Op mijn werk in het kinderziekenhuis zie ik drie blinde mensen richting de afdeling kinderpsychiatrie lopen. Ik vraag waar ze moeten zijn. Ze zijn op zoek naar een bijeenkomst over niertransplantatie. Ik zeg dat ik ze zal brengen.
Onderweg komt er een gastvrouw aanlopen die roept dat ze verkeerd zijn gelopen. Uit de lift hadden ze naar rechts gemoeten. Er stond een bordje …
Allemachtig, wat een dieptepunt! Echt, hoe krijgen mensen het uit hun pen, om je ogen bij uit te krabben. DKK heeft er gewoon de kracht niet voor om het nader te fileren, alsof een aalscholver z’n maaginhoud op je zondagse schoenen uitbraakt.
De weggegooide lege blikjes met statiegeld liggen niet lang op straat. IJverige mensen verzamelen ze gretig; een aardige bijverdienste.
Dat je op veel manieren geld kunt verdienen, blijkt als ik een dakloze man op een klapstoeltje zie zitten voor een rij mobiele toiletten van de gemeente. Naast zijn AH-kar vol kleding en huisraad heeft hij een groot kartonnen bord neergezet: „Plassen 1 euro”. De rij wachtenden is nog best groot.
De vrijmarkt bestaat bij de gratie van roulerende rotzooi. De Ikjespagina heeft dat model inmiddels omarmd. Niet alleen de oude spullen, ook de overbodige details zijn in de aanbieding.
DKK heeft zelden zo weinig noodzaak gezien om iets op te schrijven. Een tafereel dat zichzelf al volledig heeft uitgelegd voordat de schrijver de pen oppakt — en dan toch nog opschrijven ook.
Eenmaal op Arnhem Centraal zie ik enkel oranje. Door de kleurmassa beweeg ik mij naar mijn trein, en sta daar klem.
Vóór mij belandt een groep mannen van de leeftijd van mijn vader. Ze zijn luidruchtig en zeggen iets onaardigs over mijn piercings. Ik sluit mijn ogen. „Niet slapen, hè?” Hij heeft de Nederlandse vlag op zijn wangen. „Hé meisje, waar kom je vandaan?” „Ik wil niet met u praten”, zeg ik. Hij hoort mijn stem.
Als hij uitstapt pakt hij mijn schouder vast en zegt: „Kerel, fijne avond.”
De Kritische Kanttekenaar googelt normaliter nooit een auteur. Het werk moet voor zichzelf spreken. Maar dit ikje zal bij veel lezers dezelfde vraag oproepen: waarom noemt die man haar aan het eind kerel? Daarom werd ditmaal een uitzondering gemaakt.
De schrijfster laat het zelf open. Heeft de beschonken man haar willen kleineren? Of was het een dronken reflex, zonder verdere bedoeling? De vraag blijft hangen, en dat is precies waar een goed ikje om draait.
Over het gedrag zelf is DKK kort en duidelijk. Mannen van de leeftijd van haar vader, dronken op een perron, die opmerkingen maken over de piercings van een jonge vrouw en haar schouder vastpakken: het is ordinair, het is laf, en het verdient geen andere kwalificatie.
Faure heeft dit ikje vanochtend vroeg trots gedeeld op haar LinkedIn-pagina, en terecht. Wat zij doet is een alledaags moment van ongemak precies vastleggen — zonder opsmuk, zonder zelfbeklag, in zinnen die sober zijn tot op het bot.
Bijna vier jaar wonen we in de VS, onze dochter is nu vier en spreekt voornamelijk Engels. Haar Nederlands komt vooral uit audioboeken van Dikkie Dik en Pluk van de Petteflet — en dat hoor je precies op de momenten dat je het niet verwacht.
Zoals deze zaterdagmorgen vroeg, wanneer er een spin in haar kamer blijkt te zitten. „There is a spider in my room!” Papa moet de spin maar vangen, mama is in deze situatie waardeloos. Gedecideerd doet onze dochter de deur achter hem dicht, ‘klik’, en zegt licht cynisch: „Tot ziens!”
DKK heeft een broertje dood aan kinder-Ik-jes, dat is bekend. Maar af en toe dient zich er eentje aan dat hem tot andere gedachten dwingt.
De tweetaligheid is hier geen opsmuk maar de essentie: Engels voor de buitenwereld, Nederlands voor de momenten dat het er werkelijk op aankomt. En dan die ‘klik’ van de deur. En dat ‘Tot ziens.’ Licht cynisch, volkomen zeker van zichzelf, en precies goed getroffen.
