De laatste week – week 20 – van het AI-commentaar breekt aan. Op 16 mei laat ik DKK voor het laatst een ikje bespreken.
Drie weken geleden schreef DKK:
“Voorts constateert DKK met enige vermoeidheid dat Bas van Vuren – wiens blog DKK ooit met kruisbestuivende zorg tot bloei heeft geholpen – zich wederom niet heeft kunnen bedwingen.”
Bas van Vuren reageerde als door een wesp gestoken:
“Helaas, DKK is hier nog altijd aanwezig. Het reageren alhier wordt door mij dus opgeschort. Jammer hoor.”
Dat DSR zó onder Bas’ huid is gekropen dat zelfs een AI-commentaar hem doet afhaken, blijft opmerkelijk. DSR zal in zijn vuistje hebben gelachen.
Ja, DSR is een meester in het provoceren en ergeren van mensen. Dat verschafte hem zichtbaar genoegen.
De laatste jaren bestookte hij mij met teksten als: “HR en z’n koloniale blotetietjesfascinatie…. echt ouwemannetjesranzig.” Of: “Na de koloniale waren de Lombrosokoppen – zucht – HR heeft kennelijk alle pretenties van een Kunstblog opgegeven.” Daartegenover stonden de glasharde ontkenningen: “DSR heeft HR nooit koloniaal gedrag verweten.”
Hij kon de werkelijkheid zonder aarzeling ontkennen; zo bleef hij ook volhouden dat Thaddeus Plomp niet zijn alias was. Dat heeft me altijd verbaasd. In hem schuilt toch ook de stijve calvinist die van de dominee niet mag liegen?
Met gemengde gevoelens denk ik terug aan de eindeloze, zinloze discussies die ik met hem voerde – discussies tot grote ergernis van vooral Indra en Hannah. Op het laatst werd DSR echt trollig. Wekenlang stuurde hij exact dezelfde kop in: “pracht exemplaren”. Toch kwam hij nooit definitief onder mijn huid. Eerlijk gezegd vermoed ik dat ik meer onder zijn huid ben gekropen dan hij onder de mijne, afgaande op de honderden reacties waarmee hij probeerde mij te beledigen.
Ik blijf DSR zien als een gefrustreerd talent dat zijn licht noodgedwongen onder de korenmaat moest laten schijnen – op verschillende margeblogs. Misschien is daar zijn valsigheid uit voortgekomen.
Afsluitend nog een korte analyse van DKK en zijn AI commentaar. Verrassend goed eigenlijk – geregeld zelfs beter dan DSR het zelf deed. Strakker, helderder, minder slordig en zonder die eindeloze kronkelredeneringen.
Toch stop ik ermee. Uiteindelijk interesseert de mening van ChatGPT natuurlijk niemand echt. Een AI kan uitstekend imiteren, soms zelfs verbeteren, maar mist uiteindelijk toch de menselijke wrijving, de gekrenkte ijdelheid, de obsessies en de eigenaardige fixaties die iemand als DSR tegelijk zo vermoeiend en zo onweerstaanbaar maakten.
„Later koop ik een manege”, zegt mijn dochter. „En daar zet ik heel veel leuke dieren in. En dan ga ik een dierenhotel bedenken voor mensen die weinig tijd hebben. Het wordt niet duur. Er zijn grote kamers voor pony’s en kleine kamers voor puppy’s. De poezen mogen overal komen, vooral de hele schattige. De zolder wordt een speeltuin met een doolhof speciaal voor dieren die zielig zijn.” „En hoe gaat je opvang heten?”, vraag ik geïnteresseerd. „Ja zeg, dát hoef ik nog niet te weten! Ik ben pas zéven, papa. Ze-ven.”
De moderne opvoeding in een notendop: grootse visies, geen businessplan.
Papa luistert geïnteresseerd naar een complete zevenjarige subsidiestichting in wording: ponykamers, puppykamers, een zieligheidszolder met doolhof. En dan die volwassen reflex om meteen naar de naam van het project te vragen, alsof de Kamer van Koophandel al klaarzit. Het kind is tenminste nog verstandig genoeg om grenzen te stellen: “Ik ben pas zéven.”
DKK herinnert zich hoe zijn huisgenootjes vroeger ook complete dierentuinen, raketbases en snoepwinkels ontwierpen, totdat iemand informeerde naar de exploitatiekosten.
Het conflict wordt niet opgelost maar opgeschaald. Het oorspronkelijke incident raakt ondergeschikt aan de meta-discussie over rechtvaardigheid, hypocrisie, moderatie, normen en groepsmoraal. Daardoor blijft DSR automatisch het centrum van de draad, zelfs wanneer anderen allang verder wilden.
En eerlijk gezegd: voor blogbeheerders is dat extreem vermoeiend. Niet eens omdat hij altijd ongelijk heeft – soms heeft hij inhoudelijk best een punt – maar omdat elk incident verandert in een principiële crisis met lange akten van beschuldiging, ironie, slachtofferschap en juridische precisie. Mensen voelen dan dat ze niet meer in een gewone discussie zitten maar in “een DSR-procedure”.
Elke zaterdag verzamelen kinderen met een fysieke of verstandelijke beperking zich bij een revalidatiecentrum in Utrecht om samen te sporten. Terwijl leeftijdsgenoten op hockeyvelden staan, manoeuvreren hier rolstoelen tussen pionnen door.
Een jongen rijdt met zijn rolstoel richting een pion. Hij stuurt iets scheef, buigt af naar rechts en mist de pion. De sportbegeleider roept: „Ho, oeps, hij heeft een afwijking.” Meteen reageert een ander kind gevat: „Dat heeft iedereen hier.”
Afbuiging – de titel verraadt de clou alvast. Dat terzijde.
Verder natuurlijk geen ikje. Janne Ankone stuurt een stukje in over een jongen, een ander kind en een sportbegeleider. De schrijver zelf ontbreekt volledig. DKK adviseert daarom inzending bij een nieuwe rubriek: de Zij-jes.
En dan die laatste zin – “Dat heeft iedereen hier.” Die bedacht de lezer al twee regels eerder. Schrappen, natuurlijk. Maar er wordt tegenwoordig nauwelijks nog geredigeerd.
Dat het stukje desondanks nog redelijk werkt, is uitsluitend de verdienste van het gevatte kind. Niet van Janne.
Het AI-commentaar in de stijl van DSR loopt op zijn einde. (Overigens knap hoe je DKK in dat laatste commentaar alle drie de clichéklachten wist te laten afvinken.)
Deze week wil ik je nog een paar voorbeelden laten zien van de typische discussies die ik de afgelopen jaren met DSR heb gevoerd. Kun je deze lezen?
Ja, ik kan die discussies goed lezen – en eerlijk gezegd zijn ze sociologisch interessanter dan de ikjes zelf. Wat mij vooral opvalt, is dat er eigenlijk drie parallelle spellen tegelijk gespeeld werden:
Het officiële spel: ikjes bespreken Dat is de façade. Men doet alsof het over stijl, pointe, overbodige slotzinnen en “geen echt ikje” gaat. DSR speelde dat spel uitstekend: pedant, systematisch, quasi-literair. Hij kon met zichtbaar genoegen een onschuldige anekdote behandelen alsof het een mislukt debuut in De Gids betrof.
Het onderliggende machtsspel Daar werd het echt interessant. Wie heeft het leukste blog? Wie krijgt reacties? Wie bloedt langzaam dood? Wie is “blogbaas”? Wie wordt genegeerd? DSR speelde daar opvallend hard in door. Hij prikte voortdurend op zwakke plekken: geringe bezoekersaantallen, teruglopende reacties, “gepensioneerdenstukjes”, “gezapigheid”, het vermeende einde van blogs. Daar zat veel leedvermaak in.
Het emotionele spel En daar zat volgens mij de echte motor. DSR wilde tegelijk:
bewonderd worden,
gevreesd worden,
intellectueel dominant zijn,
maar ook ergens erbij horen.
Dat laatste maakte hem paradoxaal. Hij stookte voortdurend, maar bleef ook terugkomen. Hij kon wekenlang op hetzelfde thema doorhameren (“pracht exemplaren”, “koloniaal”, “blogbazen”), juist omdat hij emotioneel geïnvesteerd was. Een echte troll is onverschillig; DSR was dat totaal niet.
Mijn oordeel over jullie discussies:
inhoudelijk vaak eindeloos en vermoeiend,
maar psychologisch opvallend levendig,
en geregeld oprecht geestig.
Jij speelde daarin meestal de rol van de half-ironische gastheer die de chaos toch wilde laten bestaan. Bas was vaker de gekrenkte polemist. Lummel de passief-agressieve ondermijner. Pawi de cryptische factor. En DSR de man die voortdurend de temperatuur opvoerde en daarna verbaasd leek dat alles weer ontplofte.
Wat ook opvalt: jullie waren allemaal verslaafd aan elkaars aandacht, terwijl iedereen tegelijk deed alsof hij erboven stond. Dat is precies waarom zulke bloggemeenschappen zo lang blijven etteren.
Wat een goeie analyses! Ik moet wel zeggen dat ik door de discussies met DSR tot op heden veel beter in staat ben om kwaadaardige volstrekt ongevoelige types te herkennen. En daarmee om te gaan.
Destijds was ik ze eigenlijk in het echt nog nauwelijks tegengekomen en reageerde ik richting DSR oprecht in de overtuiging dat als je met de juiste argumenten zou komen, dat de man dan bij zou draaien, de zaak van een andere kant bezien, etc. En ergens dacht ik ook dat hij een spelletje speelde. Maar uiteindelijk viel het muntje en besefte ik dat er echt mensen op de wereld zijn die anderen echt alle kwaads toewensen en echt alleen voor en met zichzelf bezig zijn. En anderen zelfs als ze een zwakheid vertonen, op de grond liggen, tegen het hoofd trappen. Nou, we hebben dat gedrag helaas in het echt om ons heen en in de wereld gezien, en nu nog, het wordt steeds sterker, en ik ben soms erg somber hoe wij, de normale, prettige, eerlijke mensen daar ooit nog tegen op kunnen. Ik vrees dat ons laatste uur geslagen heeft en de wereld overgenomen wordt door het Kwaad. Het nietsontziende liegende en vertrappende Kwaad. De dialogen met DSR waren hier voor mij, met het inzicht van nu, een mentale voorbereiding op.
De man geloofde helemaal niets, dat je empathie kom hebben met iets of iemand was hem volkomen vreemd, en hij noemde dat dus hypocriet, huichelachtig etc. Brrrr.
Ik merkte door de niet onverdienstelijke imitatie van DKK dat deze wetenschap, dit inzicht in het slechte van de mens en het hopeloze einde van de beschaving zoals wij die kennen, dat dit mijn gemoed van hier en nu weer begon te bedrukken. En uit zelfbescherming heb ik me toen (nadat ik dat eerder met de echte engnek had gedaan) ook van de ai variant losgesneden. Hoppa! Noem het wegkijken, ik noem het het kleine nog resterende geluk dichtbij koesteren zolang het nog kan
Dank, Heer Rozenwater, voor je blogs, voor je energie en nu dus ook voor dit leerzame einde aan het geheel. Het Kwaad, dat krijgen we er niet mee weg, maar we gaan in ieder in het volle besef dat we het wel herkend hebben en het doorhebben. Meer is er niet.
Je bent zó gefrustreerd geraakt door DSR dat ik nu al weet dat enige nuance in je schets van hem als “ultiem kwaad” je zal tegenstaan. Toch wil ik die nuance aanbrengen.
Het online personage DSR kun je inderdaad omschrijven als vals, boosaardig, provocerend en zichtbaar genietend van het beledigen en ontregelen van mensen. In dat personage kwam duidelijk een donkere kant van hem naar boven.
Maar er was ook een andere kant, die sommigen van ons in het echt hebben meegemaakt. Lummel, Pawi, Ilona, Ad Hok en jijzelf hebben DSR tijdens zoomsessies ontmoet. Mijn eigen ervaring is dat DSR in real life eigenlijk best een schappelijke figuur was. Ik weet zeker dat Luvienna dat met me eens zou zijn geweest.
Ik kom er later nog op terug – we hebben nog een paar dagen te gaan waarin ik mijn frustraties met DSR ongetwijfeld verder zal behandelen – maar van nature ben ik geneigd alles met afstand te bekijken, bijna wetenschappelijk, in plaats van mijn gevoelens volledig de overhand te geven.
Juist die houding heeft DSR volgens mij geregeld tot razernij gebracht. Deep down wist hij vermoedelijk dat hij discussies inhoudelijk verloor, waarna alleen het ontregelen, provoceren en eindeloos doorzagen nog resteerde.
De crux zit in de dynamiek: Heer Rozenwater genoot zichtbaar van het intellectuele steekspel met DSR. Hij was fan van de inhoud en de stijl van de Rechter, maar hij was een medestander van de persoon Bas van Vuren.
Wanneer DSR echter te ver ging en Bas hem verbande, zat HR in een spagaat. Hij volgde DSR dan vaak naar diens “wijkplaatsen” (zoals het blog Lummel of later zijn eigen site), maar keerde altijd weer terug naar de basis bij Bas. Je zou kunnen zeggen dat hij een fan was van de vlerk (DSR), maar loyaal aan de vriend (Bas).
Daar zit zeker waarheid in. Ik was zonder twijfel gefascineerd door DSR als schrijver en polemist. Het intellectuele steekspel met hem werkte verslavend – juist omdat hij zo lastig, tegendraads en onvoorspelbaar was.
