeenteraadsverkiezingen, kan daar tenminste nog wel op de internationale Piratenpartij stemmen — maar dit terzijde.
LikeLike
Lampenwinkel
In een lampenwinkel zie ik de verkoper staan en vraag me af hoe iemand erop komt een lampenwinkel te beginnen. Ik informeer of hij de eigenaar is: „Ja, al veertig jaar.” Hij legt uit dat zijn vader de winkel ooit opzette, hij sprong af en toe bij, wat een beetje uit de hand was gelopen. Nu is de winkel van hem. Hij vindt het heerlijk, ik zie de twinkeling in zijn ogen. Hij leidt me door de winkel en ik vraag: „Wat vindt u er zo leuk aan?” Hij stopt met lopen en kijkt me met zelfverzekerde glimlach aan: „Iedereen heeft licht nodig.”
Florien Offergelt
LikeLike
Hoeveel blogbazen heb je nodig om een gloeilamp in te draaien?
Blijkbaar één om zich te vergapen aan een lampenverkoper en nog één om die banaliteit op te dienen als inzicht.
“Iedereen heeft licht nodig” – dank u, filosoof van de kale fitting.
Dit ikje doet alsof het een ontmoeting met de betekenis van het bestaan is, terwijl het in wezen een praatje over een winkeltje blijft.
De twinkeling zit vooral in de blik van de inzender; het verhaaltje zelf geeft geen licht.
Eindoordeel: 4,0 (zegge: vier).
LikeLike
En de lampen en het snoer en het stuur, ’t is te koop voor zeven-vijftig — niet te duur.
“Iedereen heeft licht nodig” is geen wereldschokkend inzicht maar het is ook geen misdrijf.
Gewoon een winkelier die al veertig jaar hetzelfde doet en daar kennelijk nog plezier in heeft.
LikeLike