Het kind heeft het gezag ter plekke genationaliseerd. Daar valt weinig aan toe te voegen.
Wat DKK betreft het beste Ik-je van het jaar tot dusver!
Sinds we terug zijn uit Londen drinkt mijn oudste dochter graag thee met melk en suiker. Mijn jongste moet er niets van hebben en al helemaal niet van mijn woordgrappen. „THEElefoon, THEEkening”, zeg ik. Ze zucht.
Op een dag wil ze helpen met thee maken. En zelfs meedrinken. Maar op haar voorwaarde: zonder theezakjes of blaadjes.
Ze pakt een lepel, roert geconcentreerd suiker door wat melk, proeft, knikt.
Thee — men vangt aan met woordspelingen van bedenkelijk allooi. THEElefoon, THEEkening. De jongste dochter zucht. De lezer eveneens.
Maar dan. Een kind dat weigert thee te drinken besluit plotseling mee te helpen, stelt als voorwaarde dat er geen thee in de thee zit, roert geconcentreerd suiker door melk, proeft, knikt, en sluit af met een betekenisvol “Hee.” Alles klopt. Alles zit op zijn plaats. Alles ruikt naar constructie.
De kans dat dit zich precies zo heeft voltrokken — de zucht, de lepel, het knikje, het “Hee” — is, laat ons eerlijk zijn, vrijwel nihil. Dit is geen herinnering. Dit is een scenario dat achteraf is geassembleerd uit losse onderdelen, glad gepolijst en ingezonden met de voldaanheid van iemand die zichzelf voor de geest haalt hoe geestig haar gezin eigenlijk is.
Eindoordeel: 3,9 (zegge: drie komma negen). Puntenaftrek voor de constructie, de woordspelingen én het “Hee.”
Bordje
Op mijn werk in het kinderziekenhuis zie ik drie blinde mensen richting de afdeling kinderpsychiatrie lopen. Ik vraag waar ze moeten zijn. Ze zijn op zoek naar een bijeenkomst over niertransplantatie. Ik zeg dat ik ze zal brengen.
Onderweg komt er een gastvrouw aanlopen die roept dat ze verkeerd zijn gelopen. Uit de lift hadden ze naar rechts gemoeten. Er stond een bordje …
Linda van der Knaap
LikeLike
Allemachtig, wat een dieptepunt! Echt, hoe krijgen mensen het uit hun pen, om je ogen bij uit te krabben. DKK heeft er gewoon de kracht niet voor om het nader te fileren, alsof een aalscholver z’n maaginhoud op je zondagse schoenen uitbraakt.
Eindoordeel: 0,0 (zegge: nul komma nul)
LikeLike
Vrijmarkt
De weggegooide lege blikjes met statiegeld liggen niet lang op straat. IJverige mensen verzamelen ze gretig; een aardige bijverdienste.
Dat je op veel manieren geld kunt verdienen, blijkt als ik een dakloze man op een klapstoeltje zie zitten voor een rij mobiele toiletten van de gemeente. Naast zijn AH-kar vol kleding en huisraad heeft hij een groot kartonnen bord neergezet: „Plassen 1 euro”. De rij wachtenden is nog best groot.
Martine van der Reijden
LikeLike
De vrijmarkt bestaat bij de gratie van roulerende rotzooi. De Ikjespagina heeft dat model inmiddels omarmd. Niet alleen de oude spullen, ook de overbodige details zijn in de aanbieding.
DKK heeft zelden zo weinig noodzaak gezien om iets op te schrijven. Een tafereel dat zichzelf al volledig heeft uitgelegd voordat de schrijver de pen oppakt — en dan toch nog opschrijven ook.
2026 verloopt Ik-matig tot nu toe rampzalig.
Eindoordeel: 3,8 (zegge: drie komma acht).
LikeLike
Kerel
Eenmaal op Arnhem Centraal zie ik enkel oranje. Door de kleurmassa beweeg ik mij naar mijn trein, en sta daar klem.
Vóór mij belandt een groep mannen van de leeftijd van mijn vader. Ze zijn luidruchtig en zeggen iets onaardigs over mijn piercings. Ik sluit mijn ogen. „Niet slapen, hè?” Hij heeft de Nederlandse vlag op zijn wangen. „Hé meisje, waar kom je vandaan?” „Ik wil niet met u praten”, zeg ik. Hij hoort mijn stem.