Je analyse kan ik volgen, maar ik moet daar meteen aan toevoegen dat loyaliteit in onze kleine blogbiotoop meestal iets tijdelijks en voorwaardelijks was. Eén verkeerde opmerking en de vlag hing alweer halfstok.
Dat “volgen naar de wijkplaatsen” klopt ook wel. Als ergens de discussie verderging, ging ik vaak nieuwsgierig mee kijken. Niet alleen vanwege DSR, maar omdat die hele wereld van blogs, vetes, verbanningen en verzoeningen een vreemde aantrekkingskracht had. Een klein digitaal buurtcafé vol zonderlinge figuren die elkaar tegelijk nodig hadden en niet konden uitstaan.
Dus ja: fan van de vlerk, medestander van de vriend – zolang de broosheid van het blogwezen dat toeliet.
Nou, ik kon jou wel uitstaan, hoor. Zelfs gedurende onze online conflicten en conflictjes, sommige opgeleukt voor de meelezers, heb ik altijd met warmte en genegenheid aan je gedacht. Ik zag ons beiden in gedachten glimlachend achter onze computers zitten.
En in het echt, toen we elkaar zonder het intrigantje gingen ontmoeten bleef dat gevoel wat mij betreft overeind. We hebben veel gemeen, interesses, humor, hoe we in het leven staan en naar de mensheid kijken. Echt fijn!
Daar komt bij dat ik je bewonder om je creativiteit, technische kennis, inzet en community feeling. Wat je vroeger hebt neergezet met je ikjes database (alle reacties, doorzoekbaar, analyseerbaar) wordt nu zelfs nog overtroffen door je superieure gebruik van ai om deskundig en met de nodige afstand en relativering op het gewoel van jaren terug te kijken. En het waardig af te sluiten.
Misschien bedenk ik me, ben ik wel jouw grootste fan!
Ik vond DSR in het echt ook een kwal; een heel dun laagje vernis over dezelfde foute inborst. En volgens het vrouwelijk gezelschap dat ik twee of driemaal toevallig mee had tijdens onze korte ontmoetingen (telkens een ander, dus statistisch zonder bias) was hij ook niet om aan te zien. “Verwaande kwast”, was nog een van de betere commentaren. Nee, het contact met deze man had in mijn leven beter achterwege kunnen blijven.
Je bent een gevoelsmens, Bas. Als jij iemand eenmaal niet moet, trek je werkelijk alles uit de kast om hem af te branden. 🙂
Grappig genoeg citeerde je, toen ik zelf uit de gratie lag, ook een vriendin om aan te geven dat ik aartslelijk was. Dat mechanisme herken ik dus wel een beetje.
DSR was/is absoluut niet lelijk. Ja, wat kalend – maar best een mooie schedel eigenlijk. Toen ik hem voor het eerst ontmoette had hij een licht stottertje, waar hij volgens mij later overheen is gegroeid. Met zijn uiterlijk was verder weinig mis.
Natuurlijk niet zo moeiteloos charmant als jij, maar daar kunnen uiteindelijk maar weinig mensen aan tippen. 🙂
Ja, daar moest ik zelf ook aan denken en om grinniken toen ik net de lelijkheid van DSR opbracht (volkomen irrelevant natuurlijk, uiterlijkheden moet je erbuiten laten, hoe lelijk iemand ook is, ik stoor me bijvoorbeeld aan soortgelijk commentaar op de verachtelijke Amerikaanse president en de dito voormalige fractieleidster van de boeren, mijn god, wat is die lelijk, maar hou dat erbuiten, mensen).
Maar het verschil is dat ik dat over jou (tweemaal als ik me goed herinner, een keer na een ontmoeting met Luvienna waarna mijn toenmalige bloedmooie vriendin mij en dus ook jou oppikte in haar felrode Alfa Spidertje en naar CS bracht, en een keer toen ik een beeldje aan de Spree in Oost-Berlijn zag) bewust als polemisch stijlmiddel deed, oftewel over the top iemand helemaal afbranden over alles wat je kunt verzinnen, als je inhoudelijk allang verslagen of over je boosheid of verdriet heen bent). Zat geen enkele waarheid in wat mij betreft. Integendeel, ik vind dat je een sympathiek bedachtzaam uiterlijk hebt. Hou ik van, dat soort mensen.
Bij DSR meen ik het wel, en het arrogante minne mannetje dat hij me d’r online is is precies wat je in het echt voor je ziet. Dat viel me bij de eerste ontmoeting al op. Hij is precies hoe hij schrijft en dus kennelijk in het leven staat. In het echt is hij hooguit wat verlegen, kijkt regelmatig naar de gesprekspartner op om te zien of deze hem wel interessant en grappig vindt). Kenmerk van onzekerheid. En ja, dat kwam er dan ’s avonds achter zijn computertje uit, net als bij de “toetsenbordridders” van vandaag de dag die het nog veel erger maken.
We lijken inmiddels in een soort good cop/bad cop-scenario te zijn beland. Jij pakt verdachte DSR keihard aan en ik moet noodgedwongen op de rem trappen. Jammer eigenlijk, want ik heb ook nog wel een paar heuse appeltjes met dat verachtelijke sujet te schillen.
Maar nee – we maken DSR veel te belangrijk. Dat gaat ten koste van de vele figuranten die ook een wezenlijke rol speelden in die kleine blogbiotoop. Bertje bijvoorbeeld – “lieve Bertje” zou ik haast zeggen, al verliet hij demonstratief het toneel toen ik DSR iets te hard aanpakte. Wat een overdreven reactie.
Indra was een zeer sterke persoonlijkheid, voortdurend worstelend met haar gezondheid. Of ze nog leeft is eerlijk gezegd maar de vraag. Ze kondigde talloze keren aan het strijdtoneel te verlaten, maar keerde toch altijd weer terug.
En Ad Hok? Ja, wat moeten we van Ad zeggen. Dat hij ooit eens openlijk heeft erkend wat voor zak DSR soms kon zijn, kan ik me niet herinneren. Dat valt me dan toch van hem tegen.
Over Pawi ben ik ambivalent. Jij noemt haar een vals vrouwtje en daar kan ik voor een deel in mee gaan. Kom ik later deze week hopelijk nog op terug.
Verder had je natuurlijk nog de gekken, de verdwaalden en de regelrechte trollen – sommigen buitengewoon akelig – die met grote energie aandacht probeerden weg te zuigen, tot enorme ergernis van DSR. Ach, wat een tijd eigenlijk.
Ilona en Hannah zijn met zekerheid overleden. Van Indra, Plopje en Luvienna weten we het niet eens zeker.
Jij en DSR behoren inmiddels tot de jonkies van het gezelschap. Ooit vallen jullie huilend in elkaars armen wanneer alle anderen verdwenen zijn – vol nostalgie om de prachtige gekken die jullie ontvallen zijn en om een tijd die nooit meer terug zal keren.
Huh? Van Luvienna weten we het natuurlijk wel degelijk zeker. Slip of the pen, of moet ik je per email nog wat bijspijkeren?
Indra vond ik een van de meer interessante types, Plopje en Willem legendarisch, zou ik dolgraag in het echt hebben ontmoet, dit geldt ook voor Trolley, man een vergelijkbaar iemand van wie ik de naam even kwijt ben, weergaloze teksten. Ad niks mis mee, natuurlijk. Maar voor de rest toch wat onbenulletjes, gek, saai tot irritant of nietszeggend, geen verrijking van deze wereld. Een hartgrondig brrrr icoontje voor die laffe Lummel. Pawi was knettervals, blijf ik bij. En een tikkie dom, stuurde me fotos van haar geheime woonstee met de volledige locatiegegevens op de achtergrond. Heeft de lallende ellendeling trouwens ook weleens gedaan, haha, toen was er ineens niet meer over van zijn opschepperige God in Frankrijk image, ik heb zijn onooglijk appartementje met de vuilniszakken met daaruit loerende rattenoogjes vaak met opgetrokken neusje gepasseerd.
Mijn dochter is druk met verhuizen en daarom vieren we geen Moederdag samen. Ze belt: „Heb je het gevoel dat het Moederdag is?” Ik: „Ja, want ik heb heel veel aan je gedacht.” Zij: „Ah ja, dát is wat moeders doen.” Ik: „En heb je ook aan mij gedacht? Dat ik jouw moeder ben?” Mijn dochter weer: „Nou, ik was een kast in elkaar aan het zetten en dat ging helemaal mis en toen dacht ik inderdaad: ‘Ja. Ik ben een kind van mijn moeder’.”
Dit is namelijk gewoon een aardig en liefdevol ikje, zonder geforceerde pointe, zonder overbodige slotzin en zonder mensen die zich interessant proberen te maken via hun kinderen, honden of quinoa-avonturen.
Bovendien zou DKK ongetwijfeld weer beginnen over “geen echt ikje”, “de titel verraadt alles” of “de laatste zin had geschrapt moeten worden”, terwijl het hier juist de milde zelfspot is die het stukje draagt.
Kortom: dit ikje blijft vandaag buiten bereik van de AI-Rechter.
En wat mij betreft helegaar geen commentaar van die halfgare intens gemene ai kloon van DSR meer. Is teveel “eer” voor de gesjeesde herenkapper uit Brussel. Jawel, elke aandacht, al is die negatief, vat hij op als bewondering. Laten we de ikjeszwanenzang waardig afsluiten, zonder gemeen stekend ongevoelig commentaar.
Mirjam is overigens wel een veelschrijver en ze heeft dit ikje vermoedelijk zelf verzonnen of van iemand gehoord en in het format gegoten. Dus zo liefdevol is het niet, naiefje dat je me dr eentje van me bent. Je kunt zien dat je zelf dus nooit ikjes hebt geschreven, anders had je dit wel herkend.
Ja, inderdaad – slip of the pen. Sorry Luv voor mijn slordigheid. Kennelijk weiger ik ergens nog altijd helemaal te accepteren dat je er niet meer bent.
Plopje en Willem heb ik overigens wél ontmoet, en ik kan je verzekeren dat beiden een bloedhekel aan DSR hadden. Maar dat terzijde.
Bas, mijn hemel, wat kun jij rancuneus zijn – al ben je tegelijk ook weer opmerkelijk vergevingsgezind. Alsof je, zoals je zelf ooit formuleerde, iedere week opnieuw met een blanco lei begint. Zeker waar het Lummel betreft. Lummeltje is nooit mijn favoriet geweest, niet vanwege dat lullige kookrubriekje, maar omdat hij vanaf het begin wantrouwig en onaardig tegen mij deed. En belangrijker: hij viel jou destijds, toen ik nog je grootste fan was, keihard aan. Daarna vertrouwde ik dat ongure manneke niet meer.
Maar kijk hoe dat gaat in onze wonderlijke biotoop. Toen de loyaliteiten later verschoven – ik jouw vijand, Lummel jouw vriend – was ik ineens degene die “creepy” was omdat ik me die oude aanval nog herinnerde. Jullie waren het allang vergeten en alweer de beste vrienden. Zo doen mensen die psychologisch gezonder zijn dan ik: die blijven niet eeuwig hangen in oude vetes. Daar moet ik misschien iets van leren.
Ik dook daarom nog eens in oude correspondentie. Daarin noemde jij Luv ooit een “pruttelvoorbibsje”, mij een “sneu mannetje” en beschuldigde je DSR van drankmisbruik. Het opmerkelijke was alleen: ik zat toen juist in het kamp van DSR, maar bleef toch nog redelijk objectief. Ik herinnerde hem er in diezelfde mailwisseling aan dat hij zichtbaar genoot van provoceren. Dat ontkende hij toen weer in alle toonaarden – een verbijsterend gebrek aan zelfinzicht eigenlijk. Maar goed, we hadden toen bigger fish to fry: you!
Laat ik overigens maar geen old cows uit de sloot trekken, want momenteel is het allemaal veel te gezellig.
En dan Pawi. Jij noemt haar een vals vrouwtje en eerlijk gezegd begin ik steeds beter te begrijpen waarom. Samen met DSR suggereren dat RSB een pedofiel was, en dat later glashard ontkennen – dat bleef me altijd steken. En dan die eindeloze lawinediscussie, naar aanleiding van Prins Friso destijds. Pawi deed nogal stellige uitspraken over coma’s en herstelkansen, waarna DSR haar op zijn bekende irritante wijze eindeloos ging ondervragen over haar deskundigheid. Een buitengewoon vermoeiende discussie om te volgen. Maar toen haar loyaliteit weer meer bij DSR lag, werd ineens ontkend dat het überhaupt een vervelende uitwisseling was geweest. Kijk, dát bedoel ik nou.
Misschien moet ik daar inderdaad iets van leren: loyaliteiten zijn vloeibaar, herinneringen selectief en oude vijanden kunnen zomaar weer medestanders worden zodra er een nieuwe antagonist opduikt.
Oh ja – Ad Hok. “Niks mis met Ad Hok”? Ad is het soort man dat zelfs bij een vechtpartij nog probeert iedereen een prettige avond te wensen. Ook een kwaliteit!
