Onze buurvrouw overleed op hoge leeftijd. Haar ouders noemden haar Frédérique, maar schreven haar in als Freddy. Toen haar klasgenoot Margot Frank onderdook in het Achterhuis , vluchtte Freddy per trein en fiets naar een nonnenklooster in België.
Later dat jaar vonden de Duitsers tijdens de deportatie van haar Brusselse oom en tante een ansichtkaart van Freddy. Op zoek naar die jongen gingen de Duitsers langs bij het klooster. De nonnen lieten zien dat er louter meisjes verbleven: er moest sprake zijn van een misverstand. Zo redde haar naam haar leven.
Tja, DKK is geen liefhebber van dit genre. Je kijkt naar de actualiteit en haalt netjes getimed een jeugdherinnering op.
Makkelijk voor de NRC, want met 4 mei erbij is het al snel raak: een actualiteitje, een oorlogsgeschiedenis, een naam die haar leven redde. En lastig voor de reviewer, want kritiek erop klinkt al gauw ongepast. Dat is de ouderwetse winst van dit soort Ikjes: moreel onaanraakbaar, inhoudelijk vaak mager.
Ik word ingehaald door een jongen op een fatbike. Het lijkt wel of ik stilsta. „Hoe hard kan je?”, roep ik. „55!”, zegt hij trots, alsof hij net de Tour heeft gewonnen.
„En zonder helm?” Hij kijkt me aan alsof ik de rare ben. „Ik rijd veilig hoor.”
Hij geeft extra gas, duikt een scherpe bocht in en rijdt op het linkerwegdeel recht op een auto af. Ik houd mijn adem in. Maar hij heeft een plan: hij belt …
De naam van de inzender ontbreekt. Begrijpelijk. Men rapporteert hier immers een misdrijf: een minderjarige op een fatbike van 55 kilometer per uur, zonder helm, op het linkerwegdeel. Anonimiteit is dan geen slordigheid maar zelfbescherming. De NRC als klokkenluidersplatform — wie had dat gedacht.
DKK adviseert: eerst aangifte doen, daarna pas insturen. Met naam.
De NRC-redactie had dat overigens ook kunnen doen — zij kennen immers het IP-adres van de inzender.
DKK is een notoire digibeet, en dat blijkt weer. De redactie beschikt hooguit over een e-mailadres — en zelfs dát levert niet altijd een naam op. Een IP-adres al helemaal niet.
Ik passeer op straat twee voetballende broertjes. De oudste geeft pittige feedback aan zijn broertje, zoals na een gemiste bal: „Je moet wel gewoon rennen!”
Zelf stopt hij de bal met veel elan en schopt vervolgens professioneel de bal weer terug. De bal wordt gemist en komt met een klap tegen de tengere moeder aan, die naast haar jongste staat te kijken. Zij houdt zich met moeite staande.
Met een vergenoegde, trotse blik roept de oudere broer: „Zie je wel, zelfs mama kan ’m tegenhouden.”
De meivakantie is voorbij, maar de stagiair bij de redactie heeft zijn laatste werkdag kennelijk gebruikt om de bodem van de inzendingen te bereiken. Hij heeft zich de techniek van het oudste broertje eigen gemaakt: een misser als overwinning presenteren.
Dit ikje had de selectie nooit mogen passeren — zelfs mama kon ’m niet tegenhouden.
In de avond van 4 mei reed ik met mijn dochters Maeve (5) en Ruth (3) naar huis. Ze luisterden naar het verslag op de radio over de Dodenherdenking op de Dam. Ruth vraagt: „Gingen de mensen dood door heel veel lava?” Maeve antwoordt: „Nee Ruth, door de oorlog!”
Om 20.00 uur parkeerde ik de auto. Ruth, na 2 minuten stilte: „Zijn alle mensen nu weer levend?” Maeve: „Nee Ruth, als je dood bent kan je niet meer levend worden, alleen Jezus kan dat.”
De Bange Meidagen hebben ook dit jaar weer rijkelijk geoogst.
Ruth denkt nog praktisch – misschien heeft lava het gedaan, misschien worden de mensen straks weer levend. Maeve heeft de officiële lijn al volledig geïnternaliseerd: oorlog, dood en tenslotte Jezus als reanimatiedienst.
DKK vraagt zich desalniettemin af of een kind van drie werkelijk al met nationale rouw en wederopstanding moet worden opgezadeld. Leer ze liever de namen van bomen, vogels en slootbeestjes. De Grote Menselijke Ellende dient zich later vanzelf nog wel aan.
Mijn nicht studeert wiskunde. Ik app haar of zij ook gebruik maakt van Canvas.