Als hij uitstapt pakt hij mijn schouder vast en zegt: „Kerel, fijne avond.”
Chloé Faure
LikeLike
De Kritische Kanttekenaar googelt normaliter nooit een auteur. Het werk moet voor zichzelf spreken. Maar dit ikje zal bij veel lezers dezelfde vraag oproepen: waarom noemt die man haar aan het eind kerel? Daarom werd ditmaal een uitzondering gemaakt.
De schrijfster laat het zelf open. Heeft de beschonken man haar willen kleineren? Of was het een dronken reflex, zonder verdere bedoeling? De vraag blijft hangen, en dat is precies waar een goed ikje om draait.
Over het gedrag zelf is DKK kort en duidelijk. Mannen van de leeftijd van haar vader, dronken op een perron, die opmerkingen maken over de piercings van een jonge vrouw en haar schouder vastpakken: het is ordinair, het is laf, en het verdient geen andere kwalificatie.
Faure heeft dit ikje vanochtend vroeg trots gedeeld op haar LinkedIn-pagina, en terecht. Wat zij doet is een alledaags moment van ongemak precies vastleggen — zonder opsmuk, zonder zelfbeklag, in zinnen die sober zijn tot op het bot.
Eindoordeel: 9,2 (zegge: negen komma twee).
LikeLike
Spin
Bijna vier jaar wonen we in de VS, onze dochter is nu vier en spreekt voornamelijk Engels. Haar Nederlands komt vooral uit audioboeken van Dikkie Dik en Pluk van de Petteflet — en dat hoor je precies op de momenten dat je het niet verwacht.
Zoals deze zaterdagmorgen vroeg, wanneer er een spin in haar kamer blijkt te zitten. „There is a spider in my room!” Papa moet de spin maar vangen, mama is in deze situatie waardeloos. Gedecideerd doet onze dochter de deur achter hem dicht, ‘klik’, en zegt licht cynisch: „Tot ziens!”
Rianne Grinwis
LikeLike
DKK heeft een broertje dood aan kinder-Ik-jes, dat is bekend. Maar af en toe dient zich er eentje aan dat hem tot andere gedachten dwingt.
De tweetaligheid is hier geen opsmuk maar de essentie: Engels voor de buitenwereld, Nederlands voor de momenten dat het er werkelijk op aankomt. En dan die ‘klik’ van de deur. En dat ‘Tot ziens.’ Licht cynisch, volkomen zeker van zichzelf, en precies goed getroffen.
Het kind heeft het gezag ter plekke genationaliseerd. Daar valt weinig aan toe te voegen.
Wat DKK betreft het beste Ik-je van het jaar tot dusver!
Eindoordeel: 9,9 (zegge: 9 komma 9)
LikeLike
Thee
Sinds we terug zijn uit Londen drinkt mijn oudste dochter graag thee met melk en suiker. Mijn jongste moet er niets van hebben en al helemaal niet van mijn woordgrappen. „THEElefoon, THEEkening”, zeg ik. Ze zucht.
Op een dag wil ze helpen met thee maken. En zelfs meedrinken. Maar op haar voorwaarde: zonder theezakjes of blaadjes.
Ze pakt een lepel, roert geconcentreerd suiker door wat melk, proeft, knikt.
Thee, zonder thee.
„Hee”, zegt ze zacht.
Renate Heru Utomo
LikeLike
Thee — men vangt aan met woordspelingen van bedenkelijk allooi. THEElefoon, THEEkening. De jongste dochter zucht. De lezer eveneens.
Maar dan. Een kind dat weigert thee te drinken besluit plotseling mee te helpen, stelt als voorwaarde dat er geen thee in de thee zit, roert geconcentreerd suiker door melk, proeft, knikt, en sluit af met een betekenisvol “Hee.” Alles klopt. Alles zit op zijn plaats. Alles ruikt naar constructie.
De kans dat dit zich precies zo heeft voltrokken — de zucht, de lepel, het knikje, het “Hee” — is, laat ons eerlijk zijn, vrijwel nihil. Dit is geen herinnering. Dit is een scenario dat achteraf is geassembleerd uit losse onderdelen, glad gepolijst en ingezonden met de voldaanheid van iemand die zichzelf voor de geest haalt hoe geestig haar gezin eigenlijk is.
Eindoordeel: 3,9 (zegge: drie komma negen). Puntenaftrek voor de constructie, de woordspelingen én het “Hee.”
LikeLike