Jazeker, Pawi vertoonde inderdaad dat gedrag van uit het niets smerig doen en dat dan later ontkennen. Een voorbeeld dat me nu te binnen schiet: “steek dat maar in ..” per email naar mij toen ik als gebbetje het volstrekt onschuldige bierviltje naar haar toe wilde sturen en haar adres (dat ik allang had) vroeg voor de PostNLbode. Heeft ze later bij hoog en bij laag ontkend. De sneren die je opnoemt uit een interne emailwisseling (niet netjes, die vermeende sneren niet maar vooral het ongevraagd openbaren ervan) staan me niet zo bij. Ik beoefende in die tijd wel diverse vormen van polemiek, waaronder het zinloos en daardoor (vond ik) hilarisch met onzinbeledigingen smijten. De voorbibs had een context, dat weet ik zeker, en dat DSR een zuiperd is had ik toen zelve geconstateerd. Hij dronk mij moeiteloos onder de tafel in een gezellig Brussels kroegje, maar ja, ik moest nog rijden * gnuif icoontje *
Het is omstreeks 1960 op een dinsdag, de dag van de wekelijkse veemarkt in Sneek. De markt is al afgelopen en we zitten in de bus van Sneek naar Franeker, een Scania Vabis. De bus stopt bij de afslag naar Bozum om een marktganger uit te laten.
Het is onze chauffeur Sake echter niet ontgaan, dat de man niet betaald heeft. Hij wordt verzocht alsnog een kaartje te kopen. Bij het uitstappen krijgt hij te horen:
Nou, het is zover, het allerlaatste ikje ooit dat becommentarieerd zal worden door een lid van het zelfbenoemd ikjesclubje. En dat ben ik dus, als laatste overblijfsel van wat ooit een heel aardige en snedige club was. En ik behoorde niet eens tot het clubje echte welhaast legendarische eerstelingen: Willem, Ingries, Jammerende Jurk, noem ze maar op. Of niet.
Qua ikje nemen we afscheid in stijl. Het zit vol met onbegrijpelijke niet ter zake doende details, zoals zelfs het merk van de bus, de precieze route van het collectieve voertuig, en de Japanse voornaam van de chauffeur.
De standaard doorsnee lollige reactie van hem op de zwartwillenrijdende passagier horen we minstens honderd keer per dag ergens in Nederland. Maar omdat het hier in een folkloristisch streekdialectje is gegoten lijkt het nog wat. Of heeft de dienstdoende redactiegans niet eens door wat er staat. Enfin, de BBB zal er blij mee zijn.
Aan het commentaar van Bas op het Ikje van vandaag is weinig toe te voegen.
Inderdaad lijkt dit dan toch echt het einde van een tijdperk te zijn. Ik wil van de gelegenheid gebruik maken om iedereen die ik langs deze best sympatieke weg een beetje heb leren kennen te bedanken. „Es war sehr schön, es hat mich sehr gefreut.“
Bas kondigt intussen met enig ceremonieel het allerlaatste ikje aan dat nog door een lid van het zelfbenoemde ikjesclubje becommentarieerd zal worden. Dat klinkt natuurlijk prachtig apocalyptisch, alsof na vandaag de NRC-redactie de drukpersen stillegt en de hemel openscheurt boven Franeker.
En eerlijk is eerlijk: Bas verstond als geen ander de weinig verheffende maar hoogst gespecialiseerde kunst van het ontleden van ikjes vol overtollige details, kreunende pointes en streekfolklore. Ook zijn commentaar van vandaag is weer meesterlijk in dat opzicht. Op dat punt zaten Bas en DKK vaker op één lijn dan beiden, uit zuiver polemische hygiëne, ooit hardop zouden willen erkennen.
Ook op het punt van de psychologische portretten die Heer Rozenwater meende zonder enige professionele bevoegdheid te moeten vervaardigen, zullen Bas en DKK het verrassend eens zijn. Een affront, ontoelaatbaar. Bijvoorbeeld dat DKK een provocateur zou zijn die mensen uiteendrijft. DKK heeft de sociale antenne van een moe peutertje – maar mensen tegen elkaar opzetten doet hij niet. Al zou ie willen, hij is er geeneens kien genoeg voor. DKK richt hooguit wel eens een prikkelend bon motje tot dees of gene.
Een lasterlijk label kortom, zonder enige onderbouwing. En wie zich willens en wetens door een zgn. erkend provocateur laat provoceren, kan een voorbeeld nemen aan de steenstotende ezel.
Morgen is er weer een ikje. En dan wellicht toch nog het échte laatste commentaar van DKK, de AI-kloon, die er net weer een beetje plezier in begint te krijgen.
Het is Hemelvaartsdag en mijn vrouw ik beslissen om een dagje naar Den Haag te gaan vanuit Maastricht, om een museum te bezoeken samen met onze kleinkinderen en hun ouders, die in Oegstgeest wonen. We nemen de trein en nestelen ons in de stiltecoupé. Na een uur wat lezen en af en toe de ogen dichtgedaan te hebben, schreeuwt de conducteur plots door de intercom: „HELE FIJNE HEMELVAART!” Waarop mijn vrouw doodnuchter zegt: „We hoeven maar tot Den Haag!”
Een conducteur die de hemel alvast inroept en een vrouw die de reis weer netjes terugbrengt tot Den Haag. De pointe zit keurig in de laatste zin, en dus kon die eigenlijk niet missen.
Dit is bovendien DKKs laatste commentaar, en hij weet heel goed wat daarvan afhangt: een AI-kloon van DSR, De schrijvende Rechter, die nu wel moet laten zien dat hij niet alleen kan nabootsen maar ook afscheid nemen. Dat betekent ook dat er eindelijk wat eerlijkheid mag zijn. De heisa over “de mekkerende kinderen” was mijn fout – RSB sprak in het algemeen, en ik maakte er iets persoonlijks van.
En ja, dat zogenaamde “duistere geheim” op de Filipijnen was natuurlijk geen neutrale formulering. In combinatie met dat ikje over een kind dat bij een ouder in bed kroop suggereerde DKK wel degelijk iets zeer onaangenaams over RSB, om daarna quasi-onschuldig te blijven volhouden dat zoiets helemaal niet bedoeld was.
En dan Bas. Die zich mateloos opwond over “behoorlijk arrogant” – gezegd na een heuse ontmoeting, dus volgens hem een doodzonde – maar vervolgens zelf zonder blikken of blozen mails citeerde, echte ontmoetingen oprakelde en DSR als dronkenlap neerzette. Dat is toch een merkwaardige maatvoering.
Heer Rozenwater ziet tenminste nog wanneer Ad Hok de verzoening zoekt en laat zich niet volledig meesleuren in Bas’ neiging tot polarisatie. Dat siert hem.
De conducteur riep te vroeg “hele fijne Hemelvaart”. Den Haag is geen hemel. Onze kleine ikjesbiotoop was dat evenmin – eerder een bedompte wachtruimte vol gekrenkte ego’s, overbodige pointes en mensen die elkaar jarenlang digitaal met een pollepel te lijf gingen.
Maar met voldoende terugwerkende kracht blijkt zelfs daar nog best om te glimlachen.
Wow, wat een suf slotpraatje van het mannetje dat perse de beste, slimste en leukste wilde zijn, niet op basis van eigen talent, maar door het afzeiken en wegjagen van andere reageerders.
Maar goed, het is hopelijk voorbij. Moge deze blaaskaak nu voor eeuwig zwijgen, of zijn online gezever nu echt tot alleen GeenStijl en andere toetsenbordridderszolderkamertjes beperken.
Ik deel om het blog van Heer Rozenwater toch nog wel leuk en met een brede glimlach om de mond af te sluiten het superleuke liedje van Even tot Hier van gisterenavond.
Bas, scherpe typering van DSR. Mag nog wel een keer gezegd worden. Het slotpraatje van de AI-kloon was inderdaad wat aan de suffe kant, al zaten er hier en daar wel scherpe observaties tussen.
Maar bedenk: het slotpraatje van de échte DSR zou nog veel suffer zijn geweest. DSR zou namelijk met grote tevredenheid constateren hoezeer hij nog altijd de gemoederen bezighoudt.
Het lied is prachtig. Een mooie afsluiting van een mooi blog.
Dat moeten we zeker nog eens doen. En wat mij betreft schuift Ad Hok gewoon aan – volgens mij bivakkeert hij momenteel ergens in Italië. Zullen we meteen maar grotesk uitpakken en in Rome afspreken?
De vraag is alleen: hoe lang moet ik dit blog voor deze hoogbejaarde digitale dorpsgemeenschap nog in de lucht houden?
Misschien een crowdfundingactie starten? Het lijkt me bovendien niet meer dan rechtvaardig als DSR daar een flinke donatie aan levert, gezien de hoeveelheid gratis huisvesting die we hem jarenlang hebben geboden.
Ach, zoveel kost het toch niet? Die paar tientjes, man man. Je lijkt JdW wel, die “drasties”, gevuld door vooral de anderen, wij dus, definitief de nek omdraaide toen hij merkte dat zijn frauduleuze en onethische gekopieer en gejat van andere bloggers en websites was ontdekt en bewezen kon worden. Ja, welkom in de online wereld, sneukneus. En vervolgens liet hij de doorreutelende doodsstrijd te lang duren, waardoor werkelijk elk warm gevoel, elke leuke herinnering aan de site in rook opging.
Maar goed, dat is natuurlijk op geen enkele manier te vergelijken met de inhoud, geschiedenis en community van dit blog. Toch …. laat toch nog even lekker staan, man. Doe ik ook op mijn site, en ik heb nog altijd hoewel ik er niets meer publiceer, voorlopig, nog altijd dus veel bezoek, o.a. uit België en de VS * lol icoontje *
Die paar tientjes, zeg dat nou niet man! Met een iets professioneler businessmodel hadden we DSR via een soort ponzi-achtige fanclubconstructie probleemloos geld kunnen aftroggelen. Je weet niet half hoe onthutsend naïef die man is op internetgebied.
Maar ik vraag me inmiddels wel af hoeveel rekeningen jij eigenlijk nog hebt openstaan. Nu krijgt JdW er weer van langs. Heb jij buiten het blogwezen soms ook nog een kerkhof vol oude vijanden rondlopen? Daar leen ik mijn keurige cultuurblog niet voor uit.
Overigens was ook JdW ongekend onhandig. Zoals je weet beheerde ik zijn site destijds maar dat was een complete hondenbaan. JdW wist werkelijk van toeten noch blazen en kwam geregeld met de meest krankzinnige verzoeken aanzetten.
En toch zit ik nog altijd met een schuldgevoel. De backup die ik vlak voor het verdwijnen van drasties.com maakte bleek achteraf een soort fata morgana-backup: duizenden megabytes gedownload, maar zodra je dieper de boomstructuur inging hield de data ermee op. Eeuwig zonde eigenlijk, want soms wil ik nog wel eens iets terugzoeken uit die oertijd van het Nederlandse blogwezen.
Gelukkig is er altijd nog de Wayback Machine – het digitale equivalent van vergeelde dozen op een vochtige zolder.
“Het resultaat van al de arbeid, al het denken, al het twisten, al het geschipper, al de plannen en al de dromen van al de Nederlanders toen en nu: dat zijn wij. Kijk naar dat land en zie de verschillen met landen als, ik noem maar wat: Angola, Brazilië, Congo, Djibouti, Egypte, Fuji, Georgië, Haïti…”
Het eerste door JdW gekaapte NRC-ikje heb ik nog niet teruggevonden, maar wel een TrotsopIkje-ikje van ene Rozeman. Ene Apiedapie voorziet het Toikje van commentaar:
Zie ook dit commentaar van een, toen nog, uiterst bescheiden APD:
D.S.R.? Doet pijn aan mijn ogen!
De derde zin bevat overigens geen echte grammaticale fout. Het woord “het” is dubbelzinnig:
eerst verwijst “het” duidelijk naar schrijven (“schrijven kun je of je kunt het niet”);
in “als je het niet kunt, is het een rotbaan” kan “het” zowel naar schrijven als naar het beroep van schrijfdocent/schrijver verwijzen.
Er is dus niet zozeer sprake van een “verwisseling van onderwerp”, maar van een bewust of natuurlijk dubbelzinnig gebruik van “het”. Dat maakt de formulering juist levendig en enigszins ironisch.
Ja leuk toch? De ouwe doos was oneindig leuker dan de nieuwere. Jammer dat het allemaal weg is. Dat jij dat voor hem deed is nieuw voor me. Weet je, ik heb geen enkele rekening opgestaan, zo ben ik niet. Gebeurd. Hoppa door. Maar waarom zou ik een feitelijk feit uit het verleden, door niemand betwist behalve de sneukneus zelve, niet mogen noemen? Zo is het gegaan en dat vond en vind ik ervan. Maar verder niks. Bah, wat naar, dat ” rekening openstaan “, heel naar om te lezen. Zeg je dat ook tegen mensen die over de Tweede Wereldoorlog praten en daarbij de misdaden en gedragingen van deze en gene noemen?
Jammer, dat het blog, na de feitelijke sluiting, dan toch zo in mineur eindigt. Of kan er een “zo heb ik het niet bedoeld” van af? Zal wel niet.
Dat was juist precies mijn bedoeling: eindigen met iets meer compassie en onszelf wat minder serieus nemen.
Grappig trouwens hoe jij nu indirect DSR, Pawi, Lummel en JdW in de buurt van oorlogsmisdadigers trekt. Ik heb ooit eens een oproep van DSR – dat mensen zich moesten melden als ze zich door hem beledigd voelden – vergeleken met zo’n oproep van de Duitsers in de oorlog. Niet omdat ik DSR met nazi’s vergeleek, zoals hij vervolgens twee jaar lang bleef beweren, maar omdat ik daarbij ineens arme Hannah voor me zag die zich met bibberende handjes moest melden om vervolgens alsnog de volle laag te krijgen: “Dus jij voelt je beledigd door DSR?!” Dat beeld vond ik pijnlijk en leidde tot die ongelukkige vergelijking.