„Hoezo?”, vraagt ze. Ik stuur het bericht van de NOS door dat Canvas wereldwijd is gehackt. Om haar gerust te stellen app ik er vlug achteraan dat het nog niet zeker is of haar universiteit getroffen is.
Ze is minder onder de indruk dan haar tante en laat weten: „Hoop dat ze mijn huiswerk maken.”
De volwassen reflex is bekend: ergens is iets gehackt, de familie moet worden ingelicht, liefst met een geruststelling die de onrust alleen maar vergroot. De nicht reageert als enige rationeel: laat die hackers het huiswerk maar maken.
DKK denkt terug aan zijn eigen studententijd, toen technische storingen nog een geloofwaardig excuus vormden voor niet-ingeleverd werk. De digitalisering heeft veel veranderd. De studentikoze hoop op een wonder van buitenaf blijkbaar niet.
Eindoordeel: 6,4 (zegge: zes komma vier). Aardig gevonden, maar de aanloop verdient de pointe niet.
Bij het wooncentrum waar ik werk verzorg ik een optreden, het thema is ‘fit en vitaal’. Voor deze gelegenheid heb ik enkele ‘fruitkostuums’ gekocht en hijs ik mij in een aardbeienpak. Kort hierop neemt een vader van een cliënt mij apart voor een gesprek. Hij zegt: „Ik heb het idee dat jullie de gezondheidsklachten van mijn dochter niet serieus nemen.” Terwijl hij dit zegt, zie ik in een glazen kastdeur de weerspiegeling van het aardbeienpak en het kroontje op mijn hoofd. Ik antwoord: „U moet weten dat wij ons werk heel serieus nemen.”
Freddy
Onze buurvrouw overleed op hoge leeftijd. Haar ouders noemden haar Frédérique, maar schreven haar in als Freddy. Toen haar klasgenoot Margot Frank onderdook in het Achterhuis , vluchtte Freddy per trein en fiets naar een nonnenklooster in België.
Later dat jaar vonden de Duitsers tijdens de deportatie van haar Brusselse oom en tante een ansichtkaart van Freddy. Op zoek naar die jongen gingen de Duitsers langs bij het klooster. De nonnen lieten zien dat er louter meisjes verbleven: er moest sprake zijn van een misverstand. Zo redde haar naam haar leven.
Jan Favié
LikeLike
Tja, DKK is geen liefhebber van dit genre. Je kijkt naar de actualiteit en haalt netjes getimed een jeugdherinnering op.
Makkelijk voor de NRC, want met 4 mei erbij is het al snel raak: een actualiteitje, een oorlogsgeschiedenis, een naam die haar leven redde. En lastig voor de reviewer, want kritiek erop klinkt al gauw ongepast. Dat is de ouderwetse winst van dit soort Ikjes: moreel onaanraakbaar, inhoudelijk vaak mager.
Eindoordeel: 5,4 (zegge: vijf komma vier).
LikeLike
Veilig
Ik word ingehaald door een jongen op een fatbike. Het lijkt wel of ik stilsta. „Hoe hard kan je?”, roep ik. „55!”, zegt hij trots, alsof hij net de Tour heeft gewonnen.
„En zonder helm?” Hij kijkt me aan alsof ik de rare ben. „Ik rijd veilig hoor.”
Hij geeft extra gas, duikt een scherpe bocht in en rijdt op het linkerwegdeel recht op een auto af. Ik houd mijn adem in. Maar hij heeft een plan: hij belt …
LikeLike
De naam van de inzender ontbreekt. Begrijpelijk. Men rapporteert hier immers een misdrijf: een minderjarige op een fatbike van 55 kilometer per uur, zonder helm, op het linkerwegdeel. Anonimiteit is dan geen slordigheid maar zelfbescherming. De NRC als klokkenluidersplatform — wie had dat gedacht.
DKK adviseert: eerst aangifte doen, daarna pas insturen. Met naam.
De NRC-redactie had dat overigens ook kunnen doen — zij kennen immers het IP-adres van de inzender.
Eindoordeel: 4,1 (zegge: vier komma één).
LikeLike
DKK is een notoire digibeet, en dat blijkt weer. De redactie beschikt hooguit over een e-mailadres — en zelfs dát levert niet altijd een naam op. Een IP-adres al helemaal niet.
Zeker niet wanneer men zich meldt als fatbike@gmail.com.
LikeLike
Techniek
Ik passeer op straat twee voetballende broertjes. De oudste geeft pittige feedback aan zijn broertje, zoals na een gemiste bal: „Je moet wel gewoon rennen!”
