Mijn neefje logeert een nachtje bij ons. Aan de straat voor het huis staat een jonge boom stevig vastgezet tussen twee flinke palen. Hij zit er al een tijdje naar te kijken en vraagt: „Waarom is die boom aan die palen vastgemaakt?”
Ik antwoord: „Die boom staat nog niet goed vast omdat zijn wortels nog niet sterk genoeg zijn. Dankzij die palen blijft hij toch staan.”
Hij knikt begrijpend maar een moment later verschijnt er toch weer een fronsje op zijn voorhoofd. „Maar waar gaat hij anders heen?”
Dit is geen spontane vraag, kinderen weten donders goed dat ze de boel in de maling nemen. Je kunt net zo goed een verslagje insturen van ome Leo die tijdens de verjaardag hetzelfde mopje tapt waar ie altijd mee aankomt na z’n derde borreltje. Maar de rug van een kind is breed genoeg om hele hordes ijdele Ik-jessschrijvers achter te verschuilen, het blijkt maar weer.
Eindoordeel: 5- (zegge: vijfmin)
Mijn vader woont in een huis met mensen met een niet-aangeboren hersenbeschadiging. Soms vind ik het lastig te bepalen wie bewoner en wie begeleider is. Een vrouw stelt zich enthousiast aan mij voor en zegt dat ze, net als mijn vader, op veel verschillende plekken op de wereld heeft gewoond: onder meer in Letland, Iran en Australië. „En op de maan,” voegt mijn vader stoïcijns toe, „daar heeft ze ook gewoond.”
De ouwe heer heeft humor, maar de dochter lijkt me een kreng met haar ‘Soms vind ik het lastig te bepalen wie bewoner en wie begeleider is.’ Sowieso is uit de school klappen over mensen die een behoorlijke tegenslag hebben gehad bepaald niet netjes. Hield het maar eens op, het insturen en plaatsen van dat soort dingen.
Eindoordeel: 3 (zegge: drie)
Het is maandagmiddag en rustig in de Albert Heijn. Een kibbelend stel op leeftijd loopt door de poortjes de winkel binnen. „Nee, ik wil niet dat je er dit keer overheen praat!”
De ander: „We kunnen er als volwassen mensen over praten. Ik kan er niets aan doen dat jij iets anders wilt dan ik.”
Ze beginnen wat zachter te praten, maar hun woede is duidelijk zichtbaar. Waar zou het over gaan? Heeft zij een ander? Heeft hij haar bedrogen? Als ze langs me lopen, hoor ik de man zuchtend zeggen: „Goed, dan eten we vanavond witlof. Ik hoop dat je erin stikt.”
Onze dochters. Ze zijn 15 en 17 jaar. Ze zitten op het gymnasium. We hebben een abonnement op een puberkrant voor ze. Ze doen mee aan MUN’s: Model United Nations, waarbij ze de Verenigde Naties naspelen. Meestal zijn we best trots op ze. Vanavond lees ik een kop hardop: „Hennis stapt op!”
Verschrikt wordt er gereageerd: „Wát? Wordt het alleen Maurits?”
DSR heeft hier wel eens mensen op een minder elegante manier over hun kinderen zien opscheppen. Dragelijk ondanks al wat ’t is.
Eindoordeel: 6.5 (zegge: zeseneenhalf)
Onlangs was ik bij mijn zus en haar kinderen op bezoek. Ik had mijn neefje van vijf op de arm. We kletsten wat en hij bestudeerde mijn nieuwe oorbellen. Tot het tillen zwaar begon te worden. Ik: „Wil je mijn oorbel loslaten, want ik ga je op de grond zetten.” Hij, direct aansluitend: „Wil je me niet op de grond zetten, want ik heb je oorbel vast.”
Een vlotgeschreven tekstje met een dragelijke variant op een ongeliefd thema vliegt helaas vlak voor de finish uit de bocht met het “direct aansluitend” – het Max Verstappen-effect.
Eindoordeel: 6+ (zegge: zesplus)
Toen ik behoedzaam sturend met mijn volle boodschappenkar de supermarkt verliet, zag ik dat er dit keer maar één verzamelkind stond te wachten. Het jongetje met een brilletje zag er zo grappig uit dat ik het moeilijk vond om hem de plaatjes van de laatste rage te weigeren. „Ik bewaar ze voor m’n neefje”, legde ik daarom uit terwijl ik al richting parkeerplaats versnelde. „Oh, wilt u er dan een paar van mij meneer?”, riep hij me na.
Boomwortels
Mijn neefje logeert een nachtje bij ons. Aan de straat voor het huis staat een jonge boom stevig vastgezet tussen twee flinke palen. Hij zit er al een tijdje naar te kijken en vraagt: „Waarom is die boom aan die palen vastgemaakt?”
Ik antwoord: „Die boom staat nog niet goed vast omdat zijn wortels nog niet sterk genoeg zijn. Dankzij die palen blijft hij toch staan.”
Hij knikt begrijpend maar een moment later verschijnt er toch weer een fronsje op zijn voorhoofd. „Maar waar gaat hij anders heen?”