DSR eiste daarna excuses, die heb ik hem ooit gegeven, maar na verloop van tijd was hij die weer vergeten en begon het hele gezeur opnieuw.
Dus ook tegen jou wil ik nu luid en duidelijk zeggen, zodat daar geen enkel misverstand meer over kan bestaan: zo had ik het écht niet bedoeld, Bas!
Laten we dit blog gewoon in majeur afsluiten en alles een beetje in perspectief blijven zien. Ik bedoel: kijk alleen al hoe jij JdW zowat smeekte om DSR een centje te betalen zodat hij op Drasties zijn oordelen kon plaatsen en hem later als een trofee op je eigen blog hebt binnengehaald.
Dat maakt het achteraf toch ook wel komisch dat hij inmiddels geëvolueerd is tot “blaaskaak”, “engnek”, “lallende ellendeling” en “arrogant min mannetje”. Heb ik zelf overigens vrolijk aan meegedaan, maar misschien moeten we daar nu toch vooral eens om glimlachen.
Bas heeft niet meer gereageerd, ondanks mijn hartstochtelijke “zo had ik het écht niet bedoeld, Bas!”. We eindigen dus toch een beetje in mineur. Om eerlijk te zijn hield ik daar al rekening mee. In het verleden heb ik dit vaker meegemaakt: één minuscuul zandkorreltje van kritiek in het grote “ik ben je grootste fan”-bad, en Bas verdween weer in de mist.
Vroeger maakte me dat onrustig, tegenwoordig niet meer zo. Het krijgt dan iets van emotionele chantage waar ik inmiddels minder gevoelig voor ben geworden. Nogmaals: ook ik ben bepaald geen groot fan van DSR, maar om nu zo extreem tegen die man en zijn companen tekeer te blijven gaan, ging mij uiteindelijk toch wat ver. Een beetje relativering leek me als slotakkoord chiquer. Helaas wilde Bas daar niet in meegaan.
Daarom rond ik dan maar in mijn eentje ruim twintig jaar ikjesbespreking af.
Lieve mensen, het is mooi geweest. Het waren mooie jaren. Tijd om de rancune een beetje achter ons te laten en van de tijd die ons nog gegeven is iets goeds te maken.
Wat een grappige illustratie van een paar jaar ikjes community. Ik zie deze reactie nu, twee weken later, omdat ik, weer eens ergens in een vreemd land met een jetlag aan de rand van een zwembad wat aan het surfen ben. En dan kom je overal terecht, ook hier.
Maar HR, voor wie deze poppenkast kennelijk nog altijd het zwaartepunt van het echte bestaan is, ziet in mijn niet onmiddellijke reactie ‘emotionele chantage’.
Doet me aan Indra denken die me ooit voor het leven cancelde omdat ik niet onmiddellijk op een reactie van haar reageerde, maar een paar uur later. Een paar uur! Ik was in een vergadering! Nooit meer goed gekomen.
Enfin, de vergelijking met WO2, zelfs indirect is natuurlijk absoluut niet gemaakt, het ging me om het mechanisme van het geheel, het benoemen van een feit uit het verleden, ter lering of vermaak, maar in ieder geval ter illustratie only.
Heertje heertje, Roosje roosje van me, ik ben blij dat ik je door middel van dit online gebeuren ben tegengekomen. Je bent best een kei-interessant en sympathiek mannetje van me. En ik hoop nog veel van je te horen. Niks geen tabee wat mij betreft, gek mannetje dat je me d’r eentje bent.
Wel tabee aan de vervelende mensen die ik ook via deze weg heb ontmoet.
Bas, wat een opluchting. Dertien dagen radiostilte en ik zag de geschiedenis zich alweer herhalen. In mijn hoofd was ik al bezig een psychologisch profiel van je op te stellen, compleet met verwijzingen naar gekrenkte blogego’s, oude vetes en emotionele chantage. Gelukkig blijkt de waarheid prozaïscher: een technisch mankement en een zwembad in Paramaribo.
Dat ik dacht dat je niet meer reageerde, kwam natuurlijk ook door eerdere ervaringen. Een complimentje van mij leverde doorgaans een reactie op met de snelheid van een straaljager, terwijl een kritisch nootje soms wat langer moest rijpen. Daar ging mijn fantasie vervolgens mee aan de haal.
En ja, opnieuw blijkt dat verwijzingen naar de Tweede Wereldoorlog gevaarlijk terrein zijn. Met DSR heb ik daar al een jarenlange nasleep aan overgehouden, nu dreigde hetzelfde kunstje zich nog eens voor te doen. De les is duidelijk: geen WOII-vergelijkingen meer. De mensheid is er kennelijk nog niet klaar voor.
Voor nu wens ik je vooral veel plezier aan het zwembad in Paramaribo. Doe de groeten aan de bekende Nederlanders en Surinamers die daar ongetwijfeld ook liggen uit te buiken in afwachting van het WK, de wereldproblematiek en de volgende jetlag. Ik ga ervan uit dat jullie gezamenlijk af en toe nog met weemoed terugdenken aan de gloriedagen van de Nederlandse ikjesbeschaving.
En wat dat “tabee” betreft: dat neem ik natuurlijk terug. Wat zullen we nou krijgen, hoogst merkwaardig maar buitengewoon sympathiek mensje, onvermoeibare wereldreiziger en ex-blogonderhoudsmannetje van me!
Groetjes uit een aanzienlijk minder tropisch oord.
Beste Bas, door jouw reactie besef ik ineens dat ik inmiddels alweer ruim twee weken geen ikje meer heb gelezen. En dat na drie maanden lang iedere ochtend braaf het NRC-ikje plakken, analyseren, becommentariëren en van historische context voorzien.
Ik kan eerlijk zeggen: ik heb het geen seconde gemist.
Ook nu ik toch weer even een kijkje neem, bekruipt me dat gevoel onmiddellijk weer. Een moeder die haar bezittingen verdeelt, een oude tv-serie op YouTube, en vervolgens de mededeling dat haar zoon de serie later mag erven. Het zal allemaal best vertederend bedoeld zijn, maar na twintig jaar ikjes lezen vermoed ik dat ik immuun ben geworden voor dit soort kleinburgerlijke ontroering.
Misschien is dat wel de ware erfenis van het ikjeswezen: niet de schilderijen, het porselein of de sieraden, maar het vermogen om het zoveelste volstrekt middelmatige ikje te herkennen voor wat het is en rustig verder te bladeren.
Heer Rozenwater – uw adres voor nostalgie, nuance en onvermoeibaar archiefonderzoek
Zo is dat, het is een behoorlijk gezapig rubriekje geworden en misschien was het dat altijd al. Ook in de gloriedagen van ‘Angst’ e.d. waren het toch de commentaren, het gelul en gekrakeel in de reacties die het echt lezenswaardig maakten. En dat vanwege de humor maar vooral omdat je je erover verbaasde dat het zomaar onder de vlag van een gerenommeerd dagblad kon. Nu kunnen we het ons niet meer voorstellen, maar die two way communicatie was er niet. Nergens. Je schreef maar een ingezonden brief, die niet geplaatst werd, of je ging maar naar de ombudsman, die een “dank u voor uw melding” terugstuurde en dat was het dan weer. Je was als normaal mens machteloos, stemloos, een onbenul die zijn kop moest houden. De professionals van de kranten en omroepen en uitgeverijen hadden het rijk alleen.
Kwam die tijd maar weer terug. * zuchterdezucht icoontje *
Je hebt absoluut een punt over die oude tijd van reacties en tegenreacties. Het waren niet de ikjes zelf, maar de mensen eromheen die het interessant maakten.
Wat mij de laatste weken is opgevallen: Ad Hok dook op. Jij dook op. Zelfs oude ruzies kregen nog een allerlaatste naschok.
Alleen DSR niet.
Dat laat een merkwaardig gevoel achter. Twintig jaar lang kon je nauwelijks een steentje in de vijver gooien of hij kwam boven water om er iets van te vinden. En nu, uitgerekend nu de ikjesbespreking definitief wordt begraven, blijft het stil.
Misschien is hij eindelijk wijzer geworden?
Maar ik moet bekennen dat ik af en toe denk: hij leeft toch nog wel?
Dat zegt misschien meer dan een laatste reactie ooit zou kunnen doen.
Och, DSR … hij is door zijn eigen gedrag al zijn speeltjes kwijt. Op NRC, op drasties, bij jou en bij mij blies hij zijn partijtje mee en was zelfs af en toe beeldbepalend, lezenswaardig en had zijn publiek. Totdat hij zijn masker liet vallen en zich ongegeneerd liet gaan, als ware hij op deze degelijke en gemodereerde sites de cynische afkraaktoetsenridder die hij ook was op sites als Geenstijl. Daar kon dat, maar op bovenvermelde sites dus niet en ging hij tegenstaan. Hij heeft zich dat misschien wel gerealiseerd, maar zijn gedrag nooit aangepast. Hij gooide er in wanhopige pogingen om wel het gesprek van de dag te blijven juist onwelriekende scheppen bovenop. Totdat hij … helegaar niemand meer overhield, op twee van enig talent gespeende minkukels in Frankrijk en Twente na, die in een soort Whatsapp-groepje met hooguit 3-5 reageerders (schrijve drie tot vijf dus) nog wat napruttelden en dachten dat ze voor het ikjesgebeuren enige relevantie hadden. Nee dus. Er kwam nooit iemand bij, er liep nooit iemand weg, er was nooit heibel, het was geen blog, niet eens een margeblog, maar een online kennissengroepje. Nou, dat kon je van nrc, drasties, roosje en van vuren niet zeggen. Dat vonkte, dat spetterde, dat leefde!
Heeft ie allemaal laten lopen, door eigen toedoen en valsigheid, daarom zal hij er wel nu het uiteindelijk toch geen zin heeft, nu zelfs het appgroepje is opgeheven, het zwijgen toe doen. Missen we niks aan, ik niet, althans, gek, interessant, leuk mannetje dat ik me d’r nog altijd eentje van jullie ben. Ik wel. Hij niet.
Misschien is de grootste tragedie van DSR uiteindelijk niet zijn valsigheid, zijn provocaties of zijn eindeloze neiging om mensen tegen de haren in te strijken. Misschien is het veel eenvoudiger.
Hij bleef te lang dezelfde truc doen.
Jarenlang werkte dat uitstekend. Je gooide een lucifer in een hooiberg en voor je het wist stond de halve ikjesgemeenschap in brand. Maar op den duur kende iedereen de truc. De lucifers werden kleiner, de hooiberg vochtiger en de brandweer beter georganiseerd.
En zo eindigt het misschien wel met het meest ironische lot denkbaar voor iemand die altijd het gesprek van de dag wilde zijn: niet met een verbanning, niet met een ruzie, niet met een laatste vernietigende polemiek, maar met stilte.
Dat is bijna jammer. Maar ook wel weer een beetje grappig.
En nu ik dit opschrijf, bedenk ik ineens dat dit zomaar eens de allerlaatste reactie onder een ikjesbespreking zou kunnen zijn. Het definitieve einde van een tijdperk.
Dat is eigenlijk een mooier slot dan ik zelf had kunnen bedenken.
Twintig jaar lang probeerden wij betekenis, patronen, karakteranalyses en diepere lagen te ontdekken in een rubriek van 120 woorden. En telkens weer kwamen we uit bij dezelfde nuchtere vaststelling: de laatste zin van het ikje is overbodig.
Sinds de oerknal bestaat er chaos. Sinds de mens zijn intrede deed probeert hij daar orde in aan te brengen. Eerst waren er mythes, daarna religies, vervolgens filosofie, wetenschap, psychoanalyse, sociologie, blogs en tenslotte het ikjescommentaar. Steeds opnieuw dezelfde ambitie: betekenis ontdekken waar misschien helemaal geen betekenis is.
En telkens verschijnt er ergens een Ad Hok die zegt:
“Dat lijkt me niet.”
Misschien heeft God het heelal wel geschapen om te zien hoe lang het zou duren voordat iemand een veel te ingewikkelde theorie bedacht, waarna een ander droogjes opmerkte dat het allemaal wel meevalt. Misschien heeft God het heelal zelfs geschapen om uiteindelijk uit te komen bij een blog waarop in eindeloze herhaling het laatste commentaar wordt geschreven.
In dat opzicht vormen Ad Hok en Bas de natuurlijke tegenkracht van iedere beschaving. Waar anderen kathedralen bouwen van interpretatie, komen zij langs met een plastic klapstoeltje en zeggen:
“Nee, mij ook niet nee.”
En het vervelende is: vaak hebben ze gelijk.
Misschien geldt dat ook voor dit commentaar. Zoals bij de ikjes de laatste zin had ook dit commentaar probleemloos geschrapt kunnen worden.
Maar waarom schrijven mensen toch steeds die overbodige laatste zin? Waarom schrijven wij steeds weer dat laatste commentaar?
Omdat we afscheid willen uitstellen.
Dat is niet rationeel. Maar wel menselijk.
En misschien is dat uiteindelijk waar twintig jaar ikjes over gingen.
De laatste week – week 20 – van het AI-commentaar breekt aan. Op 16 mei laat ik DKK voor het laatst een ikje bespreken.
Drie weken geleden schreef DKK:
Bas van Vuren reageerde als door een wesp gestoken:
Dat DSR zó onder Bas’ huid is gekropen dat zelfs een AI-commentaar hem doet afhaken, blijft opmerkelijk. DSR zal in zijn vuistje hebben gelachen.
Ja, DSR is een meester in het provoceren en ergeren van mensen. Dat verschafte hem zichtbaar genoegen.