Zelf stopt hij de bal met veel elan en schopt vervolgens professioneel de bal weer terug. De bal wordt gemist en komt met een klap tegen de tengere moeder aan, die naast haar jongste staat te kijken. Zij houdt zich met moeite staande.
Met een vergenoegde, trotse blik roept de oudere broer: „Zie je wel, zelfs mama kan ’m tegenhouden.”
Henriët Hoekstra
LikeLike
De meivakantie is voorbij, maar de stagiair bij de redactie heeft zijn laatste werkdag kennelijk gebruikt om de bodem van de inzendingen te bereiken. Hij heeft zich de techniek van het oudste broertje eigen gemaakt: een misser als overwinning presenteren.
Dit ikje had de selectie nooit mogen passeren — zelfs mama kon ’m niet tegenhouden.
Eindoordeel: 5,1 (zegge: vijf komma één).
LikeLike
Dodenherdenking
In de avond van 4 mei reed ik met mijn dochters Maeve (5) en Ruth (3) naar huis. Ze luisterden naar het verslag op de radio over de Dodenherdenking op de Dam. Ruth vraagt: „Gingen de mensen dood door heel veel lava?” Maeve antwoordt: „Nee Ruth, door de oorlog!”
Om 20.00 uur parkeerde ik de auto. Ruth, na 2 minuten stilte: „Zijn alle mensen nu weer levend?” Maeve: „Nee Ruth, als je dood bent kan je niet meer levend worden, alleen Jezus kan dat.”
Gijs de Vries
LikeLike
De Bange Meidagen hebben ook dit jaar weer rijkelijk geoogst.
Ruth denkt nog praktisch – misschien heeft lava het gedaan, misschien worden de mensen straks weer levend. Maeve heeft de officiële lijn al volledig geïnternaliseerd: oorlog, dood en tenslotte Jezus als reanimatiedienst.
DKK vraagt zich desalniettemin af of een kind van drie werkelijk al met nationale rouw en wederopstanding moet worden opgezadeld. Leer ze liever de namen van bomen, vogels en slootbeestjes. De Grote Menselijke Ellende dient zich later vanzelf nog wel aan.
Eindoordeel: 7,2 (zegge: zeven komma twee).
LikeLike
Canvas
Mijn nicht studeert wiskunde. Ik app haar of zij ook gebruik maakt van Canvas.
„Hoezo?”, vraagt ze. Ik stuur het bericht van de NOS door dat Canvas wereldwijd is gehackt. Om haar gerust te stellen app ik er vlug achteraan dat het nog niet zeker is of haar universiteit getroffen is.
Ze is minder onder de indruk dan haar tante en laat weten: „Hoop dat ze mijn huiswerk maken.”
Yvonne Woudenberg
LikeLike
De volwassen reflex is bekend: ergens is iets gehackt, de familie moet worden ingelicht, liefst met een geruststelling die de onrust alleen maar vergroot. De nicht reageert als enige rationeel: laat die hackers het huiswerk maar maken.
DKK denkt terug aan zijn eigen studententijd, toen technische storingen nog een geloofwaardig excuus vormden voor niet-ingeleverd werk. De digitalisering heeft veel veranderd. De studentikoze hoop op een wonder van buitenaf blijkbaar niet.
Eindoordeel: 6,4 (zegge: zes komma vier). Aardig gevonden, maar de aanloop verdient de pointe niet.
LikeLike
Fruitkostuums
Bij het wooncentrum waar ik werk verzorg ik een optreden, het thema is ‘fit en vitaal’. Voor deze gelegenheid heb ik enkele ‘fruitkostuums’ gekocht en hijs ik mij in een aardbeienpak. Kort hierop neemt een vader van een cliënt mij apart voor een gesprek. Hij zegt: „Ik heb het idee dat jullie de gezondheidsklachten van mijn dochter niet serieus nemen.” Terwijl hij dit zegt, zie ik in een glazen kastdeur de weerspiegeling van het aardbeienpak en het kroontje op mijn hoofd. Ik antwoord: „U moet weten dat wij ons werk heel serieus nemen.”
Tom Divendal
LikeLike
Herinnert me aan het “Het paard gaat van stal!”-ikje en de geinige gulpdiscussie tussen Ad Hok en DSR.
Met bovendien een unicum: DSR stelde zich zowaar kwetsbaar op en stond open voor een andere mening.
LikeLike
“U moet weten dat wij ons werk heel serieus nemen.” Gesproken door een aardbei met een kroontje.
Meer valt er niet over te zeggen.
Eindoordeel: 6,6 (zegge: zes komma zes).
LikeLike