Michel Meewisse
LikeLike
Benieuwd wat ons rechtertjes oordeel hierover zal zijn. Kinderikjes zijn niet zijn favoriet. Van mij ook niet zozeer maar deze vind ik wel leuk.
LikeLike
Dit is geen spontane vraag, kinderen weten donders goed dat ze de boel in de maling nemen. Je kunt net zo goed een verslagje insturen van ome Leo die tijdens de verjaardag hetzelfde mopje tapt waar ie altijd mee aankomt na z’n derde borreltje. Maar de rug van een kind is breed genoeg om hele hordes ijdele Ik-jessschrijvers achter te verschuilen, het blijkt maar weer.
Eindoordeel: 5- (zegge: vijfmin)
LikeLike
Bereisd
Mijn vader woont in een huis met mensen met een niet-aangeboren hersenbeschadiging. Soms vind ik het lastig te bepalen wie bewoner en wie begeleider is. Een vrouw stelt zich enthousiast aan mij voor en zegt dat ze, net als mijn vader, op veel verschillende plekken op de wereld heeft gewoond: onder meer in Letland, Iran en Australië. „En op de maan,” voegt mijn vader stoïcijns toe, „daar heeft ze ook gewoond.”
Elisabeth de Jong
LikeLike
De ouwe heer heeft humor, maar de dochter lijkt me een kreng met haar ‘Soms vind ik het lastig te bepalen wie bewoner en wie begeleider is.’ Sowieso is uit de school klappen over mensen die een behoorlijke tegenslag hebben gehad bepaald niet netjes. Hield het maar eens op, het insturen en plaatsen van dat soort dingen.
Eindoordeel: 3 (zegge: drie)
LikeLike
Witlof
Het is maandagmiddag en rustig in de Albert Heijn. Een kibbelend stel op leeftijd loopt door de poortjes de winkel binnen. „Nee, ik wil niet dat je er dit keer overheen praat!”
De ander: „We kunnen er als volwassen mensen over praten. Ik kan er niets aan doen dat jij iets anders wilt dan ik.”
Ze beginnen wat zachter te praten, maar hun woede is duidelijk zichtbaar. Waar zou het over gaan? Heeft zij een ander? Heeft hij haar bedrogen? Als ze langs me lopen, hoor ik de man zuchtend zeggen: „Goed, dan eten we vanavond witlof. Ik hoop dat je erin stikt.”
Loek de Laat
LikeLike
Kinder top drie smerigste groenten: witlof, zuurkool en spruiten
Welke groente vinden kinderen het lekkerst? Sperziebonen, spinazie en bloemkool.
LikeLike
Wortelen staan op een en sommige kinderen lusten alle groentes graag. De meesten zijn dol op zuurkool en boerenkool.
LikeLike
Dat klinkt een beetje als APD’s Ik-je van jaren her. Laat ie z’n kouseband maar goed kauwen.
Eindoordeel: 6 (zegge: zes)
LikeLike
Hennis
Onze dochters. Ze zijn 15 en 17 jaar. Ze zitten op het gymnasium. We hebben een abonnement op een puberkrant voor ze. Ze doen mee aan MUN’s: Model United Nations, waarbij ze de Verenigde Naties naspelen. Meestal zijn we best trots op ze. Vanavond lees ik een kop hardop: „Hennis stapt op!”
Verschrikt wordt er gereageerd: „Wát? Wordt het alleen Maurits?”
Annemieke Hof
LikeLike
H & M Hennes & Mauritz Netherlands BV
LikeLike
DSR heeft hier wel eens mensen op een minder elegante manier over hun kinderen zien opscheppen. Dragelijk ondanks al wat ’t is.
Eindoordeel: 6.5 (zegge: zeseneenhalf)
LikeLike
Oorbel
Onlangs was ik bij mijn zus en haar kinderen op bezoek. Ik had mijn neefje van vijf op de arm. We kletsten wat en hij bestudeerde mijn nieuwe oorbellen. Tot het tillen zwaar begon te worden. Ik: „Wil je mijn oorbel loslaten, want ik ga je op de grond zetten.” Hij, direct aansluitend: „Wil je me niet op de grond zetten, want ik heb je oorbel vast.”
Miranda de Beus
LikeLike
Een vlotgeschreven tekstje met een dragelijke variant op een ongeliefd thema vliegt helaas vlak voor de finish uit de bocht met het “direct aansluitend” – het Max Verstappen-effect.
Eindoordeel: 6+ (zegge: zesplus)
LikeLike
Verzamelkind
Toen ik behoedzaam sturend met mijn volle boodschappenkar de supermarkt verliet, zag ik dat er dit keer maar één verzamelkind stond te wachten. Het jongetje met een brilletje zag er zo grappig uit dat ik het moeilijk vond om hem de plaatjes van de laatste rage te weigeren. „Ik bewaar ze voor m’n neefje”, legde ik daarom uit terwijl ik al richting parkeerplaats versnelde. „Oh, wilt u er dan een paar van mij meneer?”, riep hij me na.
Ben Schaafsma
LikeLike