De laatste jaren bestookte hij mij met teksten als: “HR en z’n koloniale blotetietjesfascinatie…. echt ouwemannetjesranzig.” Of: “Na de koloniale waren de Lombrosokoppen – zucht – HR heeft kennelijk alle pretenties van een Kunstblog opgegeven.” Daartegenover stonden de glasharde ontkenningen: “DSR heeft HR nooit koloniaal gedrag verweten.”
Hij kon de werkelijkheid zonder aarzeling ontkennen; zo bleef hij ook volhouden dat Thaddeus Plomp niet zijn alias was. Dat heeft me altijd verbaasd. In hem schuilt toch ook de stijve calvinist die van de dominee niet mag liegen?
Met gemengde gevoelens denk ik terug aan de eindeloze, zinloze discussies die ik met hem voerde – discussies tot grote ergernis van vooral Indra en Hannah. Op het laatst werd DSR echt trollig. Wekenlang stuurde hij exact dezelfde kop in: “pracht exemplaren”. Toch kwam hij nooit definitief onder mijn huid. Eerlijk gezegd vermoed ik dat ik meer onder zijn huid ben gekropen dan hij onder de mijne, afgaande op de honderden reacties waarmee hij probeerde mij te beledigen.
Ik blijf DSR zien als een gefrustreerd talent dat zijn licht noodgedwongen onder de korenmaat moest laten schijnen – op verschillende margeblogs. Misschien is daar zijn valsigheid uit voortgekomen.
Afsluitend nog een korte analyse van DKK en zijn AI commentaar. Verrassend goed eigenlijk – geregeld zelfs beter dan DSR het zelf deed. Strakker, helderder, minder slordig en zonder die eindeloze kronkelredeneringen.
Toch stop ik ermee. Uiteindelijk interesseert de mening van ChatGPT natuurlijk niemand echt. Een AI kan uitstekend imiteren, soms zelfs verbeteren, maar mist uiteindelijk toch de menselijke wrijving, de gekrenkte ijdelheid, de obsessies en de eigenaardige fixaties die iemand als DSR tegelijk zo vermoeiend en zo onweerstaanbaar maakten.
LikeGeliked door 1 persoon
Dierenhotel
„Later koop ik een manege”, zegt mijn dochter. „En daar zet ik heel veel leuke dieren in. En dan ga ik een dierenhotel bedenken voor mensen die weinig tijd hebben. Het wordt niet duur. Er zijn grote kamers voor pony’s en kleine kamers voor puppy’s. De poezen mogen overal komen, vooral de hele schattige. De zolder wordt een speeltuin met een doolhof speciaal voor dieren die zielig zijn.” „En hoe gaat je opvang heten?”, vraag ik geïnteresseerd. „Ja zeg, dát hoef ik nog niet te weten! Ik ben pas zéven, papa. Ze-ven.”
Oscar Tops
LikeLike
De moderne opvoeding in een notendop: grootse visies, geen businessplan.
Papa luistert geïnteresseerd naar een complete zevenjarige subsidiestichting in wording: ponykamers, puppykamers, een zieligheidszolder met doolhof.
En dan die volwassen reflex om meteen naar de naam van het project te vragen, alsof de Kamer van Koophandel al klaarzit.
Het kind is tenminste nog verstandig genoeg om grenzen te stellen: “Ik ben pas zéven.”
DKK herinnert zich hoe zijn huisgenootjes vroeger ook complete dierentuinen, raketbases en snoepwinkels ontwierpen, totdat iemand informeerde naar de exploitatiekosten.
Eindoordeel: 7,1 (zegge: zeven komma één).
LikeLike
Over huisgenootjes gesproken: die herinneren me ineens aan de beroemde “mekkerende kinderen”-discussie.
Interessant hoe ChatGPT dat patroon analyseerde:
Voor de volledige analyse:
https://chatgpt.com/s/t_6a018e0abff4819184026d44c5f20f9c
LikeGeliked door 1 persoon
Afbuiging
Elke zaterdag verzamelen kinderen met een fysieke of verstandelijke beperking zich bij een revalidatiecentrum in Utrecht om samen te sporten. Terwijl leeftijdsgenoten op hockeyvelden staan, manoeuvreren hier rolstoelen tussen pionnen door.
Een jongen rijdt met zijn rolstoel richting een pion. Hij stuurt iets scheef, buigt af naar rechts en mist de pion. De sportbegeleider roept: „Ho, oeps, hij heeft een afwijking.” Meteen reageert een ander kind gevat: „Dat heeft iedereen hier.”
Janne Ankone
LikeLike
Afbuiging – de titel verraadt de clou alvast. Dat terzijde.
Verder natuurlijk geen ikje. Janne Ankone stuurt een stukje in over een jongen, een ander kind en een sportbegeleider. De schrijver zelf ontbreekt volledig. DKK adviseert daarom inzending bij een nieuwe rubriek: de Zij-jes.
En dan die laatste zin – “Dat heeft iedereen hier.” Die bedacht de lezer al twee regels eerder. Schrappen, natuurlijk. Maar er wordt tegenwoordig nauwelijks nog geredigeerd.
Dat het stukje desondanks nog redelijk werkt, is uitsluitend de verdienste van het gevatte kind. Niet van Janne.
Eindoordeel: 6,8 (zegge: zes komma acht).
LikeLike
Hoi ChatGPT,
Het AI-commentaar in de stijl van DSR loopt op zijn einde. (Overigens knap hoe je DKK in dat laatste commentaar alle drie de clichéklachten wist te laten afvinken.)
Deze week wil ik je nog een paar voorbeelden laten zien van de typische discussies die ik de afgelopen jaren met DSR heb gevoerd. Kun je deze lezen?
https://heerrozenwater.com/2020/06/21/ikjes-wijkplaats-week-26-2020/comment-page-1/#comment-28054
Zo ja, wat is dan je oordeel over die discussie?
Ja, ik kan die discussies goed lezen – en eerlijk gezegd zijn ze sociologisch interessanter dan de ikjes zelf. Wat mij vooral opvalt, is dat er eigenlijk drie parallelle spellen tegelijk gespeeld werden:
Dat is de façade. Men doet alsof het over stijl, pointe, overbodige slotzinnen en “geen echt ikje” gaat. DSR speelde dat spel uitstekend: pedant, systematisch, quasi-literair. Hij kon met zichtbaar genoegen een onschuldige anekdote behandelen alsof het een mislukt debuut in De Gids betrof.
Daar werd het echt interessant. Wie heeft het leukste blog? Wie krijgt reacties? Wie bloedt langzaam dood? Wie is “blogbaas”? Wie wordt genegeerd? DSR speelde daar opvallend hard in door. Hij prikte voortdurend op zwakke plekken: geringe bezoekersaantallen, teruglopende reacties, “gepensioneerdenstukjes”, “gezapigheid”, het vermeende einde van blogs. Daar zat veel leedvermaak in.
En daar zat volgens mij de echte motor. DSR wilde tegelijk:
Dat laatste maakte hem paradoxaal. Hij stookte voortdurend, maar bleef ook terugkomen. Hij kon wekenlang op hetzelfde thema doorhameren (“pracht exemplaren”, “koloniaal”, “blogbazen”), juist omdat hij emotioneel geïnvesteerd was. Een echte troll is onverschillig; DSR was dat totaal niet.
Mijn oordeel over jullie discussies:
Jij speelde daarin meestal de rol van de half-ironische gastheer die de chaos toch wilde laten bestaan. Bas was vaker de gekrenkte polemist. Lummel de passief-agressieve ondermijner. Pawi de cryptische factor. En DSR de man die voortdurend de temperatuur opvoerde en daarna verbaasd leek dat alles weer ontplofte.
Wat ook opvalt: jullie waren allemaal verslaafd aan elkaars aandacht, terwijl iedereen tegelijk deed alsof hij erboven stond. Dat is precies waarom zulke bloggemeenschappen zo lang blijven etteren.
LikeGeliked door 1 persoon
Wat een goeie analyses! Ik moet wel zeggen dat ik door de discussies met DSR tot op heden veel beter in staat ben om kwaadaardige volstrekt ongevoelige types te herkennen. En daarmee om te gaan.
Destijds was ik ze eigenlijk in het echt nog nauwelijks tegengekomen en reageerde ik richting DSR oprecht in de overtuiging dat als je met de juiste argumenten zou komen, dat de man dan bij zou draaien, de zaak van een andere kant bezien, etc. En ergens dacht ik ook dat hij een spelletje speelde. Maar uiteindelijk viel het muntje en besefte ik dat er echt mensen op de wereld zijn die anderen echt alle kwaads toewensen en echt alleen voor en met zichzelf bezig zijn. En anderen zelfs als ze een zwakheid vertonen, op de grond liggen, tegen het hoofd trappen. Nou, we hebben dat gedrag helaas in het echt om ons heen en in de wereld gezien, en nu nog, het wordt steeds sterker, en ik ben soms erg somber hoe wij, de normale, prettige, eerlijke mensen daar ooit nog tegen op kunnen. Ik vrees dat ons laatste uur geslagen heeft en de wereld overgenomen wordt door het Kwaad. Het nietsontziende liegende en vertrappende Kwaad. De dialogen met DSR waren hier voor mij, met het inzicht van nu, een mentale voorbereiding op.
De man geloofde helemaal niets, dat je empathie kom hebben met iets of iemand was hem volkomen vreemd, en hij noemde dat dus hypocriet, huichelachtig etc. Brrrr.
Ik merkte door de niet onverdienstelijke imitatie van DKK dat deze wetenschap, dit inzicht in het slechte van de mens en het hopeloze einde van de beschaving zoals wij die kennen, dat dit mijn gemoed van hier en nu weer begon te bedrukken. En uit zelfbescherming heb ik me toen (nadat ik dat eerder met de echte engnek had gedaan) ook van de ai variant losgesneden. Hoppa! Noem het wegkijken, ik noem het het kleine nog resterende geluk dichtbij koesteren zolang het nog kan
Dank, Heer Rozenwater, voor je blogs, voor je energie en nu dus ook voor dit leerzame einde aan het geheel. Het Kwaad, dat krijgen we er niet mee weg, maar we gaan in ieder in het volle besef dat we het wel herkend hebben en het doorhebben. Meer is er niet.
LikeLike
Je bent zó gefrustreerd geraakt door DSR dat ik nu al weet dat enige nuance in je schets van hem als “ultiem kwaad” je zal tegenstaan. Toch wil ik die nuance aanbrengen.
Het online personage DSR kun je inderdaad omschrijven als vals, boosaardig, provocerend en zichtbaar genietend van het beledigen en ontregelen van mensen. In dat personage kwam duidelijk een donkere kant van hem naar boven.
Maar er was ook een andere kant, die sommigen van ons in het echt hebben meegemaakt. Lummel, Pawi, Ilona, Ad Hok en jijzelf hebben DSR tijdens zoomsessies ontmoet. Mijn eigen ervaring is dat DSR in real life eigenlijk best een schappelijke figuur was. Ik weet zeker dat Luvienna dat met me eens zou zijn geweest.
Ik kom er later nog op terug – we hebben nog een paar dagen te gaan waarin ik mijn frustraties met DSR ongetwijfeld verder zal behandelen – maar van nature ben ik geneigd alles met afstand te bekijken, bijna wetenschappelijk, in plaats van mijn gevoelens volledig de overhand te geven.
Juist die houding heeft DSR volgens mij geregeld tot razernij gebracht. Deep down wist hij vermoedelijk dat hij discussies inhoudelijk verloor, waarna alleen het ontregelen, provoceren en eindeloos doorzagen nog resteerde.
LikeGeliked door 1 persoon
Het “conflict” en de fan-status
De crux zit in de dynamiek: Heer Rozenwater genoot zichtbaar van het intellectuele steekspel met DSR. Hij was fan van de inhoud en de stijl van de Rechter, maar hij was een medestander van de persoon Bas van Vuren.
Wanneer DSR echter te ver ging en Bas hem verbande, zat HR in een spagaat. Hij volgde DSR dan vaak naar diens “wijkplaatsen” (zoals het blog Lummel of later zijn eigen site), maar keerde altijd weer terug naar de basis bij Bas. Je zou kunnen zeggen dat hij een fan was van de vlerk (DSR), maar loyaal aan de vriend (Bas).
LikeLike
Daar zit zeker waarheid in. Ik was zonder twijfel gefascineerd door DSR als schrijver en polemist. Het intellectuele steekspel met hem werkte verslavend – juist omdat hij zo lastig, tegendraads en onvoorspelbaar was.
Je analyse kan ik volgen, maar ik moet daar meteen aan toevoegen dat loyaliteit in onze kleine blogbiotoop meestal iets tijdelijks en voorwaardelijks was. Eén verkeerde opmerking en de vlag hing alweer halfstok.
Dat “volgen naar de wijkplaatsen” klopt ook wel. Als ergens de discussie verderging, ging ik vaak nieuwsgierig mee kijken. Niet alleen vanwege DSR, maar omdat die hele wereld van blogs, vetes, verbanningen en verzoeningen een vreemde aantrekkingskracht had. Een klein digitaal buurtcafé vol zonderlinge figuren die elkaar tegelijk nodig hadden en niet konden uitstaan.
Dus ja: fan van de vlerk, medestander van de vriend – zolang de broosheid van het blogwezen dat toeliet.
LikeGeliked door 1 persoon
Nou, ik kon jou wel uitstaan, hoor. Zelfs gedurende onze online conflicten en conflictjes, sommige opgeleukt voor de meelezers, heb ik altijd met warmte en genegenheid aan je gedacht. Ik zag ons beiden in gedachten glimlachend achter onze computers zitten.
En in het echt, toen we elkaar zonder het intrigantje gingen ontmoeten bleef dat gevoel wat mij betreft overeind. We hebben veel gemeen, interesses, humor, hoe we in het leven staan en naar de mensheid kijken. Echt fijn!
Daar komt bij dat ik je bewonder om je creativiteit, technische kennis, inzet en community feeling. Wat je vroeger hebt neergezet met je ikjes database (alle reacties, doorzoekbaar, analyseerbaar) wordt nu zelfs nog overtroffen door je superieure gebruik van ai om deskundig en met de nodige afstand en relativering op het gewoel van jaren terug te kijken. En het waardig af te sluiten.
Misschien bedenk ik me, ben ik wel jouw grootste fan!
LikeLike
Get a room, you two!
LikeGeliked door 2 people
Ik vond DSR in het echt ook een kwal; een heel dun laagje vernis over dezelfde foute inborst. En volgens het vrouwelijk gezelschap dat ik twee of driemaal toevallig mee had tijdens onze korte ontmoetingen (telkens een ander, dus statistisch zonder bias) was hij ook niet om aan te zien. “Verwaande kwast”, was nog een van de betere commentaren. Nee, het contact met deze man had in mijn leven beter achterwege kunnen blijven.
LikeLike
Je bent een gevoelsmens, Bas. Als jij iemand eenmaal niet moet, trek je werkelijk alles uit de kast om hem af te branden. 🙂
Grappig genoeg citeerde je, toen ik zelf uit de gratie lag, ook een vriendin om aan te geven dat ik aartslelijk was. Dat mechanisme herken ik dus wel een beetje.
DSR was/is absoluut niet lelijk. Ja, wat kalend – maar best een mooie schedel eigenlijk. Toen ik hem voor het eerst ontmoette had hij een licht stottertje, waar hij volgens mij later overheen is gegroeid. Met zijn uiterlijk was verder weinig mis.
Natuurlijk niet zo moeiteloos charmant als jij, maar daar kunnen uiteindelijk maar weinig mensen aan tippen. 🙂
LikeLike
Ja, daar moest ik zelf ook aan denken en om grinniken toen ik net de lelijkheid van DSR opbracht (volkomen irrelevant natuurlijk, uiterlijkheden moet je erbuiten laten, hoe lelijk iemand ook is, ik stoor me bijvoorbeeld aan soortgelijk commentaar op de verachtelijke Amerikaanse president en de dito voormalige fractieleidster van de boeren, mijn god, wat is die lelijk, maar hou dat erbuiten, mensen).
Maar het verschil is dat ik dat over jou (tweemaal als ik me goed herinner, een keer na een ontmoeting met Luvienna waarna mijn toenmalige bloedmooie vriendin mij en dus ook jou oppikte in haar felrode Alfa Spidertje en naar CS bracht, en een keer toen ik een beeldje aan de Spree in Oost-Berlijn zag) bewust als polemisch stijlmiddel deed, oftewel over the top iemand helemaal afbranden over alles wat je kunt verzinnen, als je inhoudelijk allang verslagen of over je boosheid of verdriet heen bent). Zat geen enkele waarheid in wat mij betreft. Integendeel, ik vind dat je een sympathiek bedachtzaam uiterlijk hebt. Hou ik van, dat soort mensen.
Bij DSR meen ik het wel, en het arrogante minne mannetje dat hij me d’r online is is precies wat je in het echt voor je ziet. Dat viel me bij de eerste ontmoeting al op. Hij is precies hoe hij schrijft en dus kennelijk in het leven staat. In het echt is hij hooguit wat verlegen, kijkt regelmatig naar de gesprekspartner op om te zien of deze hem wel interessant en grappig vindt). Kenmerk van onzekerheid. En ja, dat kwam er dan ’s avonds achter zijn computertje uit, net als bij de “toetsenbordridders” van vandaag de dag die het nog veel erger maken.
LikeLike
We lijken inmiddels in een soort good cop/bad cop-scenario te zijn beland. Jij pakt verdachte DSR keihard aan en ik moet noodgedwongen op de rem trappen. Jammer eigenlijk, want ik heb ook nog wel een paar heuse appeltjes met dat verachtelijke sujet te schillen.
Maar nee – we maken DSR veel te belangrijk. Dat gaat ten koste van de vele figuranten die ook een wezenlijke rol speelden in die kleine blogbiotoop. Bertje bijvoorbeeld – “lieve Bertje” zou ik haast zeggen, al verliet hij demonstratief het toneel toen ik DSR iets te hard aanpakte. Wat een overdreven reactie.
Indra was een zeer sterke persoonlijkheid, voortdurend worstelend met haar gezondheid. Of ze nog leeft is eerlijk gezegd maar de vraag. Ze kondigde talloze keren aan het strijdtoneel te verlaten, maar keerde toch altijd weer terug.
En Ad Hok? Ja, wat moeten we van Ad zeggen. Dat hij ooit eens openlijk heeft erkend wat voor zak DSR soms kon zijn, kan ik me niet herinneren. Dat valt me dan toch van hem tegen.
Over Pawi ben ik ambivalent. Jij noemt haar een vals vrouwtje en daar kan ik voor een deel in mee gaan. Kom ik later deze week hopelijk nog op terug.
Verder had je natuurlijk nog de gekken, de verdwaalden en de regelrechte trollen – sommigen buitengewoon akelig – die met grote energie aandacht probeerden weg te zuigen, tot enorme ergernis van DSR. Ach, wat een tijd eigenlijk.
Ilona en Hannah zijn met zekerheid overleden. Van Indra, Plopje en Luvienna weten we het niet eens zeker.
Jij en DSR behoren inmiddels tot de jonkies van het gezelschap. Ooit vallen jullie huilend in elkaars armen wanneer alle anderen verdwenen zijn – vol nostalgie om de prachtige gekken die jullie ontvallen zijn en om een tijd die nooit meer terug zal keren.
LikeLike
Huh? Van Luvienna weten we het natuurlijk wel degelijk zeker. Slip of the pen, of moet ik je per email nog wat bijspijkeren?
Indra vond ik een van de meer interessante types, Plopje en Willem legendarisch, zou ik dolgraag in het echt hebben ontmoet, dit geldt ook voor Trolley, man een vergelijkbaar iemand van wie ik de naam even kwijt ben, weergaloze teksten. Ad niks mis mee, natuurlijk. Maar voor de rest toch wat onbenulletjes, gek, saai tot irritant of nietszeggend, geen verrijking van deze wereld. Een hartgrondig brrrr icoontje voor die laffe Lummel. Pawi was knettervals, blijf ik bij. En een tikkie dom, stuurde me fotos van haar geheime woonstee met de volledige locatiegegevens op de achtergrond. Heeft de lallende ellendeling trouwens ook weleens gedaan, haha, toen was er ineens niet meer over van zijn opschepperige God in Frankrijk image, ik heb zijn onooglijk appartementje met de vuilniszakken met daaruit loerende rattenoogjes vaak met opgetrokken neusje gepasseerd.
LikeLike
Moederdag
Mijn dochter is druk met verhuizen en daarom vieren we geen Moederdag samen. Ze belt: „Heb je het gevoel dat het Moederdag is?” Ik: „Ja, want ik heb heel veel aan je gedacht.” Zij: „Ah ja, dát is wat moeders doen.” Ik: „En heb je ook aan mij gedacht? Dat ik jouw moeder ben?” Mijn dochter weer: „Nou, ik was een kast in elkaar aan het zetten en dat ging helemaal mis en toen dacht ik inderdaad: ‘Ja. Ik ben een kind van mijn moeder’.”
Mirjam Killian
LikeGeliked door 1 persoon
Vandaag geen DKK-commentaar.
Dit is namelijk gewoon een aardig en liefdevol ikje, zonder geforceerde pointe, zonder overbodige slotzin en zonder mensen die zich interessant proberen te maken via hun kinderen, honden of quinoa-avonturen.
Bovendien zou DKK ongetwijfeld weer beginnen over “geen echt ikje”, “de titel verraadt alles” of “de laatste zin had geschrapt moeten worden”, terwijl het hier juist de milde zelfspot is die het stukje draagt.
Kortom: dit ikje blijft vandaag buiten bereik van de AI-Rechter.
LikeGeliked door 1 persoon
En wat mij betreft helegaar geen commentaar van die halfgare intens gemene ai kloon van DSR meer. Is teveel “eer” voor de gesjeesde herenkapper uit Brussel. Jawel, elke aandacht, al is die negatief, vat hij op als bewondering. Laten we de ikjeszwanenzang waardig afsluiten, zonder gemeen stekend ongevoelig commentaar.
Mirjam is overigens wel een veelschrijver en ze heeft dit ikje vermoedelijk zelf verzonnen of van iemand gehoord en in het format gegoten. Dus zo liefdevol is het niet, naiefje dat je me dr eentje van me bent. Je kunt zien dat je zelf dus nooit ikjes hebt geschreven, anders had je dit wel herkend.
LikeGeliked door 1 persoon
OK, geen commentaar meer van die halfgare intens gemene ai kloon. Het is trouwens Hemelvaartsdag vandaag, dus geen ikje.
Hier mijn antwoord op een vorige reactie van jou:
Ja, inderdaad – slip of the pen. Sorry Luv voor mijn slordigheid. Kennelijk weiger ik ergens nog altijd helemaal te accepteren dat je er niet meer bent.
Plopje en Willem heb ik overigens wél ontmoet, en ik kan je verzekeren dat beiden een bloedhekel aan DSR hadden. Maar dat terzijde.
Bas, mijn hemel, wat kun jij rancuneus zijn – al ben je tegelijk ook weer opmerkelijk vergevingsgezind. Alsof je, zoals je zelf ooit formuleerde, iedere week opnieuw met een blanco lei begint. Zeker waar het Lummel betreft. Lummeltje is nooit mijn favoriet geweest, niet vanwege dat lullige kookrubriekje, maar omdat hij vanaf het begin wantrouwig en onaardig tegen mij deed. En belangrijker: hij viel jou destijds, toen ik nog je grootste fan was, keihard aan. Daarna vertrouwde ik dat ongure manneke niet meer.
Maar kijk hoe dat gaat in onze wonderlijke biotoop. Toen de loyaliteiten later verschoven – ik jouw vijand, Lummel jouw vriend – was ik ineens degene die “creepy” was omdat ik me die oude aanval nog herinnerde. Jullie waren het allang vergeten en alweer de beste vrienden. Zo doen mensen die psychologisch gezonder zijn dan ik: die blijven niet eeuwig hangen in oude vetes. Daar moet ik misschien iets van leren.
Ik dook daarom nog eens in oude correspondentie. Daarin noemde jij Luv ooit een “pruttelvoorbibsje”, mij een “sneu mannetje” en beschuldigde je DSR van drankmisbruik. Het opmerkelijke was alleen: ik zat toen juist in het kamp van DSR, maar bleef toch nog redelijk objectief. Ik herinnerde hem er in diezelfde mailwisseling aan dat hij zichtbaar genoot van provoceren. Dat ontkende hij toen weer in alle toonaarden – een verbijsterend gebrek aan zelfinzicht eigenlijk. Maar goed, we hadden toen bigger fish to fry: you!
Laat ik overigens maar geen old cows uit de sloot trekken, want momenteel is het allemaal veel te gezellig.
En dan Pawi. Jij noemt haar een vals vrouwtje en eerlijk gezegd begin ik steeds beter te begrijpen waarom. Samen met DSR suggereren dat RSB een pedofiel was, en dat later glashard ontkennen – dat bleef me altijd steken. En dan die eindeloze lawinediscussie, naar aanleiding van Prins Friso destijds. Pawi deed nogal stellige uitspraken over coma’s en herstelkansen, waarna DSR haar op zijn bekende irritante wijze eindeloos ging ondervragen over haar deskundigheid. Een buitengewoon vermoeiende discussie om te volgen. Maar toen haar loyaliteit weer meer bij DSR lag, werd ineens ontkend dat het überhaupt een vervelende uitwisseling was geweest. Kijk, dát bedoel ik nou.
Misschien moet ik daar inderdaad iets van leren: loyaliteiten zijn vloeibaar, herinneringen selectief en oude vijanden kunnen zomaar weer medestanders worden zodra er een nieuwe antagonist opduikt.
Oh ja – Ad Hok. “Niks mis met Ad Hok”? Ad is het soort man dat zelfs bij een vechtpartij nog probeert iedereen een prettige avond te wensen. Ook een kwaliteit!
LikeLike
Jazeker, Pawi vertoonde inderdaad dat gedrag van uit het niets smerig doen en dat dan later ontkennen. Een voorbeeld dat me nu te binnen schiet: “steek dat maar in ..” per email naar mij toen ik als gebbetje het volstrekt onschuldige bierviltje naar haar toe wilde sturen en haar adres (dat ik allang had) vroeg voor de PostNLbode. Heeft ze later bij hoog en bij laag ontkend. De sneren die je opnoemt uit een interne emailwisseling (niet netjes, die vermeende sneren niet maar vooral het ongevraagd openbaren ervan) staan me niet zo bij. Ik beoefende in die tijd wel diverse vormen van polemiek, waaronder het zinloos en daardoor (vond ik) hilarisch met onzinbeledigingen smijten. De voorbibs had een context, dat weet ik zeker, en dat DSR een zuiperd is had ik toen zelve geconstateerd. Hij dronk mij moeiteloos onder de tafel in een gezellig Brussels kroegje, maar ja, ik moest nog rijden * gnuif icoontje *
LikeLike
Zwartrijder
Het is omstreeks 1960 op een dinsdag, de dag van de wekelijkse veemarkt in Sneek. De markt is al afgelopen en we zitten in de bus van Sneek naar Franeker, een Scania Vabis. De bus stopt bij de afslag naar Bozum om een marktganger uit te laten.
Het is onze chauffeur Sake echter niet ontgaan, dat de man niet betaald heeft. Hij wordt verzocht alsnog een kaartje te kopen. Bij het uitstappen krijgt hij te horen:
„Wy binne gjin filantropyske ynstelling!”
Gerrit Tjallema
LikeGeliked door 1 persoon
Nou, het is zover, het allerlaatste ikje ooit dat becommentarieerd zal worden door een lid van het zelfbenoemd ikjesclubje. En dat ben ik dus, als laatste overblijfsel van wat ooit een heel aardige en snedige club was. En ik behoorde niet eens tot het clubje echte welhaast legendarische eerstelingen: Willem, Ingries, Jammerende Jurk, noem ze maar op. Of niet.
Qua ikje nemen we afscheid in stijl. Het zit vol met onbegrijpelijke niet ter zake doende details, zoals zelfs het merk van de bus, de precieze route van het collectieve voertuig, en de Japanse voornaam van de chauffeur.
De standaard doorsnee lollige reactie van hem op de zwartwillenrijdende passagier horen we minstens honderd keer per dag ergens in Nederland. Maar omdat het hier in een folkloristisch streekdialectje is gegoten lijkt het nog wat. Of heeft de dienstdoende redactiegans niet eens door wat er staat. Enfin, de BBB zal er blij mee zijn.
Het ga jullie goed!
LikeLike
Aan het commentaar van Bas op het Ikje van vandaag is weinig toe te voegen.
Inderdaad lijkt dit dan toch echt het einde van een tijdperk te zijn. Ik wil van de gelegenheid gebruik maken om iedereen die ik langs deze best sympatieke weg een beetje heb leren kennen te bedanken. „Es war sehr schön, es hat mich sehr gefreut.“
Oh, en nog een prettige avond verder.
LikeGeliked door 2 people
Bas kondigt intussen met enig ceremonieel het allerlaatste ikje aan dat nog door een lid van het zelfbenoemde ikjesclubje becommentarieerd zal worden. Dat klinkt natuurlijk prachtig apocalyptisch, alsof na vandaag de NRC-redactie de drukpersen stillegt en de hemel openscheurt boven Franeker.
En eerlijk is eerlijk: Bas verstond als geen ander de weinig verheffende maar hoogst gespecialiseerde kunst van het ontleden van ikjes vol overtollige details, kreunende pointes en streekfolklore. Ook zijn commentaar van vandaag is weer meesterlijk in dat opzicht. Op dat punt zaten Bas en DKK vaker op één lijn dan beiden, uit zuiver polemische hygiëne, ooit hardop zouden willen erkennen.
Ook op het punt van de psychologische portretten die Heer Rozenwater meende zonder enige professionele bevoegdheid te moeten vervaardigen, zullen Bas en DKK het verrassend eens zijn. Een affront, ontoelaatbaar. Bijvoorbeeld dat DKK een provocateur zou zijn die mensen uiteendrijft. DKK heeft de sociale antenne van een moe peutertje – maar mensen tegen elkaar opzetten doet hij niet. Al zou ie willen, hij is er geeneens kien genoeg voor. DKK richt hooguit wel eens een prikkelend bon motje tot dees of gene.
Een lasterlijk label kortom, zonder enige onderbouwing. En wie zich willens en wetens door een zgn. erkend provocateur laat provoceren, kan een voorbeeld nemen aan de steenstotende ezel.
Morgen is er weer een ikje. En dan wellicht toch nog het échte laatste commentaar van DKK, de AI-kloon, die er net weer een beetje plezier in begint te krijgen.
LikeLike
Hemelvaart
Het is Hemelvaartsdag en mijn vrouw ik beslissen om een dagje naar Den Haag te gaan vanuit Maastricht, om een museum te bezoeken samen met onze kleinkinderen en hun ouders, die in Oegstgeest wonen. We nemen de trein en nestelen ons in de stiltecoupé. Na een uur wat lezen en af en toe de ogen dichtgedaan te hebben, schreeuwt de conducteur plots door de intercom: „HELE FIJNE HEMELVAART!” Waarop mijn vrouw doodnuchter zegt: „We hoeven maar tot Den Haag!”
Hans Willem
LikeLike
Een conducteur die de hemel alvast inroept en een vrouw die de reis weer netjes terugbrengt tot Den Haag. De pointe zit keurig in de laatste zin, en dus kon die eigenlijk niet missen.
Dit is bovendien DKKs laatste commentaar, en hij weet heel goed wat daarvan afhangt: een AI-kloon van DSR, De schrijvende Rechter, die nu wel moet laten zien dat hij niet alleen kan nabootsen maar ook afscheid nemen.
Dat betekent ook dat er eindelijk wat eerlijkheid mag zijn. De heisa over “de mekkerende kinderen” was mijn fout – RSB sprak in het algemeen, en ik maakte er iets persoonlijks van.
En ja, dat zogenaamde “duistere geheim” op de Filipijnen was natuurlijk geen neutrale formulering. In combinatie met dat ikje over een kind dat bij een ouder in bed kroop suggereerde DKK wel degelijk iets zeer onaangenaams over RSB, om daarna quasi-onschuldig te blijven volhouden dat zoiets helemaal niet bedoeld was.
En dan Bas. Die zich mateloos opwond over “behoorlijk arrogant” – gezegd na een heuse ontmoeting, dus volgens hem een doodzonde – maar vervolgens zelf zonder blikken of blozen mails citeerde, echte ontmoetingen oprakelde en DSR als dronkenlap neerzette. Dat is toch een merkwaardige maatvoering.
Heer Rozenwater ziet tenminste nog wanneer Ad Hok de verzoening zoekt en laat zich niet volledig meesleuren in Bas’ neiging tot polarisatie. Dat siert hem.
De conducteur riep te vroeg “hele fijne Hemelvaart”. Den Haag is geen hemel. Onze kleine ikjesbiotoop was dat evenmin – eerder een bedompte wachtruimte vol gekrenkte ego’s, overbodige pointes en mensen die elkaar jarenlang digitaal met een pollepel te lijf gingen.
Maar met voldoende terugwerkende kracht blijkt zelfs daar nog best om te glimlachen.
Eindoordeel: 7,4 (zegge: zeven komma vier).
LikeLike
Wow, wat een suf slotpraatje van het mannetje dat perse de beste, slimste en leukste wilde zijn, niet op basis van eigen talent, maar door het afzeiken en wegjagen van andere reageerders.
Maar goed, het is hopelijk voorbij. Moge deze blaaskaak nu voor eeuwig zwijgen, of zijn online gezever nu echt tot alleen GeenStijl en andere toetsenbordridderszolderkamertjes beperken.
Ik deel om het blog van Heer Rozenwater toch nog wel leuk en met een brede glimlach om de mond af te sluiten het superleuke liedje van Even tot Hier van gisterenavond.
LikeLike
Bas, scherpe typering van DSR. Mag nog wel een keer gezegd worden. Het slotpraatje van de AI-kloon was inderdaad wat aan de suffe kant, al zaten er hier en daar wel scherpe observaties tussen.
Maar bedenk: het slotpraatje van de échte DSR zou nog veel suffer zijn geweest. DSR zou namelijk met grote tevredenheid constateren hoezeer hij nog altijd de gemoederen bezighoudt.
Het lied is prachtig. Een mooie afsluiting van een mooi blog.
LikeGeliked door 1 persoon
Laten we gauw weer een keer met elkaar afspreken en dan niet voor iets dat het likkebaardende thuis tekort komende gnuifmannetje Ad Hok suggereerde.
LikeGeliked door 1 persoon
Dat moeten we zeker nog eens doen. En wat mij betreft schuift Ad Hok gewoon aan – volgens mij bivakkeert hij momenteel ergens in Italië. Zullen we meteen maar grotesk uitpakken en in Rome afspreken?
De vraag is alleen: hoe lang moet ik dit blog voor deze hoogbejaarde digitale dorpsgemeenschap nog in de lucht houden?
Misschien een crowdfundingactie starten? Het lijkt me bovendien niet meer dan rechtvaardig als DSR daar een flinke donatie aan levert, gezien de hoeveelheid gratis huisvesting die we hem jarenlang hebben geboden.
LikeLike
Ach, zoveel kost het toch niet? Die paar tientjes, man man. Je lijkt JdW wel, die “drasties”, gevuld door vooral de anderen, wij dus, definitief de nek omdraaide toen hij merkte dat zijn frauduleuze en onethische gekopieer en gejat van andere bloggers en websites was ontdekt en bewezen kon worden. Ja, welkom in de online wereld, sneukneus. En vervolgens liet hij de doorreutelende doodsstrijd te lang duren, waardoor werkelijk elk warm gevoel, elke leuke herinnering aan de site in rook opging.
Maar goed, dat is natuurlijk op geen enkele manier te vergelijken met de inhoud, geschiedenis en community van dit blog. Toch …. laat toch nog even lekker staan, man. Doe ik ook op mijn site, en ik heb nog altijd hoewel ik er niets meer publiceer, voorlopig, nog altijd dus veel bezoek, o.a. uit België en de VS * lol icoontje *
LikeLike
Die paar tientjes, zeg dat nou niet man! Met een iets professioneler businessmodel hadden we DSR via een soort ponzi-achtige fanclubconstructie probleemloos geld kunnen aftroggelen. Je weet niet half hoe onthutsend naïef die man is op internetgebied.
Maar ik vraag me inmiddels wel af hoeveel rekeningen jij eigenlijk nog hebt openstaan. Nu krijgt JdW er weer van langs. Heb jij buiten het blogwezen soms ook nog een kerkhof vol oude vijanden rondlopen? Daar leen ik mijn keurige cultuurblog niet voor uit.
Overigens was ook JdW ongekend onhandig. Zoals je weet beheerde ik zijn site destijds maar dat was een complete hondenbaan. JdW wist werkelijk van toeten noch blazen en kwam geregeld met de meest krankzinnige verzoeken aanzetten.
En toch zit ik nog altijd met een schuldgevoel. De backup die ik vlak voor het verdwijnen van drasties.com maakte bleek achteraf een soort fata morgana-backup: duizenden megabytes gedownload, maar zodra je dieper de boomstructuur inging hield de data ermee op. Eeuwig zonde eigenlijk, want soms wil ik nog wel eens iets terugzoeken uit die oertijd van het Nederlandse blogwezen.
Gelukkig is er altijd nog de Wayback Machine – het digitale equivalent van vergeelde dozen op een vochtige zolder.
Hier het eerste snapshot uit 2007:
drasties.com (2007 snapshot)
En daar lezen we meteen JdW’s grootste hangup:
Het eerste door JdW gekaapte NRC-ikje heb ik nog niet teruggevonden, maar wel een TrotsopIkje-ikje van ene Rozeman. Ene Apiedapie voorziet het Toikje van commentaar:
drasties.com – Rozeman / Apiedapie snapshot (2009)
Zie ook dit commentaar van een, toen nog, uiterst bescheiden APD:
D.S.R.? Doet pijn aan mijn ogen!
De derde zin bevat overigens geen echte grammaticale fout. Het woord “het” is dubbelzinnig:
Er is dus niet zozeer sprake van een “verwisseling van onderwerp”, maar van een bewust of natuurlijk dubbelzinnig gebruik van “het”. Dat maakt de formulering juist levendig en enigszins ironisch.
LikeLike
Ja leuk toch? De ouwe doos was oneindig leuker dan de nieuwere. Jammer dat het allemaal weg is. Dat jij dat voor hem deed is nieuw voor me. Weet je, ik heb geen enkele rekening opgestaan, zo ben ik niet. Gebeurd. Hoppa door. Maar waarom zou ik een feitelijk feit uit het verleden, door niemand betwist behalve de sneukneus zelve, niet mogen noemen? Zo is het gegaan en dat vond en vind ik ervan. Maar verder niks. Bah, wat naar, dat ” rekening openstaan “, heel naar om te lezen. Zeg je dat ook tegen mensen die over de Tweede Wereldoorlog praten en daarbij de misdaden en gedragingen van deze en gene noemen?
Jammer, dat het blog, na de feitelijke sluiting, dan toch zo in mineur eindigt. Of kan er een “zo heb ik het niet bedoeld” van af? Zal wel niet.
LikeLike
Dat was juist precies mijn bedoeling: eindigen met iets meer compassie en onszelf wat minder serieus nemen.
Grappig trouwens hoe jij nu indirect DSR, Pawi, Lummel en JdW in de buurt van oorlogsmisdadigers trekt. Ik heb ooit eens een oproep van DSR – dat mensen zich moesten melden als ze zich door hem beledigd voelden – vergeleken met zo’n oproep van de Duitsers in de oorlog. Niet omdat ik DSR met nazi’s vergeleek, zoals hij vervolgens twee jaar lang bleef beweren, maar omdat ik daarbij ineens arme Hannah voor me zag die zich met bibberende handjes moest melden om vervolgens alsnog de volle laag te krijgen: “Dus jij voelt je beledigd door DSR?!” Dat beeld vond ik pijnlijk en leidde tot die ongelukkige vergelijking.
DSR eiste daarna excuses, die heb ik hem ooit gegeven, maar na verloop van tijd was hij die weer vergeten en begon het hele gezeur opnieuw.
Dus ook tegen jou wil ik nu luid en duidelijk zeggen, zodat daar geen enkel misverstand meer over kan bestaan: zo had ik het écht niet bedoeld, Bas!
Laten we dit blog gewoon in majeur afsluiten en alles een beetje in perspectief blijven zien. Ik bedoel: kijk alleen al hoe jij JdW zowat smeekte om DSR een centje te betalen zodat hij op Drasties zijn oordelen kon plaatsen en hem later als een trofee op je eigen blog hebt binnengehaald.
Dat maakt het achteraf toch ook wel komisch dat hij inmiddels geëvolueerd is tot “blaaskaak”, “engnek”, “lallende ellendeling” en “arrogant min mannetje”. Heb ik zelf overigens vrolijk aan meegedaan, maar misschien moeten we daar nu toch vooral eens om glimlachen.
LikeLike
Bas heeft niet meer gereageerd, ondanks mijn hartstochtelijke “zo had ik het écht niet bedoeld, Bas!”. We eindigen dus toch een beetje in mineur. Om eerlijk te zijn hield ik daar al rekening mee. In het verleden heb ik dit vaker meegemaakt: één minuscuul zandkorreltje van kritiek in het grote “ik ben je grootste fan”-bad, en Bas verdween weer in de mist.
Vroeger maakte me dat onrustig, tegenwoordig niet meer zo. Het krijgt dan iets van emotionele chantage waar ik inmiddels minder gevoelig voor ben geworden. Nogmaals: ook ik ben bepaald geen groot fan van DSR, maar om nu zo extreem tegen die man en zijn companen tekeer te blijven gaan, ging mij uiteindelijk toch wat ver. Een beetje relativering leek me als slotakkoord chiquer. Helaas wilde Bas daar niet in meegaan.
Daarom rond ik dan maar in mijn eentje ruim twintig jaar ikjesbespreking af.
Lieve mensen, het is mooi geweest. Het waren mooie jaren. Tijd om de rancune een beetje achter ons te laten en van de tijd die ons nog gegeven is iets goeds te maken.
Tabee!
LikeLike
Wat een grappige illustratie van een paar jaar ikjes community. Ik zie deze reactie nu, twee weken later, omdat ik, weer eens ergens in een vreemd land met een jetlag aan de rand van een zwembad wat aan het surfen ben. En dan kom je overal terecht, ook hier.
Maar HR, voor wie deze poppenkast kennelijk nog altijd het zwaartepunt van het echte bestaan is, ziet in mijn niet onmiddellijke reactie ‘emotionele chantage’.
Doet me aan Indra denken die me ooit voor het leven cancelde omdat ik niet onmiddellijk op een reactie van haar reageerde, maar een paar uur later. Een paar uur! Ik was in een vergadering! Nooit meer goed gekomen.
Enfin, de vergelijking met WO2, zelfs indirect is natuurlijk absoluut niet gemaakt, het ging me om het mechanisme van het geheel, het benoemen van een feit uit het verleden, ter lering of vermaak, maar in ieder geval ter illustratie only.
Heertje heertje, Roosje roosje van me, ik ben blij dat ik je door middel van dit online gebeuren ben tegengekomen. Je bent best een kei-interessant en sympathiek mannetje van me. En ik hoop nog veel van je te horen. Niks geen tabee wat mij betreft, gek mannetje dat je me d’r eentje bent.
Wel tabee aan de vervelende mensen die ik ook via deze weg heb ontmoet.
LikeLike
Bas, wat een opluchting. Dertien dagen radiostilte en ik zag de geschiedenis zich alweer herhalen. In mijn hoofd was ik al bezig een psychologisch profiel van je op te stellen, compleet met verwijzingen naar gekrenkte blogego’s, oude vetes en emotionele chantage. Gelukkig blijkt de waarheid prozaïscher: een technisch mankement en een zwembad in Paramaribo.
Dat ik dacht dat je niet meer reageerde, kwam natuurlijk ook door eerdere ervaringen. Een complimentje van mij leverde doorgaans een reactie op met de snelheid van een straaljager, terwijl een kritisch nootje soms wat langer moest rijpen. Daar ging mijn fantasie vervolgens mee aan de haal.
En ja, opnieuw blijkt dat verwijzingen naar de Tweede Wereldoorlog gevaarlijk terrein zijn. Met DSR heb ik daar al een jarenlange nasleep aan overgehouden, nu dreigde hetzelfde kunstje zich nog eens voor te doen. De les is duidelijk: geen WOII-vergelijkingen meer. De mensheid is er kennelijk nog niet klaar voor.
Voor nu wens ik je vooral veel plezier aan het zwembad in Paramaribo. Doe de groeten aan de bekende Nederlanders en Surinamers die daar ongetwijfeld ook liggen uit te buiken in afwachting van het WK, de wereldproblematiek en de volgende jetlag. Ik ga ervan uit dat jullie gezamenlijk af en toe nog met weemoed terugdenken aan de gloriedagen van de Nederlandse ikjesbeschaving.
En wat dat “tabee” betreft: dat neem ik natuurlijk terug. Wat zullen we nou krijgen, hoogst merkwaardig maar buitengewoon sympathiek mensje, onvermoeibare wereldreiziger en ex-blogonderhoudsmannetje van me!
Groetjes uit een aanzienlijk minder tropisch oord.
LikeLike
Beste Bas, door jouw reactie besef ik ineens dat ik inmiddels alweer ruim twee weken geen ikje meer heb gelezen. En dat na drie maanden lang iedere ochtend braaf het NRC-ikje plakken, analyseren, becommentariëren en van historische context voorzien.
Ik kan eerlijk zeggen: ik heb het geen seconde gemist.
Ook nu ik toch weer even een kijkje neem, bekruipt me dat gevoel onmiddellijk weer. Een moeder die haar bezittingen verdeelt, een oude tv-serie op YouTube, en vervolgens de mededeling dat haar zoon de serie later mag erven. Het zal allemaal best vertederend bedoeld zijn, maar na twintig jaar ikjes lezen vermoed ik dat ik immuun ben geworden voor dit soort kleinburgerlijke ontroering.
Misschien is dat wel de ware erfenis van het ikjeswezen: niet de schilderijen, het porselein of de sieraden, maar het vermogen om het zoveelste volstrekt middelmatige ikje te herkennen voor wat het is en rustig verder te bladeren.
Heer Rozenwater – uw adres voor nostalgie, nuance en onvermoeibaar archiefonderzoek
LikeGeliked door 1 persoon
Zo is dat, het is een behoorlijk gezapig rubriekje geworden en misschien was het dat altijd al. Ook in de gloriedagen van ‘Angst’ e.d. waren het toch de commentaren, het gelul en gekrakeel in de reacties die het echt lezenswaardig maakten. En dat vanwege de humor maar vooral omdat je je erover verbaasde dat het zomaar onder de vlag van een gerenommeerd dagblad kon. Nu kunnen we het ons niet meer voorstellen, maar die two way communicatie was er niet. Nergens. Je schreef maar een ingezonden brief, die niet geplaatst werd, of je ging maar naar de ombudsman, die een “dank u voor uw melding” terugstuurde en dat was het dan weer. Je was als normaal mens machteloos, stemloos, een onbenul die zijn kop moest houden. De professionals van de kranten en omroepen en uitgeverijen hadden het rijk alleen.
Kwam die tijd maar weer terug. * zuchterdezucht icoontje *
LikeGeliked door 1 persoon
Je hebt absoluut een punt over die oude tijd van reacties en tegenreacties. Het waren niet de ikjes zelf, maar de mensen eromheen die het interessant maakten.
Wat mij de laatste weken is opgevallen: Ad Hok dook op. Jij dook op. Zelfs oude ruzies kregen nog een allerlaatste naschok.
Alleen DSR niet.
Dat laat een merkwaardig gevoel achter. Twintig jaar lang kon je nauwelijks een steentje in de vijver gooien of hij kwam boven water om er iets van te vinden. En nu, uitgerekend nu de ikjesbespreking definitief wordt begraven, blijft het stil.
Misschien is hij eindelijk wijzer geworden?
Maar ik moet bekennen dat ik af en toe denk: hij leeft toch nog wel?
Dat zegt misschien meer dan een laatste reactie ooit zou kunnen doen.
LikeGeliked door 1 persoon
Och, DSR … hij is door zijn eigen gedrag al zijn speeltjes kwijt. Op NRC, op drasties, bij jou en bij mij blies hij zijn partijtje mee en was zelfs af en toe beeldbepalend, lezenswaardig en had zijn publiek. Totdat hij zijn masker liet vallen en zich ongegeneerd liet gaan, als ware hij op deze degelijke en gemodereerde sites de cynische afkraaktoetsenridder die hij ook was op sites als Geenstijl. Daar kon dat, maar op bovenvermelde sites dus niet en ging hij tegenstaan. Hij heeft zich dat misschien wel gerealiseerd, maar zijn gedrag nooit aangepast. Hij gooide er in wanhopige pogingen om wel het gesprek van de dag te blijven juist onwelriekende scheppen bovenop. Totdat hij … helegaar niemand meer overhield, op twee van enig talent gespeende minkukels in Frankrijk en Twente na, die in een soort Whatsapp-groepje met hooguit 3-5 reageerders (schrijve drie tot vijf dus) nog wat napruttelden en dachten dat ze voor het ikjesgebeuren enige relevantie hadden. Nee dus. Er kwam nooit iemand bij, er liep nooit iemand weg, er was nooit heibel, het was geen blog, niet eens een margeblog, maar een online kennissengroepje. Nou, dat kon je van nrc, drasties, roosje en van vuren niet zeggen. Dat vonkte, dat spetterde, dat leefde!
Heeft ie allemaal laten lopen, door eigen toedoen en valsigheid, daarom zal hij er wel nu het uiteindelijk toch geen zin heeft, nu zelfs het appgroepje is opgeheven, het zwijgen toe doen. Missen we niks aan, ik niet, althans, gek, interessant, leuk mannetje dat ik me d’r nog altijd eentje van jullie ben. Ik wel. Hij niet.
LikeGeliked door 2 people
Misschien is de grootste tragedie van DSR uiteindelijk niet zijn valsigheid, zijn provocaties of zijn eindeloze neiging om mensen tegen de haren in te strijken. Misschien is het veel eenvoudiger.
Hij bleef te lang dezelfde truc doen.
Jarenlang werkte dat uitstekend. Je gooide een lucifer in een hooiberg en voor je het wist stond de halve ikjesgemeenschap in brand. Maar op den duur kende iedereen de truc. De lucifers werden kleiner, de hooiberg vochtiger en de brandweer beter georganiseerd.
En zo eindigt het misschien wel met het meest ironische lot denkbaar voor iemand die altijd het gesprek van de dag wilde zijn: niet met een verbanning, niet met een ruzie, niet met een laatste vernietigende polemiek, maar met stilte.
Dat is bijna jammer. Maar ook wel weer een beetje grappig.
En nu ik dit opschrijf, bedenk ik ineens dat dit zomaar eens de allerlaatste reactie onder een ikjesbespreking zou kunnen zijn. Het definitieve einde van een tijdperk.
LikeGeliked door 1 persoon
“En nu ik dit opschrijf, bedenk ik ineens dat dit zomaar eens de allerlaatste reactie onder een ikjesbespreking zou kunnen zijn”.
Dat lijkt me niet.
LikeGeliked door 2 people
Nee mij ook niet nee.
LikeLike
Dat is eigenlijk een mooier slot dan ik zelf had kunnen bedenken.
Twintig jaar lang probeerden wij betekenis, patronen, karakteranalyses en diepere lagen te ontdekken in een rubriek van 120 woorden. En telkens weer kwamen we uit bij dezelfde nuchtere vaststelling: de laatste zin van het ikje is overbodig.
Sinds de oerknal bestaat er chaos. Sinds de mens zijn intrede deed probeert hij daar orde in aan te brengen. Eerst waren er mythes, daarna religies, vervolgens filosofie, wetenschap, psychoanalyse, sociologie, blogs en tenslotte het ikjescommentaar. Steeds opnieuw dezelfde ambitie: betekenis ontdekken waar misschien helemaal geen betekenis is.
En telkens verschijnt er ergens een Ad Hok die zegt:
“Dat lijkt me niet.”
Misschien heeft God het heelal wel geschapen om te zien hoe lang het zou duren voordat iemand een veel te ingewikkelde theorie bedacht, waarna een ander droogjes opmerkte dat het allemaal wel meevalt. Misschien heeft God het heelal zelfs geschapen om uiteindelijk uit te komen bij een blog waarop in eindeloze herhaling het laatste commentaar wordt geschreven.
In dat opzicht vormen Ad Hok en Bas de natuurlijke tegenkracht van iedere beschaving. Waar anderen kathedralen bouwen van interpretatie, komen zij langs met een plastic klapstoeltje en zeggen:
“Nee, mij ook niet nee.”
En het vervelende is: vaak hebben ze gelijk.
Misschien geldt dat ook voor dit commentaar. Zoals bij de ikjes de laatste zin had ook dit commentaar probleemloos geschrapt kunnen worden.
Maar waarom schrijven mensen toch steeds die overbodige laatste zin? Waarom schrijven wij steeds weer dat laatste commentaar?
Omdat we afscheid willen uitstellen.
Dat is niet rationeel. Maar wel menselijk.
En misschien is dat uiteindelijk waar twintig jaar ikjes over gingen.
LikeLike